Je buurt vergroenen? “You’ve got the power!” aldus guerrilla gardener Jenny

De biodiversiteit in Nederland kan wel een boost gebruiken. Is dat de verantwoordelijkheid van de gemeente? Niet per se, vindt bioloog en guerrilla gardener Cerian (aka Jenny) van Gestel. In haar boek ‘Guerrilla Gardening – Handboek voor buurtvergroening’ lees je hoe je zelf de handen uit de mouwen steekt. We gingen met de schrijfster in gesprek. 

Als klein meisje zat Cerian op haar knieën in het gras om naar planten en dieren te kijken. In die tijd – de jaren ’80 – waren er twee grote thema’s: zure regen en het gat in de ozonlaag. “Ik was toen al verontrust over het milieu. Ik had veel liefde voor de natuur en wilde iets betekenen voor het milieu. Daarom ging ik biologie en milieukunde studeren.” Na haar studies werkt Cerian een tijdje bij diverse non-profit organisaties. Vanaf vandaag is haar boek ‘Guerrilla Gardening – Handboek voor buurtvergroening’ verkrijgbaar in de boekhandel. “Ik wilde impact hebben op de wereld, haar mooier maken voor iedereen. Dat is precies wat guerrilla gardening doet. Je hebt weinig nodig, kunt zelf aan de slag en je ziet meteen resultaat.”

Wat is Guerrilla Gardening?

“De originele definitie komt van guerrilla gardening grondlegger Richard Reynold: stiekeme teelt op het land van iemand anders. Mijn eigen – bredere – definitie is: alles wat je doet om je eigen buurt te vergroenen. Het ‘stiekeme’ element vind ik niet meer in deze tijd passen, want ik zie juist dat als we onze buurt willen vergroenen, dat we daar het beste een plan voor kunnen maken – ook in overleg met een woningbouwvereniging of een gemeente. Dan is het dus niet stiekem meer, maar gaat het over als individu opkomen voor je ruimte. Over laten zien dat je dat belangrijk vindt, en dat je impact hebt op je buurt.

Tuinieren in de openbare ruimte kun je overal doen: in iemands voortuin, op een bouwterrein, een strookje langs een heg of op een parkeerterrein. Alles wat je in de openbare ruimte ziet en waarvan je denkt ‘waarom is dit zo grijs en grauw’, daar kun je aan de slag.”

Je maakte je als kind al zorgen om het milieu. Op welke manier maak je met guerrilla gardening impact?

“De twee grote issues van deze tijd zijn biodiversiteitsverlies en klimaatverandering. Voor onze stichting Guerrilla Gardeners is biodiversiteit de grootste prioriteit. Onderzoeken in Engeland laten zien dat in groene buurten de biodiversiteit daadwerkelijk toeneemt. Het mooie aan guerrilla gardening is, is dat het per definitie heel divers is. Want iedereen vindt wat anders mooi. Heel anders dan de gemeente die altijd kiest voor twee of drie soorten.

Wat we ook belangrijk vinden is dat het een effect heeft op de cohesie in de buurt. Als je samen iets doet, samen met de handen in de aarde, leer je mensen op een andere manier kennen. Ook kinderen kunnen op deze manier in aanraking komen met de natuur en wat je zelf kunt doen. Voor hen hebben we een workshop bloembommen maken.

“Ik vind het belangrijk dat wij als mensen niet alleen bezig zijn met het vernietigen van de omgeving, maar dat we ook iets opbouwen”

Ook zien we dat mensen zich meer verantwoordelijk voelen voor hun buurt. Je gaat je buurt op een andere manier bekijken: je buurt is niet meer van een ander, of van de gemeente die er wat mooiers van moet maken, maar je draagt die verantwoordelijkheid ook zelf. Het gaat letterlijk en figuurlijk om zaadjes planten. Je plant zaadjes in de aarde en je plant zaadjes bij buurtgenoten, want die kunnen door jouw werk ook enthousiast raken.”

Waarom vind je het zo belangrijk om bij te dragen aan de biodiversiteit?

“Ik vind het belangrijk dat wij als mensen niet alleen bezig zijn met het vernietigen van de omgeving, maar dat we ook iets opbouwen. In Nederland is naar schatting slechts zo’n vijftien procent van de oorspronkelijke biodiversiteit over. Wij slokken al die ruimte op, bouwen steden, leggen wegen aan, plempen huizen neer, gebruiken landbouwgif en creëren monoculturen. Een echte eye opener voor mij was dat in Nederland in de steden meer biodiversiteit is dan buiten in de omliggende landbouwgebieden.”

Je zou denken dat buiten de bebouwde kom de biodiversiteit hoger is dan in onze steden. Hoe komt het dat dit niet het geval is?

“De eerste reden is dat de biodiversiteit in landbouwgebieden zo schrikbarend laag is. Dat komt door de monoculturen en het gebruik van landbouwgif. Aan de andere kant zie je in de stad veel verschillende plekken, ofwel habitats. Zo zijn particuliere tuinen heel divers. Ook heb je in een stad allerlei verschillende planten, structuren, hoogtes, bomen en struiken. Maar ook achterafsteegjes, rommelhoekjes, of misschien een haven. Dat zorgt voor meer biodiversiteit.”

Is dat ook de reden dat Guerrilla Gardening zich voornamelijk richt op de stad?

“Niet per se. Heel veel tuinplanten zijn exoten die oorspronkelijk niet in Nederland voorkomen. Als je die in de natuur plant, krijg je floravervalsing. Als het invasieve soorten zijn die zich verspreiden kunnen ze een bedreiging vormen voor het oorspronkelijke ecosysteem. Dat is waarom ik adviseer het binnen de bebouwde kom te houden, en als het kan te kiezen voor inheemse soorten. Als je toch graag daarbuiten wilt tuinieren, kijk dan welke planten er van nature groeien en neem daar zaadjes van mee om op een andere plek te verspreiden.”

Je had het net over klimaatverandering als dé uitdaging van deze tijd. Wat is de link tussen guerrilla gardening en klimaatverandering?

“We gaan klimaatverandering zelf niet tegen, maar met guerrilla gardening kun je de gevolgen ervan wel verminderen. Hoe meer groen je in de buurt hebt, hoe minder extreme temperaturen, hoe meer water de grond vasthoudt en hoe minder overstromingen. Groen buffert dat allemaal een beetje. Ontstenen (stenen weghalen en vervangen door groen) is dus echt heel effectief.”

We zien de laatste tijd steeds meer mogelijkheden om een buurt te vergroenen of een groene buurt te bouwen. Bijvoorbeeld natuurinclusief bouwen. Wat houdt dat in?

Natuurinclusief bouwen houdt in dat je bij het bouwen van je huis rekening houdt met planten en dieren die zich daar zouden kunnen vestigen. Je ziet je huis niet alleen als je eigen onderkomen maar bekijkt ook wat de natuur ermee zou kunnen. Denk aan vogelschoten onder je dakpannen, een vleermuiskas op je gevel of een zwaluwnest onder je dakgoot. Of aan groene daken en gevels.”

Wat zijn andere ontwikkelingen rondom groen in de stad?

“Nog verder dan natuurinclusief bouwen is nature based solutions. Dan kijk je in de hele bebouwde omgeving naar wat je kunt leren van de natuur, om zo de omgeving op een andere manier in te richten. Door natuurelementen aan te brengen kunnen we beter omgaan met problemen waarmee we te maken hebben in de steden. Zo kun je een opvangbassin voor water plaatsen om piekbelasting van water op te vangen, zodat de riolering niet overstroomt als het veel regent.

Wat ik verder zie is meer aandacht voor inheemse planten. Als we met uitsterven bedreigde insecten willen helpen kunnen we dat het beste doen door het planten van inheemse planten en bloemen, want de insecten zijn daar helemaal op ingespeeld. Steeds meer mensen zijn zich daarvan bewust.

guerrilla gardening

Bovendien hebben steeds meer gemeenten oog voor groen. Zo kun je een boomspiegel (de kale ruimte rondom de stam van een boom) adopteren en worden mensen gestimuleerd om een geveltuin aan te leggen. Daarom zeg ik ook: tuinieren in de openbare ruimte hoeft niet per se stiekem.”

Welke wens heb je voor de wereld?

“Ik zou het zo mooi vinden dat als je de voordeur uitstapt je het gezang van vogels hoort en het gefladder van vlinders ziet. Dat je een plek in de buurt hebt in het groen waar je op een bankje een kopje koffie kunt drinken. Kinderen kunnen spelen en klauteren in hun eigen buurt, want die is groen en avontuurlijk. Ik wens dat we heel veel meer groen en natuur de stad in halen. Dat is een wereld waar ik graag in zou wonen.”

Drie tips van Cerian voor easy guerrilla gardening:

  1.     Gooi een bloembom. Of begin met het maken ervan, super leuk om te doen met je kinderen!
  2.     Wip een stoeptegel, nog zoiets simpels. Een tegel eruit en een plant erin. Kleine moeite, groot verschil.
  3.     Gooi uitgebloeide bloembollen niet weg maar plant ze ergens in het openbare groen.

Meer tips vind je in het boek ‘Guerrilla Gardening – Handboek voor buurtvergroening‘.

“En los van dit wil ik graag meegeven: wil je je buurt vergroenen? Jij hebt het in de hand. Je kunt het zelf doen. Het enige wat je hoeft te doen is beginnen, de rest komt vanzelf. You’ve got the power!”

Wil je groene inspiratie als deze elke week in je inbox ontvangen? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang naast een flinke dosis positiviteit en blikverruimende kennis ook gratis ons laatste e-magazine.