Welkom op het snelst groeiende inspiratieplatform voor een socialer en duurzamer Nederland

Zomergesprek met Thijs Launspach: “Werk kan ook uit.”

28 juli 2020 -

In onze reeks Zomergesprekken interviewen we de hele zomer mensen die iets bijzonders doen op weg naar een duurzame en sociale samenleving. Om jou te inspireren, zodat je met nieuwe energie de herfst ingaat. Deze week spreken we Thijs Launspach over werken en burn-outs. “We kunnen de samenleving niet stressvrij maken, maar onszelf wél stressbestendig.”

Psycholoog Thijs Launspach (32) houdt zich bezig met stress, burn-outs en prestatiedruk. Hij schreef meerdere boeken over dit onderwerp en spreekt erover bij bedrijven. In zijn nieuwste boek ‘Werk kan ook uit’ leert hij ons het hoofd koel te houden te midden van alle drukte. En daar hoort fuck-you-geld bij, tips om je imposter syndrome te lijf te gaan en hoe thuiswerken ook effectief kan zijn. 

Dat Thijs zich hiermee bezighoudt is geen toeval. Hij studeerde af op het scriptieonderwerp ‘keuzeproblemen van jong volwassenen’. Eenmaal aan de slag als docent bij de opleiding psychologie kreeg hij veel te maken met burn-outs en stress. Zijn collega’s vielen bij bosjes om, veel kennissen konden de werkdruk niet aan en ook zelf ontdekte hij hoe het is om veel stress te ervaren. Hij was alleen nog maar bezig met werk, raakte geïrriteerd naar de mensen om hem heen en had weinig aandacht voor andere dingen. “Toen was ik een minder leuk mens, omdat ik zo gestrest was.” Waarom zijn we allemaal zo ‘Fokking Druk’, vroeg hij zich af. Hij ging op onderzoek uit en deelt zijn bevindingen om mensen in een prestatiegerichte samenleving een steuntje in de rug te bieden. 

Ja, waarom zijn we eigenlijk allemaal zo ‘fokking druk’? 

“We linken het aan status. Als we zeggen dat we druk zijn, zeggen we eigenlijk dat we een verantwoordelijke baan hebben en belangrijk zijn. Dat heeft met onze tijdsgeest te maken; het allerbeste uit jezelf halen is de norm geworden. Mensen denken ‘als ik geen goede baan heb, een huis in Amsterdam en een leuke relatie met iemand die in al mijn behoeften voorziet, dan ben ik een loser’. Zo zijn we gaan geloven dat een druk leven een goed leven is. Maar dat brengt ook stress met zich mee.”

Werk kan ook uit

Wat kunnen we doen aan die stress?  

“Stress ervaart iedereen wel eens. Incidentele stress kan zelfs goed zijn. Je prestaties worden er beter van en het heeft een positief effect op je hersenen. Maar wanneer je te lang in het rood zit en niet meer in het groen komt, wordt het gevaarlijk. Hoe meer stress je ervaart, hoe groter de kans dat je op een gegeven moment namelijk in een burn-out terechtkomt. Dan heb je zoveel stress dat je niet meer kunt functioneren. Je komt daar niet zomaar in terecht. Het probleem is echter dat mensen meestal niet durven aan te geven dat ze stress ervaren. We willen natuurlijk wel dat mensen dat kunnen aangeven, zodat een burn-out voorkomen wordt.”

Wat moet er volgens jou veranderen om de burn-out epidemie een halt toe te roepen?

“Voor mij gaat het er niet om uit de ratrace te stappen, maar wel om te signaleren wanneer je in het rood schiet. De primaire verantwoordelijkheid ligt bij jezelf, om iets te doen aan je stress. Dat betekent niet dat werkgevers, universiteiten of ouders niets moeten veranderen. Maar wel dat je het zelf in de hand hebt om stress bij jezelf op te merken én er iets aan te doen.

“Daarom denk ik dat het goed is als mensen op de middelbare school al leren hoe ze grenzen aan kunnen geven en hoe ze met stress om kunnen gaan. En ook op werk moeten we meer aandacht besteden aan stress en burn-outs. Dat het een soort basiskennis wordt. Ik denk dat we de samenleving niet stressvrij kunnen maken, maar onszelf wel stressbestendig.”

Thijs Launspach

© Bente Hilkens

Schreef je daarom het boek ‘Werk kan ook uit’?

“Ja, dat gaat ook echt over hoe je zo kunt werken dat je wel je doelen behaalt en tegelijkertijd ervoor zorgt dat de stress je niet te pakken krijgt.” 

En hoe zorg je ervoor dat stress je niet te pakken krijgt? 

“Het gaat om drie dingen. De eerste is ‘weten wat jouw specifieke stress-signalen zijn’. Dat is voor iedereen anders. Bij mij is dat bijvoorbeeld dat ik snel geïrriteerd raak, bijvoorbeeld door mijn computer of het verkeer, of door mijn vriendin die toevallig thuis is. Als ik dan niet uitkijk, krijg ik hoofdpijn en ga ik slechter slapen. Mijn stelling zou zijn: die signalen moet je van jezelf kennen. Het is niet altijd makkelijk om erachter te komen. Soms kunnen anderen je daarbij helpen door aan te geven wanneer ze stress bij je zien. Zodra je weet wat je stress-signalen zijn, kun je daarop reageren en ernaar handelen. Door bijvoorbeeld rust te nemen of een project af te zeggen. 

“Punt twee is ‘goed voor jezelf zorgen’. Hoe gezonder je fysiek bent, hoe meer je mentaal aankunt. Dus een goed slaappatroon, gezond eten, voldoende bewegen, uitkijken met alcohol, niet te veel cafeïne en zorgen dat er elementen van spel in je week zitten. Bijvoorbeeld muziek maken of slap ouwehoeren met je vrienden in het café. En zorgen dat er momenten zijn met zo min mogelijk prikkels. Even uit het raam staren en niets doen, bijvoorbeeld. 

“En punt drie is ‘alle trucs om je werkdag zo effectief mogelijk in te delen’. Dat betekent: niet teveel op één dag plannen, zorgen dat je wat buffertijd hebt en weten hoe je prioriteiten stelt. Stel jezelf de vraag: ‘wat is nú echt nodig?’. En neem pauzes, dat zorgt voor meer effectiviteit. Als je tussendoor even een dutje doet, kan je daarna weer veel vol energie aan de slag.” 

Heb je het idee dat de manier waarop we met stress omgaan verandert? 

“Ik heb wel het idee dat we er inmiddels meer over mogen praten. Het welzijn van werknemers komt steeds meer op de kaart. Dus dat is redelijk hoopvol. Aan de andere kant lijkt de wereld op z’n kop te staan. Ik vrees dat je werknemers goed behandelen wordt gezien als een extraatje. Dus met deze corona crisis denk ik dat werkgevers hun werknemers niet perse beter gaan behandelen. Maar goed, mensen ervaren nu ook meer hoe het is om een rustiger leven te lijden. Ik hoop dat ‘rust nemen’ blijft hangen.”

Werk kan ook uit

In je boek heb je het over fuck-you-geld. Wat is dat?

“Wanneer je op je werk weinig controle ervaart en je het gevoel hebt dat dingen je overkomen, dan ervaar je meer stress. Een van de dingen die je kunt doen om minder stress te ervaren, is voor jezelf een keuzemogelijkheid inbouwen. En dat kun je creëren door een potje geld te hebben om te kunnen overleven als je het niet eens bent met je baas en deze besluit je op straat te zetten. Stel dat je baas wil dat je tot laat doorwerkt en ook in het weekend komt opdagen. Dan kun je altijd ‘nee’ zeggen, omdat je een noodoplossing hebt. Dus: creëer een onderhandelingspositie voor jezelf.”  

En wat als je niet een potje geld achter de hand kunt houden?

“Om mij heen zie ik mensen die zeggen: “Ik kan mijn leven nergens anders leven dan in Amsterdam”. Daar zit een prijskaartje aan. Wanneer je een dure levensstijl hebt, wordt het lastiger om je baan zomaar op te zeggen. Daarin heb je dan een keus om je onderhoudskosten laag te houden of heel veel te werken.” 

Ook heb je het over hoe je bij grote drukte je hoofd koel houdt. Hoe doe je dat? 

“Je moet je hoofd niet gebruiken waar het niet goed in is. Je kan bijvoorbeeld niet meer dan vier dingen tegelijkertijd onthouden. Als je dat wel probeert, moet je jezelf de hele tijd herinneren aan wat je nog allemaal moet doen. Dat zorgt voor ruis. Dus het beste is om het ergens op te schrijven of naar jezelf te mailen.”

En hoe kun je omgaan met het imposter syndrome?

“Dat houdt in dat mensen het gevoel hebben alsof ze de boel aan het bedriegen zijn. Dat ze net doen alsof ze iets kunnen, maar elk moment ontmaskerd kunnen worden. Het probleem hierbij is: van anderen ken je de succesvolle informatie. Bij jezelf ben je ook nog bekend met een andere informatiebron: twijfels en onzekerheden. De truc is om te realiseren dat anderen net zo’n oplichter zijn als jij. We kunnen zowel succesvol zijn als af en toe onzeker.” 

Je legt ook uit hoe je effectief kunt thuiswerken. Daar ben ik wel benieuwd naar. 

“Als je opeens thuis gaat werken, dan kunnen er dingen door elkaar gaan lopen. Dat mensen dan ‘s avonds nog even wat gaan doen. Het gevaar is dat je altijd aan het werk bent. Daarom is het belangrijk om onderscheid te maken tussen je werk- en leefplek. Dat je eigenlijk een klein kantoortje maakt in huis. Door bijvoorbeeld een werkstoel uit te kiezen waar je normaal nooit op zit. Of een ritueel te bedenken waar je dag mee begint: door koffie uit dezelfde kop te drinken of een bepaald nummer te luisteren. En de dag te eindigen met het maken van een lijstje met wat je nog moet doen.” 

Je geeft lezingen over stress en burn-outs aan bedrijven. Wat is de gekste vraag die je ooit hebt gekregen?

“Dat was bij een biomedisch concern. Nadat ik een heel verhaal had verteld over goed voor jezelf zorgen en wat stress-signalen zijn, kreeg ik de vraag: “Kunnen we niet gewoon een medicijn verzinnen voor stress?” Toen dacht ik ‘oh ja, dat is de manier waarop we tegenwoordig willen werken. We willen wel gewoon minder stress, maar we willen er niet te veel voor doen’.”

In een ideale situatie, hoe ziet de samenleving er voor jou dan uit? 

“Dan hebben we een vier- tot zes-urige werkdag in plaats van acht en is er een basisinkomen. We hebben veel preventie op het gebied van burn-outs. Managers zijn in staat om op tijd te signaleren wat er aan de hand is. Mensen durven aan te geven wanneer ze stress hebben en jongeren ervaren niet zo’n enorme prestatiedruk. Eigenlijk is er dan gewoon een kloppende balans tussen inspanning en ontspanning. En verder schijnt de zon altijd en is corona de wereld uit.”

Wat ga je deze zomer doen? 

“Ik had gepland om over een paar weken een sabbatical in te gaan en een nieuw boek te schrijven. En misschien ga ik vanaf september op Bali zitten. Dan stel ik me zo voor dat ik daar een brommertje heb, wat lokale eettentjes af ga en ‘s ochtends ergens op een resort veel te dure yogalessen volg. De rest van mijn tijd spendeer ik aan het verwerken van aantekeningen. En aan het einde van de dag lig ik op het strand.” 

Meer van deze serie:

Zomergesprek met Saskia Mulder: “Zo hebben we maar een halve aarde nodig.”

Zomergesprek met Lakiescha, Veronika en Sohna: dankzij deze vrouwen is racisme en discriminatie nu verplichte kost op school

Iedere week een flinke dosis positiviteit en blikverruimende kennis in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang gratis ons nieuwste e-magazine. Inspiratie gegarandeerd.

Tekst door: Roanne van Baren

REAGEER