Het nieuwe wonen: hoe maken we wonen vrijer, duurzamer en betaalbaarder? 

Wie op zoek is naar een woning loopt tegen de beperkte mogelijkheden van de huizenmarkt aan. Veel van ons willen vrijer, duurzamer en betaalbaarder. Maar hoe? Tijd om ‘het nieuwe wonen’ te realiseren. 

“Eigenlijk best ziek hè, dat deze huizen nu 500.000 euro zijn, terwijl ze honderd jaar geleden gebouwd zijn en de bouwkosten er allang uit zijn”, zeg ik tegen mijn vriend als we langs een rijtje huizen in Nijmegen fietsen. We kijken met verbazing naar de verzameling bakstenen met her en der wat glas en hout. “Ja, voor auto’s betaal je op een gegeven moment geen drol meer, maar huizenprijzen blijven stijgen en stijgen”, antwoordt hij. 

Als jong millennial stel – zoekend naar een woning om samen te kunnen floreren – zijn we overgeleverd aan een woningmarkt die er niet voor ons lijkt te zijn. We zien hoe degenen met rijke ouders mee kunnen met de boot, hoe de meesten elke maand 1200 à 1400 euro aan een huisjesmelker doneren, hoe anderen rijk proberen te worden met cryptomunten om wel mee te kunnen doen, hoe babyboomer-stellen in huizen wonen waar je met z’n achten kan verblijven en hoe sociale huurwoningen elke week worden verloot onder 2000 mensen.

Een ‘terechte’ behoefte 

In de huidige woning-ratrace zou je bijna vergeten dat wonen een basisbehoefte is. Onderdak maakt dat we lekker in ons vel zitten, tot rust kunnen komen en vanuit daar nieuwe stappen in het leven kunnen zetten. 

De Britse denker George Monbiot gaat een stapje verder: ‘land’ is een basisbehoefte. Als antropoloog heeft hij gezien hoe inheemse volkeren gek werden wanneer zij hun land verloren: “Ze raken vervreemd en gaan aan de drank en drugs.” En wij hebben precies hetzelfde meegemaakt, ziet Monbiot: “Wij zijn ons land, dorp, gemeenschapszin en rituelen kwijtgeraakt, evenzeer als de inheemse volkeren in andere werelddelen. Met dezelfde gevolgen. En dan vragen we ons af waarom we zoveel problemen hebben?” 

Het nieuwe wonen

Het is noodzakelijk dat de mens de relatie met zichzelf, zijn naasten en de natuur terugvindt, stelt Monbiot. En dat is precies wat een groeiend aantal mensen wil. CPO’s (collectief particulier opdrachtgeverschap) zijn in opkomst en op zoek naar een stuk grond om een tiny house-gemeenschap of ecodorp te beginnen. De ‘Living off the grid NL’-facebookgroep telt zo’n 36.000 leden. En de Nijmeegse Stadsnomaden – een groep mensen die in pipowagens en campers woont op braakliggende gebieden – ontvangen dagelijks meerdere e-mails van mensen die graag bij hun zouden komen wonen. 

De wens is er. Maar de mogelijkheden voor het nieuwe wonen zijn beperkt en ingewikkeld. Een CPO beginnen betekent heel wat papierwerk en bureaucratische rompslomp waar makkelijk een paar jaar overheen gaat voordat alles rond is. Wie geen zin heeft in de bureaucratische molen zoekt het in de illegaliteit door op een boerenerf, een camping of vakantiepark te bivakkeren. Waarom is het eigenlijk zo moeilijk om te verwezenlijken wat in de kern nogal basic is?

Wie heeft recht op land? 

De verdeling van grond is gebaseerd op ‘het recht van de sterkste’, transitieleider Damaris Matthijsen. Grond is een handelsmiddel geworden, waardoor een klein groepje mensen in het bezit is van heel veel land. Wat wil zeggen dat zij kunnen bepalen wat er met dit land gebeurt. En dat klopt niet, ziet Damaris: “Want grond is net zoals water en frisse lucht een gemeenschappelijk goed waar iedereen toegang tot zou moeten hebben én waar iedereen over zou moeten kunnen meebeslissen.”

Als we een wereld willen creëren die recht doet aan mens en planeet, dan moeten we radicaal anders gaan nadenken over landbezit, stelt Damaris: “Op dit moment is onze samenleving gebaseerd op angst en controle”. Maar dat is een keuze, want we kunnen er ook voor kiezen om te leven vanuit liefde en vertrouwen. En dus niet ‘landjepik’ met elkaar te spelen vanuit angst dat je anders niks hebt, maar de grond die we hebben met elkaar te delen. Zodat mensen hun eigen woonvorm kunnen realiseren. 

Om op dit punt te komen moeten we een paar vastgeroeste mythes de wereld uithelpen: over hoe grond gebruikt hoort te worden, hoe we hierop horen te wonen en hoe mensen nu eenmaal zijn.

De ‘grond is schaars’-mythe

‘We hebben geen plek voor deze nieuwe woonvormen’, is het heersende idee. Maar we hebben in Nederland wel ruimte voor megaveel landbouw. De helft van ons land wordt gebruikt voor voedselproductie. Om daar verandering in te brengen, kunnen we twee dingen doen:

Het eerste is ‘minder vlees eten’. We verbruiken meer grond voor vee dan groenten. Op de een of andere manier hebben veel van ons nog steeds het idee dat we dagelijks een dood dier tussen onze kiezen moeten hebben, is te zien aan de stijgende cijfers van vleesconsumptie. Maar dat is niet waar, dus deze overtuiging is het waard te heroverwegen. De tweede is ‘minder exporteren’. Tachtig procent van de landbouwproductie wordt geëxporteerd naar het buitenland. Volgens de voorzitter van Agri & Food Dirk Duijzer is dit onnodig. In het Financieele Dagblad betoogt hij dat we in Nederland veel meer zouden moeten focussen op regionale kringlooplandbouw. En dit initiatief laat zien dat monotone landbouwgrond omgetoverd kan worden tot een natuurinclusief landschap met tussendoor tiny houses. 

De ‘maar dan ontstaat anarchie’-mythe

‘Die mensen gaan er dan zeker een anarchistische schorriemorrie bende van maken’, is de angst als het gaat om het nieuwe wonen. Daar zullen wellicht voorbeelden van zijn, maar deze zijn eerder uitzondering dan regel. Want zoals Rutger Bregman verkondigt: “De meeste mensen deugen”. 

Want de meeste mensen willen van de wereld een mooiere plek maken: waar mensen met elkaar in verbinding staan (niet dat geïndividualiseerde eenzame gedoe), waar de natuur kan bloeien en dieren kunnen dartelen. Niets om bang voor te zijn, eerder iets om te vieren. Bij deze daarom een overweging: misschien zijn de meeste mensen er niet op uit om de boel te slopen.

De ‘zo hoort het nou eenmaal’-mythe

We zitten nog vast in een idee over ‘hoe je hoort te wonen’ dat stamt uit de jaren vijftig: twee mensen ontmoeten elkaar rond hun studententijd, gaan een paar jaar later samenwonen in hun eerste appartement en als de tijd van gezinsuitbreiding is aangebroken, kopen ze een huis. Daarvoor moet gewerkt worden en hard ook. Inmiddels leven we al lang en breed niet meer in de jaren vijftig en zijn de behoeften verschoven. Zo zijn woongemeenschappen in opkomst, omdat mensen graag met meerdere gezinnen en verschillende soorten mensen willen wonen. Waar zij bijvoorbeeld de wasmachine kunnen delen en met elkaar activiteiten kunnen organiseren.  

Van schaarste naar overvloed

Wonen kan anders. Het vraagt alleen om een radicale omslag in denken. Waarbij we grond niet langer zien als een vermarktbaar product, we wonen niet meer inrichten volgens de maatstaven van de jaren vijftig en we de angst voor anarchie loslaten. Er is genoeg land voor iedereen, we moeten het alleen willen delen met elkaar. 

In mij leeft ook de wens om het anders te gaan doen: een earthship te bouwen in de omgeving van Nijmegen samen met vrienden. Met veel groen en dieren. Dan zouden we mega ultra duurzaam en regeneratief leven en in verbinding staan met natuur, mens en dier. Een en al gezelligheid. Dus: wie heeft er een stukje land over waar ik deze droom mag realiseren? 

En als we er nog niet klaar voor zijn om de mythes los te laten: wie heeft rijke ouders te leen?

Iedere week een flinke dosis positiviteit en blikverruimende kennis in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang gratis ons nieuwste e-magazine. Inspiratie gegarandeerd.

Oorspronkelijk gepubliceerd op 6 juli 2021. Laatste update: 5 oktober 2021