Zomergesprek met Lodewijk Hoekstra: waarom we onze tuin moeten laten verrommelen

In onze reeks Zomergesprekken interviewen we mensen die iets bijzonders doen op weg naar een duurzame en sociale samenleving. We spreken Nederlands bekendste tv-tuinman Lodewijk Hoekstra over biodiversiteit en een groene leefomgeving. Want: “Groen is gezond. Vitamine G noemen ze dat.”

Van kinds af aan was Lodewijk Hoekstra al in de natuur te vinden. Hij sprong over slootjes en speelden in weilanden. De hoveniersopleiding was een logische keuze, gezien zijn voorliefde voor de natuur. Tijdens zijn opleiding merkte hij dat hoveniers voornamelijk bezig waren de natuur zo te modelleren dat het doet wat zij wilden. Een maakbaarheid visie die Lodewijk niet zag zitten. Sindsdien werkt hij samen met de natuur en vooral niet tegen haar. Hij werd het gezicht van de groensector en dat is een gunstige positie voor zijn missie: “Ik wil bijdragen aan een betere wereld.”

Hoe maak je de wereld een beetje beter?

“Met NL Greenlabel probeer ik samen met Nico Wissing een duurzame leefomgeving te promoten. NL Greenlabel is een netwerk van 200 bedrijven die werken met een soort duurzaamheidspaspoort. Daarmee kunnen we meten hoe ecologisch, klimaatadaptief en duurzaam een bepaalde omgeving is. Zo wordt het inzichtelijk welke gebieden bijdragen aan de gezondheid van mens, dier en natuur. En kunnen we monocultuur verminderen en biodiversiteit bevorderen. We adviseren gemeenten en projectontwikkelaars. Het eerste waar zij zich meestal mee bezighouden is hoeveel geld bepaalde interventies opleveren. Daarna wordt pas gekeken naar duurzaamheid. Wij draaien dat om.”

Je werkt ook samen met woningbouwverenigingen. Welke ontwikkelingen zie je hier als het gaat om samenleven met de natuur?

“Er is grote woningnood. We hebben een miljoen woningen nodig. Dat biedt ook mogelijkheden om op op een duurzamere manier te bouwen. Eigenlijk moet natuurinclusief bouwen het uitgangspunt zijn. Daar zouden gemeenten ook op moeten aansturen. Dat ze zeggen: “Als je hier bouwt, zorg dan dat de vleermuizen wel kunnen blijven.” Dat zie je wel gebeuren bij nieuwbouwwijken in natuurgebieden. In de wijk Kerckebosch in Zeist worden schelpenpaden en bloemenbermen aangelegd, en voor de bouw worden lokale materialen gebruikt. Deze aanpak vraagt om meer samenwerking tussen verschillende sectoren. Dus dat mensen van de bouw samen gaan werken met mensen die over natuurbehoud gaan.”

Is er vanuit de samenleving ook meer behoefte om duurzaamheid voorop te stellen?

“Zachtere waarden beginnen meer te landen in de samenleving. Dat komt ook door het momentum. We hebben dagelijks te maken met berichten over klimaatverandering en verlies van biodiversiteit. Tegelijkertijd zien we dat ‘nul op de meter’ woningen heel belangrijk worden gevonden, maar het tegengaan van het verlies van biodiversiteit staat nog minder hoog op de agenda.”

Waar moeten we volgens jou naartoe?

“Vooral de groenvoorzieners moeten een andere pet opzetten. Dat vraagt om een omslag in denken: van schoffelaars naar ecospecialisten. Dan krijgen ze meer een sociaal maatschappelijke functie en dat is nodig. Groen heeft een gezonde werking op ons leven. Vitamine G noemen we dat. Het moet minder als decoratie of architectenpeterselie worden gezien, maar als waardevol voor de mens.”

Zijn we op de goede weg?

“In Nederland zijn we goed bezig. En als we verder gaan met verduurzaming zou Nederland wel eens een showcase kunnen worden voor de wereld. Maar zover zijn we nog niet. In Nederland hebben we ook een netheidscomplex, waarin alles aangeharkt moet zijn. We zijn nog steeds vrij materialistisch ingesteld. De vraag is of mensen leren consumeren op een manier waarop de wereld er niet slechter van wordt.”

In je artikelen heb je het ook over dat we op een andere manier moeten kijken naar de relatie tussen mens en natuur. Wat bedoel je daarmee?

“In mijn eigen tuin heb ik aan de ene kant vaste planten en aan de andere kant een strook met onkruid waar ik niks aan doe. De onkruid strook bloeit veel eerder in het voorjaar en er is een grote biodiversiteit. We hoeven de natuur niet altijd te controleren, maar gewoon haar gang laten gaan. En dus geen kunstgras en tegels in je tuin aanleggen.”

Als je bij de Action spullen blijft kopen, heeft dat invloed op de wereld.

“Als je in de stad woont, kun je ver van de natuur afstaan, waardoor we die relatie met de natuur niet altijd ervaren. Het gaat om bewustwording dat we onderdeel zijn van de natuur en dat we door de keuzes die we maken impact hebben op de natuur. Als je bij de Action spullen blijft kopen, heeft dat invloed op de wereld. Door duurzamer te consumeren worden we meer onderdeel van de natuur.”

Niet iedereen kan biologisch eten en zonnepanelen betalen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat ‘groen’ voor iedereen is?

“Dit is een moeilijk vraagstuk. Er zijn ook kleine dingen die je kan doen, bijvoorbeeld je regenpijp afsnijden. Dan gaat het regenwater niet het riool in maar rechtstreeks de natuur in. Of je tuin zijn vrije gang laten gaan. En ik denk dat een gezonde leefomgeving door verschillende instanties gerealiseerd moet worden; door woningbouwcorporaties, gemeenten et cetera. Als we de 17 doelen van de VN als vertrekpunt nemen kunnen we zowel biodiversiteit als armoede tegengaan. In die doelen kunnen we elkaar vinden en vanuit het gemeenschappelijke idee van wat duurzaam is een gezonde leefomgeving creëren.”

Meer van deze serie:

Iedere week een flinke dosis positiviteit en blikverruimende kennis in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief. Inspiratie gegarandeerd.