Welkom op het snelst groeiende inspiratieplatform voor een socialer en duurzamer Nederland

Wat als… we zouden leven in volledig groene steden?

29 oktober 2020 -

Blijf ik in de stad of wil ik dichter bij de natuur wonen? Dat dilemma kent elke stedeling. Kies je voor dichtbij je werk wonen en de culturele voordelen van de stad, dan mis je het groen. En ga je in de Achterhoek wonen, dan mis je dat wat de stad te bieden heeft. Maar wat als je niet hoeft te kiezen? Wat als steden helemaal groen zouden zijn? 

Tijdens mijn bachelor Humanistiek las ik het boek: Ecotopia. 45 jaar na publicatie (1975) is het boek nog steeds actueel. In dit verhaal gaat een Amerikaanse journalist op excursie naar het afgescheiden fantasieland Ecotopia aan de westkust van de VS. Hier maken mensen gebruik van groene technologieën en leven op een alternatieve wijze. Ik droomde weg op dit verhaal en hoopte ooit in zo’n samenleving terecht te komen. In lijn met het verhaal van schrijver Ernest Callenbach, neem ik je mee in de utopische groene toekomst van stedelijk Nederland

De zomer van 2021

Op mijn 25ste verhuisde ik naar Nijmegen. Ik was net klaar met mijn master en stond voor het dilemma of ik in Utrecht bleef, naar Amsterdam verhuisde of terug naar Nijmegen ging. Mijn mensen waren verspreid over die steden, ik was evenveel te vinden in alledrie en elke stad had zo zijn charme die iets in mij prikkelde. Amsterdam was mijn geboortestad en had de vibratie van ‘alles is nog mogelijk’. Utrecht was de stad waar ik had gestudeerd en was geëmancipeerd van mijn jeugd. Nijmegen was de stad waar ik als puber mee naartoe was gesleept en wat uiteindelijk een geweldige plek bleek te zijn om op te groeien. ‘Hier bestaat  de menselijke maat nog,’ zei mijn moeder vaak. Nijmegen won. Het was een combinatie van de natuur die om de hoek was, goedkopere huur, minder prestatiedruk en toch ook wel die menselijke maat (wat dat dan ook mag betekenen). Het voelde als een keuze voor meer groen en gemeenschapszin en tegen een bruisende journalistieke carrière in de Randstad.

Nu – in het jaar 2030 – lachen we daarom. Want Nijmegen was niet eens zo groen als een echte groene stad er nu uitziet. De stad was misschien wel omringd door rijke bossen, vennen en heuvelachtige stuwwallen, maar de stad zelf… op een paar boompjes en parken na, viel dat ook allemaal wel mee. 

Maar eerst even terug naar het begin. Bijna tien jaar geleden, in de zomer van 2021, begonnen we met de vergroening van steden omdat we niet langer onder de gevolgen van klimaatverandering uit konden. In dat jaar bereikten de temperaturen een record. Twee weken lang was het aan één stuk door boven de 45 graden. We hebben het nu nog steeds over waar we in de zomer van 2021 waren. Steden werden zo goed als onleefbaar in de zomermaanden. Dus zag je rond die tijd een stroom vakantiegangers naar natuurgebieden trekken. Amsterdam leek in die periode wel een spookstad. De winkels waren dicht en de straten uitgestorven: er liep zelfs niemand op straat. De enigen die overbleven waren arme mensen die de stad niet konden verlaten en mensen die zichzelf opsloten in huis met de airconditioning aan. Dat was het moment dat de regering wakker werd. ‘Dit kan zo niet langer.’ Net als tijdens de coronacrisis bleek een plotselinge ommezwaai naar een hele nieuwe samenleving ineens wél mogelijk.

groene steden

Planten, planten en nog eens planten

Het eerste dat we deden was massaal planten in alle steden. Bomen, struiken, grassen, varens, eetbare planten, niet-eetbare planten, alles. We kregen in 2021 de hele maand september vrij om tegeltjes te liften, daken en balkons te vullen met gewassen, parkeerterreinen vol te gooien met groen en hele muren aan de binnen- en buitenkant te bekleden met mos. Industrieterreinen waren altijd van die lusteloze plekken. Nu zijn het een soort parken met tussendoor af en toe een gebouw. En al die platte daken zijn echt heel functioneel voor gras en zonnepanelen. Mensen gingen enthousiast aan de gang met hun tuin en zaaiden alles wat los en vast zat. 

Flora en fauna keerden door al dat groen vanzelf terug naar de stad. We zagen zelfs uilen zich nestelen op de daken van mensen. Ik zag hele kolonies dieren waarvan ik het bestaan eigenlijk niet eens kende. Met elke verwijderde tegel ging de biodiversiteit met sprongen vooruit. 

In deze maand verwonderde ik mij elke dag over waar groen wel allemaal niet kan groeien. Op lantaarnpalen is bijvoorbeeld nog zat ruimte voor een klimop. Ziet er ook gelijk veel beter uit dan zo’n grijs industrieel ding. Alles fleurde op door al dat groen in steden. En de gemoedstoestand van mensen ging mee. Vitamine G, noemde Lodewijk Hoekstra dat. 

Stad en platteland versmelten

Boeren en stedelingen leken een lange tijd tegenpolen van elkaar. De boer voelde zich niet begrepen door de stadsmensen en de stadsmensen hadden ook werkelijk geen idee wat boer zijn allemaal inhield. Ze kochten gewoon eten in de supermarkt en dat was het. Het stikstofprobleem was een groot probleem en boeren waren boos. Veel van hen hadden schulden en kregen desondanks te horen dat ze maar nog meer schulden aan moesten gaan om te verduurzamen. ‘We worden in de steek gelaten,’ zei een boer: ‘terwijl wij degenen zijn die zorgen voor het eten.’ 

Dus moesten we elkaar beter leren kennen. Na duizenden gesprekken tussen boeren, stedelingen, academici en ministers werd besloten dat landbouw op een totaal andere manier ingevuld moest worden.

Ten eerste kwamen er steeds meer stadsboeren. Dat zijn boeren die dichtbij een stad of zelfs in een stad hun voedsel verbouwen. Hiervoor werd door gemeenten actief ruimte gemaakt. Een leeg stukje grond: landbouw. En dan niet zomaar landbouw: nee, regeneratieve landbouw. Dan wordt de bodem niet uitgeput, maar juist zo vruchtbaar gemaakt en gehouden dat we nog jaren plezier hebben van dat stukje land. En dat niet alleen: voedselbossen sprongen uit de grond. De overheid besloot dat dit een gemeenschappelijk goed werd waar iedereen gratis van kon eten. In de buurt zorgden mensen samen voor het voedselbos.

groene steden

Ten tweede werden de ketens korter. In plaats van dat we naar de supermarkt gingen om opgekochte producten van boeren en leveranciers te kopen, werd het gestimuleerd om direct bij de boer te kopen. Dat deed de regering door boeren een budget te geven om hun producten zichtbaarder te maken. Maar de consument had hier zelf ook veel behoefte aan en zocht actief naar lokale producten.

Ten derde begonnen we de echte prijs voor producten te betalen. Men wees altijd naar de consument als verantwoordelijke voor de lage prijs van producten. Maar het bleek dat als iedereen de werkelijke prijs voor voedsel vraagt, mensen hieraan wennen. En dat niet alleen; doordat mensen meer betrokken werden bij het productieproces waren ze ook bereid om te betalen voor goede duurzame producten.

Ten vierde werd de productie van vlees gereduceerd. Vleesboeren werden hiervoor gecompenseerd en geholpen om ofwel biologisch vlees te produceren ofwel over te stappen naar de productie van groenten. 

Bij dit alles werden boeren niet aan hun lot overgelaten, maar geholpen. Door iedereen eigenlijk, want het belang van groene landbouw werd door de samenleving erkend en we wilden daar massaal aan bijdragen. 

Rust en harmonie

De mentaliteit van mensen veranderde. Groen zorgde voor een laagje rust over de stad. Amsterdam werd steeds mooier en groener. En ik besloot terug te keren naar mijn geboortestad. Het gesjeesde (zo noemde mijn moeder dat) vervaagde met elke nieuwe boom. De mensen tolereerde het niet meer om tussen uitlaatgassen ‘s ochtends vroeg naar hun werk te haasten, de hele dag te werken, ‘s avonds uitgeteld in de supermarkt wat eten bij elkaar te scharrelen en dat daarna voor de televisie naar binnen te harken. Het groen maakte dat mensen ontspanden en liever even van hun omgeving genoten. Mensen gingen vaker lopend of fietsend naar het werk en de auto werd sowieso niet meer gebruikt. Alle straten werden fietsstraten en dat zorgde voor nog meer rust.

De menselijke maat keerde terug. Door de rust fietsten mensen elkaar niet meer als dwazen voorbij, maar ontstond er ruimte om elkaar te groeten. Mensen maakten spontaan een praatje op straat en ouderen werden niet meer irritant gevonden door hun traagheid. Ze werden juist meer gezien en geholpen. Dat gold niet alleen voor ouderen, eigenlijk merkte iedereen dat er veel meer tijd en ruimte was om elkaar écht te ontmoeten. Eenzaamheid en depressie namen af en doen dat nog steeds.  

groene steden

28 oktober 2030

Inmiddels lijkt het alweer zo’n tijd geleden dat we in grijze steden leefden. Stedelingen leven nu samen met de natuur en landbouw. En dat zie je terug in alles. Als ik nu naar buiten kijk vanuit mijn stadse woning zie ik een oase van groen. Het is niet alleen gebleven bij het planten van groen. Alle bussen rijden nu op elektriciteit van zonnepanelen en windmolens. Auto’s mogen de stad niet meer in. Iedereen fietst en loopt. Alle huizen zijn van het gas af, extra goed geïsoleerd en hebben een warmtepomp. Mensen gaan ook anders om met hun afval. Steeds meer stedelingen hebben een eigen moestuintje op hun balkon of platte dak. En omdat ze dat vruchtbaar willen houden, composteren ze hun groene afval zelf. Veel mensen hebben zelfs een composttoilet. Plastic is verboden en alle overige verpakkingen worden zoveel mogelijk vermeden. Daarom neemt iedereen nu zijn eigen glazen potten mee naar de winkel. Gewoon uit silo’s rijst gieten in je pot werkt namelijk prima. Dit heeft gezorgd voor veel minder afval en CO2 uitstoot.

Het doel in het Klimaatakkoord van de Nederlandse regering om 49% minder broeikasgassen uit te stoten hebben we gehaald. We stoten maar liefst 70% minder broeikasgassen uit. En streven er bovendien naar om bijna niks meer uit te stoten. Niet alleen Nederlandse steden zijn vergroend. Over de hele wereld zijn steden vergroend of aan het vergroenen. De droogte is veel minder geworden en bizar hoge temperaturen hebben we de afgelopen zomers ook niet meer meegemaakt. We zien dat de opwarming van de Aarde aan het stabiliseren is. In 2050 moet de wereld niet meer dan 1,5 graden opgewarmd zijn, ten opzicht van 1990, om een hitte-tijd te voorkomen. Het ziet ernaar uit dat we dit ruimschoots gaan halen. Maar we moeten wel blijven vergroenen met z’n allen. 

Groen leven voelt goed en het is heerlijk dat het in de stad kan. Dat je niet ‘achteraf’ hoeft te wonen om samen met de natuur te kunnen leven. Ik kan helemaal journalist zijn in de Randstad en toch de natuur om me heen hebben. Het voelt alsof dit het leven is zoals het bedoeld is: groen, rustig en verbonden met mens, dier en natuur. 

Iedere week meer tips en artikelen vol blikverruimende kennis in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang gratis ons nieuwste e-magazine. Inspiratie gegarandeerd!

Tekst door: Roanne van Baren

REAGEER