Welkom op het snelst groeiende inspiratieplatform voor een socialer en duurzamer Nederland

Blik op burn-out: Dit moet je weten volgens een therapeut

27 september 2018 -

Het is tegenwoordig bijna een kunst om overeind te blijven. In een burn-out raken lijkt zo gepiept. Maar ervan af komen, dat is een ander verhaal. We maakten een serie waarin een stressexpert, een burn-out survivor ofwel een ervaringsdeskundige en een werkgever vertellen over hun ervaringen met het fenomeen. Susanne van Sytzama heeft een praktijk voor Integratieve Psychotherapie en vertelt je deze week alles over stress en burn-out.

We zien de termen stress en burn-out bijna dagelijks voorbij komen maar ze blijven toch wat leeg. Waarschijnlijk ook omdat er veel verschillende definities en omschrijvingen zijn. Even Googlen levert al veel resultaten op. Bijvoorbeeld:

  • Verschijnsel van emotionele uitputting, depersonalisatie en een gevoel van verminderde persoonlijke bekwaamheid ten gevolge van langdurige overbelasting op het werk.
  • Burn-out is de naam van een psychische aandoening waarbij de patiënt emotioneel uitgeput is en weinig kan presteren.
  • Engels woord voor zich over de kop werken.

Echt concreet zijn deze definities niet. Omdat ik nieuwsgierig ben naar wat een burn-out precies inhoudt, hoe je herstelt van een burn-out én hoe je ervoor zorgt dat je het überhaupt niet krijgt, schakel ik hulp in van Susanne van Sytzama. In haar praktijk voor Integratieve Psychotherapie begeleidt ze veel mensen met stress en burn-out.

Wat houden stress en burn-out voor jou als integratief therapeut in?

“Stress is niet per se slecht”, stelt Susanne. “Het zorgt voor alertheid en dat kun je gebruiken als je bijvoorbeeld een spannende prestatie gaat leveren.” Onze voorouders in de oertijd hadden de adrenaline en cortisol die stress veroorzaakt nodig, bijvoorbeeld als ze moesten vluchten of vechten in een bedreigende situatie. Zodra ze weer veilig waren, konden ze weer ontspannen. En dat is de hele issue: dat het na een stressvol moment van belang is iets te doen dat je stress vermindert. “In een gezonde situatie pieken stressmomenten en zakken ze daarna weer. Maar als je niet weet dat je stress hebt, niet weet hoe je ermee om moet gaan, of er aan een stuk door stressvolle momenten zijn, zakken je stresshormonen niet. Als je lange tijd chronische stress hebt kan dat leiden tot een burn-out.”

Bij veel mensen die een burn-out hebben ziet Susanne dat ze zijn gaan leven volgens een of meerdere strenge overtuigingen of gedachten (de ‘moeters’). Leven vanuit deze ‘moeters’ is vaak ongemerkt een vanzelfsprekende levenswijze ofwel overlevingsstrategie geworden. Een strategie die met een goede reden vaak op jonge leeftijd is ontstaan. Die toen nodig was of waarvan we dachten dat die nodig was. Zo kan het een strategie geworden zijn om te leven vanuit de overtuiging dat je alles altijd zo goed mogelijk moet doen, om te zorgen dat je niet afgewezen wordt. Het leven vanuit de ‘moeter’ is dan ten koste gegaan van voelen, intuïtie en fysieke sensaties.

“Leven vanuit de ‘moeter’ kan ten koste gaan van voelen, intuïtie en fysieke sensaties. Als je dat langdurig doet, kan dat zoveel stress en uitputting geven dat het leidt tot een burn-out.”

In een gezonde situatie ben je je bewust van denken en voelen en kun je kiezen hoe je met je gedachten en gevoelens wilt omgaan. In een burn-out situatie heeft iemand te lang alleen maar dat gedaan wat moet en alle andere behoeften naar de achtergrond verbannen. Er is iets ontstaan waardoor ze volgens hun overtuiging zijn gaan leven zonder te beseffen dat ze een keuze hebben om zich zo te gedragen of niet.

“Als je het visueel wilt maken kun je je deze dynamiek tussen voelen en denken voorstellen als twee losse ballen. Bij langdurige stress wordt de ‘gevoel’ bal langdurig onder water gedrukt door de ‘moeter’, die overtuiging. Maar zodra die overtuiging loslaat knalt het gevoel omhoog. Vaak komt er dan enorme boosheid, verdriet of angst aan de oppervlakte. Of gaat iemand los in onbegrensd gedrag. Dat komt doordat we alleen maar dingen doen die we moeten doen, en we ons daardoor niet bepaald gelukkig voelen.”

Als je lange tijd zo leeft kan dat zoveel stress en uitputting geven dat je lichaam uiteindelijk zegt “dit kan niet meer”. Cliënten met een burn-out hebben heel verschillende klachten, maak wat je vaak ziet is heel erg vermoeid zijn, snel boos en geïrriteerd zijn, je onrustig voelen, geen zin hebben in dingen (maar ze toch doen), je verdrietig of zelfs depressief voelen, uitputtingsklachten, paniekaanvallen, wisselend eten, een ongezond eetpatroon hebben en niet regelmatig rust nemen. “En een belangrijke indicator is slecht slapen.”

Burn-out slecht slapen

Jaarlijks loopt meer dan een miljoen mensen het risico op een burn-out en andere werkgerelateerde ziektes. Dat is enorm zorgwekkend. Weet jij hoe dat kan?

“Tjah… We leven in een maatschappij die nogal wat van ons vraagt. We ervaren dat we heel veel moeten.” Daarbij voegt Susanne zich bij andere specialisten die onder ander de prestatiemaatschappij als grote boosdoener zien. Er zijn nogal wat ballen die we hoog moeten houden en alles is ook nog eens zicht- en meetbaar. Ook is er een enorme toevoer van prikkels. Je telefoon gaat de hele dag, je e-mail staat altijd aan. Iedereen kan elkaar de hele dag bereiken. Dat zorgt er ook voor dat de snelheid van werken heel hoog ligt. Iedereen verwacht binnen een uur een reactie. “Dat is voor heel veel mensen  – onafhankelijk van de innerlijke dynamiek – zonder dat ze het in de gaten hebben een last. Mensen zitten daardoor veel sneller aan hun taks.”

Toch zijn er ook mensen die zich wél staande weten te houden in onze prestatiemaatschappij. Hoe komt het dat sommige mensen maanden of zelfs jaren thuis zitten en anderen veel minder last hebben?

Er zijn bepaalde kwaliteiten of patronen die ervoor zorgen dat mensen moeite hebben met een prestatiemaatschappij. Bijvoorbeeld een groot verantwoordelijkheidsgevoel en een perfectionistisch patroon. En als je daarbij ook nog eens sensitief bent kan het lastig worden. Deze combinatie zorgt er namelijk voor dat mensen aanvoelen wat anderen van ze verwachten, daar aan willen voldoen en dat ook nog eens zo goed mogelijk willen doen.

“Wat mensen niet moeten vergeten”, stelt Susanne, “is dat dit stuk voor stuk prachtige kwaliteiten zijn. Mits je de keuze kunt maken wanneer en hoe je ze inzet. Bij mensen die een burn-out oplopen zie je dat ze op hele jonge leeftijd (vaak onbewust) hebben besloten dat iets doen volgens deze patronen de enige manier is. Alles komt ervan in dienst te staan. Ze ervaren niet dat ze keuzevrijheid hebben. Niet dat het kwaliteiten zijn die je in kunt zetten, maar een overlevingsstrategie waarover je geen controle hebt. Ze moeten in plaats van mogen.” Die overtuigingen nooit meer ervaren, dat is de essentie van heling volgens Susanne niet. “De essentie is dat je keuzevrijheid hebt. Dat je kan kiezen hoe je met je gedachten en gevoelens wilt omgaan. Pas dan kun je ze positief voor jezelf inzetten.”

Dat klinkt niet als iets dat je zomaar even doet. Wanneer mensen in een burn-out zijn beland en ze komen bij jou, wat kun jij als therapeut dan doen om ze te helpen?

“Er zijn allerlei manieren om mensen met een burn-out te helpen. Als integratief therapeut werk ik van binnen naar buiten en volgens een holistische visie. Mijn methode verschilt van bijvoorbeeld de veel bekendere cognitieve gedragstherapie, dat meer gericht is op gedachtes en gedrag. Maar de eerste stap is altijd zorgen voor rust, reinheid en regelmaat. Soms is dat lastig als een cliënt nog steeds in de ‘doorgaan-stand’ staat, maar het is een onmisbare stap: de motor moet echt eerst in de cooldown stand komen.”

In deze fase is het van belang dat iemand regelmatig slaapt, eet en drinkt, beweegt en naar buiten gaat in z’n eigen ritme (niet in de prestatie). Als je al met vrienden wil en kan afspreken, hou het dan kort. Plan maar één dag vooruit, en niet een hele week. Zorg dat je elke dag op een vast moment iets doet waar je van geniet. En als je veel piekert, kies dan een vast moment van de dag waarop je al je piekergedachtes laat komen en schrijf ze op. Ga daarna iets heel anders doen. “En”, zegt Susanne, “heb compassie en geduld met jezelf. Verlies de moed niet ook al lijkt het soms zinloos. Zorg voor jezelf en oordeel niet te hard.”

“Door streng te zijn heb je vaak veel bereikt, maar ben je tegelijkertijd ook waar je nu bent: opgebrand.”

Als iemand eenmaal een beetje op kracht is gekomen is het tijd om echt aan de slag te gaan. Susanne ziet dat er meestal geen goede balans is tussen voelen en denken en dat iemand onbewust leeft vanuit  een overtuigende gedachte. Vanuit de integratieve visie helpt ze iemand bewust te worden van deze overtuigingen. En dat iemand deze overtuigingen heeft en niet is. Als dat bewustzijn er eenmaal is komt er meer ruimte voor je gevoel. In het begin kan dat heftig zijn, want alle emoties die weggestopt waren komen ineens naar boven. Tijdens de sessies leer je om meer contact te maken met je gevoel.

En dan? “Vervolgens ontdek je hoe je vanuit je eigen kracht constructief  kunt omgaan met je gedachten en gevoelens op een manier die bij jou past in het hier en nu. Dan doorbreek je als het ware je overlevingsstrategie. Hoe meer je je er bewust van bent dat je een gevoel en een denken hebt, hoe makkelijker het wordt om zelf te beslissen hoe je daarmee om gaat. Je hoeft niet altijd te handelen volgens je gedachten of gevoelens, je kunt zelf autonoom kiezen hoe je met je gedachten en gevoelens omgaat. Of je ernaar luistert of niet. In die zin kun je je eigen leven aansturen.”

Is die bewustwording de key naar een stressvrij leven? En heb je daarvoor nog andere tips? Of één ultieme?

Nee, want een stressvrij leven bestaat niet. En dat is niet erg, want stress is dus niet per definitie slecht. “Maar”, stelt ze “je kan wel streven naar een gebalanceerd leven. Mijn ‘ultieme tip’ voor een gebalanceerd leven is het leren herkennen van je eigen patronen. Moet je veel en mag je weinig? Of doe je juist alleen wat je wilt zonder daarbij na te denken?”

Ik moet denken aan een stuk dat ik ooit las waarin iemand vertelt hoe hij zijn weekend spendeert na ‘vijf dagen buffelen in de graftombe die kantoor heet’. Het antwoord: dronken in de kroeg of brak in bed. Dat klinkt heftig maar is voor veel twintigers heel herkenbaar. Want, zo stelt de schrijver: ‘Vijf dagen achter elkaar ben je op tijd opgestaan en naar je werk gegaan, heb je dingen gedaan voor andere mensen die je niet per se wilde doen, maar nu je iets moet doen waar je zelf wat aan hebt weigert elke vezel in je lichaam.’ Susanne antwoordt bevestigend als ik vraag of dit zo’n soort patroon is. “Het kan geen kwaad om eens vrijblijvend een therapeut op te zoeken die samen met jou kijkt naar je patronen. Soms is inzicht al voldoende om een heleboel te verbeteren”, zegt ze.

“Als je elk weekend alle teugels laat vieren en van kater naar kater leeft, kan dat duiden op een disbalans van je innerlijke dynamiek.”

Andere tips van zijn:

  • Luisteren naar lichamelijke signalen. Deze signalen zijn duidelijker en het is makkelijker dan op eigen houtje je innerlijke dynamiek te ontcijferen.
  • Bewust zijn van dat je stress hebt. Want pas dan kun je er mee om gaan (en bijvoorbeeld rustmomenten pakken).
  • Leren om op een gezonde manier te herstellen van stress. Vraag je af wanneer je stress hebt en wat voor jou werkt om te herstellen van stress.
  • Actie ondernemen als je merkt dat stress negatieve gevolgen voor je heeft. Bezoek een therapeut als je er zelf niet uit komt.

Tot slot: Wat wil je mensen die nu in een burn-out zitten meegeven?

“Doe het niet alleen. Je hebt vaak al zo veel ‘alleen’ gedaan.  Zoek de beste hulp die je kan vinden en waarbij jij je goed voelt. Wie dat ook is en wat zijn of haar methode ook is. Zoek iemand met wie je een klik hebt en bij wie je je veilig voelt. Iemand die je kan begeleiden in wat je nodig hebt. En heb compassie met jezelf, want door streng te zijn heb je vaak veel bereikt, maar ben je tegelijkertijd ook waar je nu bent: opgebrand. Oh, en: geef jezelf de tijd.”

Over Susanne van Sytzama en integratieve psychotherapie

Susanne heeft een praktijk voor Integratieve Psychotherapie waarin ze werkt volgens een holistische visie. Daarin wordt een mens gezien als één geheel: gedrag, emoties, denken, lichaam, spiritualiteit en sociale omgeving zijn met elkaar verbonden en beïnvloeden elkaar. Het uitgangspunt van integratieve psychotherapie is dat ieder mens uniek is. Elke behandeling is dat dus ook. Tijdens haar sessies werkt ze van binnen naar buiten, vanuit een eigen gevoels- en denkwereld naar de buitenwereld. Want zodra je je binnenwereld anders ervaart ga je de buitenwereld ook anders zien. Door deze vorm van therapie is het makkelijker om weer contact te maken met het gevoel. “Dat is belangrijk, want dat is juist het onderdeel dat tijdens een burn-out in de vergetelheid is geraakt” stelt Susanne. Om die reden is integratieve therapie een effectieve vorm van therapie bij cliënten met stress- en burn-out klachten. 

Meer uit deze serie: Blik op burn-out: Een ervaring waarvan je kunt leren

Tekst door: Marije

REAGEER