Burn-outs, flexwerk en bullshit-jobs: Is ons arbeidsethos toe aan een update? 

Als je niet zou hoeven werken om geld in het laatje te krijgen, wat zou je dan doen? De meeste mensen antwoorden op deze vraag dat ze minder zouden gaan werken, dat ze ander werk zouden gaan doen of zouden stoppen met werken in de traditionele zin. Het huidige arbeidsethos is voor veel van ons niet ideaal. Is het tijd voor verandering? 

“Ik zou dan voornamelijk met mijn tuinen bezig zijn,” antwoord mijn moeder resoluut als ik haar vraag wat ze zou doen als ze niet meer ‘moest’ werken om geld te verdienen. Ze heeft twee moestuinen: een kleine dichtbij huis en een grotere iets verder weg. “Dan zou ik veel meer groenten en fruit kunnen produceren voor jullie allemaal,” voegde mijn moeder toe. Wij allemaal zijn: vier uitwonenden kinderen uit een samengesteld gezin, mijn oma en misschien ook nog wat vrienden. Wanneer ‘werk’ anders bekeken en ingericht zou worden, zou mijn moeder een meer vervuld leven leiden. En zij is niet de enige die baat heeft bij een herziening van ons arbeidsethos.

arbeidsethos

Een achterhaald arbeidsethos

De 40-urige werkweek is net zo ingeburgerd in onze samenleving als de fenomenen: ‘ontbijten’ en ‘nieuws lezen’. Vijf dagen per week acht uur een beroep uitvoeren, dat doe je gewoon. En op veel plekken is nóg meer werken de norm. Dertig procent van de werkende bevolkingsgroep werkt regelmatig over, blijkt uit cijfers van het CBS. Tel daar prestatiedruk, flexibele contracten, gedwongen zelfstandigen en bullshit jobs bij op en het is niet moeilijk te zien waar de groeiende groep mensen met burn-outs vandaan komt. Dat er iets niet helemaal lekker in ons huidige arbeidsethos is duidelijk.

Volgens socioloog Jamie McCallum – schrijver van het boek Worked over: how round-the-clock work is killing the American dream – is werk een belangrijke factor geworden voor onze identiteit en de mate waarin wij eigenwaarde ervaren. Wie kan zeggen dat ‘ie druk is, heeft het voor elkaar. McCallum wijst naar het kapitalisme als bron voor deze ontwikkeling. Want in een kapitalistische samenleving moet een burger zichzelf eerst bewijzen voordat deze iets waard is. Hoe meer legaal betaald werk, hoe meer aanzien, rechten en privileges, luidt de kapitalistische stelregel.

Dat dit arbeidsethos diep verweven zit in ons culturele DNA, blijkt uit onderzoek van het CBS. Driekwart van de Nederlandse volwassenen ziet werk als een plicht ten opzichte van de maatschappij. De meesten vinden dat je niet zelf mag beslissen of je wilt werken of niet. Pas wanneer je je plicht hebt vervuld, mag je doen waar je zin in hebt, vindt tweederde van de volwassenen.

De ‘vrije tijd’-behoefte

Alhoewel het ingebakken zit in onze levens, zouden de meeste mensen wel minder willen werken. Onderzoekers aan de universiteit van Cambridge hebben ontdekt dat niet meer dan acht uur per week werken goed voor ons is. In die acht uurtjes brengt werk een sociale context, structuur en een gevoel van identiteit. Maar ieder uur dat daar bovenop komt, draagt vooral bij aan een groeiende behoefte naar meer vrije tijd.

arbeidsethos

Nog maar 100 jaar geleden leek het erop alsof we minder zouden gaan werken en meer vrije tijd zouden krijgen. Machines zouden het werk overnemen. Tot de jaren ‘80 roet in het eten gooide: sindsdien zijn we alleen maar meer gaan werken. Volgens de Amerikaanse antropoloog David Graeber zijn de weggevallen banen door automatisering, massaal vervangen door werk in sales, management, administratie en dienstverlening. Banen waarvan de werknemers zelf het meest aangeven dat ze hun baan zinloos vinden en deze op maatschappelijk niveau minder bijdraagt dan banen in het onderwijs en de zorg. De beruchte bullshit jobs dus.

Als veel van deze functies geen directe of helemaal geen positieve impact op onze samenleving hebben en werknemers deze als zinloos ervaren, waarom zouden we ze dan niet schrappen en gewoon minder gaan werken?

Vrijetijds-angst

Omdat we bang zijn voor vrije tijd, denkt Rutger Bregman. Er zijn een aantal vastgeroeste ideeën in onze samenleving rondom het thema ‘vrije tijd’. We denken dat als we meer vrije tijd hebben, we luie-uit-ons-neus-vretend schorriemorrie worden. Dat we ons dan zullen vergrijpen aan de drank en de televisie de hele dag aanstaat.

Maar in veel gevallen blijkt juist het tegenovergestelde het geval te zijn. We zitten het meeste achter de buis aan het einde van een drukke werkdag. Niet als het vakantie is en we voldoende energie hebben om allerlei dingen te ondernemen. En we drinken het liefst na alle drukte van de week de spanning weg op de vrijmibo. Hebben we alcohol net zo hard nodig als we minder hard werken en een vervuld en zinvol leven leiden?

“Onder de ondervraagden zaten mensen die minder zijn gaan werken en zich na een tijdje niet meer konden voorstellen dat ze ooit tijd hadden om vijf dagen te werken,” vertelt Brendan Burchell aan NU.nl. Samen met zijn collega’s aan de universiteit van Cambridge onderzocht hij de achturige werkweek en ontdekte dat: “Als de aspecten van sociale status en schuldgevoel over weinig werken wegvallen, zie je dat mensen zich goed kunnen vermaken en daar dan vervolgens hun identiteit aan ontlenen. Aan hun creativiteit, hun muziek, het vrijwilligerswerk dat ze zijn gaan doen, tuinieren, de relaties die ze opbouwen en onderhouden.”

De solidariteitskwestie

In een vergrijzende samenleving waar belastingcenten nodig zijn om onze gemeenschappelijke voorzieningen te financieren, rijst de vraag of we wel minder kunnen gaan werken. Als we Rutger Bregman’s visie moeten geloven wel: de meeste mensen deugen en willen maar al te graag een maatschappelijke bijdrage leveren.

Mensen krijgen meer tijd om het onbetaalde werk te doen. En dat betekent: minder kosten voor de ouderenzorg (want we hebben meer tijd om met onze ouders en grootouders op te trekken), de gezondheidszorg (want onze mentale vitaliteit heeft veel baat bij tijd voor onszelf, naasten en hobby’s) en onderwijs (want we hebben meer tijd om onze kinderen te leren over alle dingen die belangrijk zijn in het leven). Kortom, minder werk levert minder belastinggeld op in de overheidskas, maar die heeft ook minder nodig omdat wij zelf meer zorg kunnen dragen voor de gemeenschap. Helemaal in lijn met de participatiemaatschappij.

En dit onbetaalde werk is wat ons a sense of belonging geeft, een belangrijke factor voor onze ervaring van zingeving. Het zou heel wat existentiële crises schelen, wanneer we de tijd hebben om zorg te dragen voor de plek waar we leven. Dat is niet alleen goed voor onszelf en de mensen om ons heen, maar ook beter voor de planeet.

arbeidsethos

Post-‘druk, druk, druk’-arbeidsethos

Uit het niets minder gaan werken is natuurlijk niet voor iedereen een optie, aangezien sommige mensen op dit moment fulltime moeten werken om financieel rond te kunnen komen. Een basisinkomen zou dan een uitkomst kunnen bieden. Of we kunnen stappen gaan zetten naar een simpeler en goedkoper leven. Dat laatste is Marjolein Jonker goed bevallen; zij ruilde haar rijtjeshuis en 9-tot-5 baan in voor een tiny house.

In ieder geval: hoe hardnekkig het huidige arbeidsethos ook is, we niet veroordeeld tot ons huidige arbeidsethos. We kunnen het anders gaan doen.

Dat vraagt om een shift in ons denken: van een ‘druk, druk, druk’-arbeidsethos naar een ‘wat is zinvol’-arbeidsethos. Want werken om het werken, geeft ons niet dat vervulde leven waar we allemaal zo naar snakken. We moeten onszelf nieuwe vragen gaan stellen: Waarom werken we? Wat is de essentie van werk? Waar worden we gelukkige mensen van? Wat willen we bijdragen aan de maatschappij? En is dat altijd werk dat betaald wordt, of spendeer ik liever meer tijd aan onbetaald werk? Dat kan ons helpen onze grootste wensen en dromen te verwezenlijken. Zoals mijn moeder die met meer tijd, meer kan genieten van haar tuin.

Iedere week een flinke dosis positiviteit en blikverruimende kennis in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang gratis ons nieuwste e-magazine. Inspiratie gegarandeerd.