Wij is het nieuwe ik: de gemeenschap heeft de toekomst

Lang gingen we uit van het idee dat de mens van nature puur uit eigenbelang handelt. Daar hebben we systemen omheen gebouwd. Individualisme is versterkt en bestendigd. Maar nu onze wereld begint te haperen, hapert onze overtuiging mee. Misschien zijn we wel veel socialere dieren dan we denken. Willen we eigenlijk niets liever dan verbonden met elkaar zijn en onderdeel uitmaken van een groter geheel. Tijd voor een nieuw verhaal: de gemeenschap heeft de toekomst. 

Stel je een stoelendans voor met 950 stoelen en 1000 mensen. Iedereen danst om de stoelen heen. Zodra de muziek stopt, holt iedereen naar een stoel. Degenen zonder stoel zijn af.

Maar wat nou als je niet alleen ‘af’ bent? Je verliest ook je huis en moet kiezen tussen eten of medicijnen voor je kinderen. Jouw voortbestaan en dat van je familie hangt af van hoe jij het spel speelt. De muziek gaat aan. Iedereen bevindt zich in een staat van angst. De muziek stopt. Mensen strijden voor een stoel en schoppen en duwen anderen opzij.

Een econoom, bioloog, politicus en priester observeren het schouwspel. “Moet je nu zien,” zegt de econoom: “Dit is de menselijke natuur in zijn puurste vorm. Iedereen vecht voor zijn eigenbelang ten koste van anderen.”

“Ja,” knikt de bioloog: “We zien het recht van de sterkste voor onze neus gebeuren. Alleen de sterksten, snelsten en meest meedogenlozen overleven.”

“Gelukkig zijn wij er om de boel in het gareel te houden,” merkt de politicus op: “Onze wetten beperken de menselijke natuur en dwingen fatsoenlijk gedrag af.”

“Ik ga erheen om ze te leren hoe ze meer naastenliefde voor elkaar kunnen krijgen,” zegt de priester.

Een systeem gedreven door een mager mensbeeld

Charles Eisenstein gebruikt de analogie van de stoelendans om ons huidige economische en politieke systeem te duiden. De regels van dit systeem zijn duidelijk: om verzekerd te zijn van een schaarse plek in de samenleving, is het ‘slim’ om zoveel mogelijk te handelen vanuit eigenbelang ten koste van alles.

En dat gaat aardig ver. Het slimste om te doen is natuurgebieden afbreken om luxe resorts te bouwen. Het slimste om te doen is werk uitbesteden naar arme landen. Het slimste wat je kan doen is een hypotheek afsluiten, want dan ben je geen dief van je eigen portemonnee. De maatschappelijke impact van deze manier van denken en handelen wordt buiten beschouwing gelaten. Het resultaat: klimaatontwrichting, burn-out epidemie, coronacrisis, hongersnood, grote vermogensongelijkheid, polarisatie en ga zo maar even door. Logisch, in een systeem dat individualisme predikt.

De consumerende individuele burger

In 1840 waarschuwde Alexis de Tocqueville al voor het individualisme. “Ik zie een ontelbare massa eendere en gelijke mensen die voortdurend met zichzelf bezig zijn om zich kleine en platvloerse genoegens te verschaffen waarmee zij hun ziel vullen. Elk van hen afzonderlijk staat als een vreemdeling tegenover het lot van alle anderen; zijn kinderen en vrienden vormen voor hem het hele mensdom. Wat de rest van zijn medeburgers betreft: hij staat naast hen, maar ziet hen niet. Hij raakt ze aan, maar voelt ze niet. Hij bestaat slechts in en voor zichzelf.”

Dit is waar de samenleving nu is aanbeland, volgens bestuurskundige Albert Jan Kruiter. Mensen kijken naar de overheid als de instantie die hier is voor het behartigen van hun directe eigenbelang. De burger is klant geworden. De overheid degene die de verlangens van de burger-consument behartigt, aldus Kruiter.

Burgers ontfermen zich niet meer over het algemene belang. Waardoor de overheid het algemene belang monopoliseert. Wij burger-consumenten laten dit gebeuren, omdat we geen tijd of zin hebben om zelf aan de slag te gaan voor het algemeen belang (we hebben het al zo druk). De overheid houdt dit individualisme in stand door enerzijds kleine bureaucratische regels op te stellen die mensen controleren, en bijgevolg van elkaar te scheiden. Anderzijds, door te blijven vragen aan haar burgers: ‘wat wil je, wat is goed voor je?’ En niet te vragen: ‘wat vind je goed voor de samenleving?’. Daarmee beperken overheid en burgers zich tot een klant-serviceprovider relatie.

Het narratief van het individualisme

Die relatievorm doet een belletje rinkelen. Want precies zo gaan bedrijven met mensen om: ‘zij de klanten, wij de bedrijven die inspelen op de individuele behoeften van onze klanten’. De commercie houdt mensen voor dat als ze een bepaald product kopen, ze daar beter, gelukkiger en geliefder van worden. Parfum-reclames laten altijd mannen en vrouwen zien die oneindig begeerd worden. Zodat jij denkt: ‘Allright, als ik dit luchtje koop dan staan ze in de rij.’ En dat willen we.

‘Het kapitalisme van de begeerte’, noemt Socioloog Mark Elchardus dat: “Het hele goederen- en dienstencomplex heeft geen ander doel dan bij individuen de begeerte opwekken zich van anderen te onderscheiden.” Daarmee speelt het kapitalisme in op de individualistische neigingen van mensen. En houdt deze in stand. Elke dag opnieuw. Met elke reclame, advertentie en slogan die we zien.

Dit hele netwerk van politieke en economische krachten (waar we allemaal onderdeel van uitmaken) bestendigt en versterkt het narratief van individualisme. Daar zitten we inmiddels kniediep in. Want wie denkt nu niet dat ‘ie vet uniek is en mega autonome en individuele keuzes maakt?

Eigenlijk zijn we kuddedieren

Maar eigenlijk zijn we niet zo individueel als het narratief ons doet geloven. Dat zien we in de Netflix-documentaire The Social Dilemma. Sociale media onderzoeken hoe ze hun klanten zoveel mogelijk kunnen binden aan hun dienst. En daar zijn ze achter gekomen. Door de mens psychologisch uit te pluizen, ontdekten zij onder andere dat we sociale dieren zijn die zoveel mogelijk aandacht, bevestiging en liefde willen krijgen. Zij spelen daarop in met hun applicaties, en wij raken verslaafd.

De paradox is dat het feit dat we massaal meegaan in sociale media – in het narratief van individualisme – laat zien dat we niet zo individueel zijn als we denken, of ons wordt voorgehouden. We worden gedreven door consumentisme en eigenbelang en missen de daadwerkelijke zelfbeschikking die het narratief van individualisme voorhoudt. In werkelijkheid zijn we social wired beings. 

Waar willen we heen?

Nu de wereld die we hebben opgebouwd vanuit het narratief van individualisme begint te haperen, wankelt onze vastberadenheid om mee te blijven doen aan de stoelendans. Het blijkt toch niet de meest bevredigende weg te zijn. We voelen dat een andere manier van samenleven wenselijk is en beginnen te kijken naar andere mogelijkheden. Misschien worden we eigenlijk gelukkiger van ‘gemeenschapsleven’, is altruïsme beter voor onze gezondheid en vinden we meer voldoening als we geven in plaats van nemen.

Ik vervloeit in wij

Volgens Tocqueville werkt een samenleving pas goed als aan twee voorwaarden wordt voldaan: wanneer mensen oog hebben voor hun ‘welbegrepen eigenbelang’ en wanneer zij een religie aanhangen. Welbegrepen eigenbelang houdt in dat het eigenbelang en het algemene belang samenvallen. Mensen beseffen dat het in het belang van henzelf is om zich in te zetten voor de gemeenschap. Zo houden zij grip op hun eigen leefwereld en geven niet alles uit handen aan de overheid. De tweede voorwaarde kan ook in bredere zin worden opgevat in een seculiere samenleving. Het gaat dan niet zozeer om het aanhangen van een religie, maar om het verbinden met iets dat je eigen ‘ik’ overstijgt. Dat doen we bijvoorbeeld door ons in te zetten voor ‘Moeder Aarde’ of spiritualiteit te beoefenen.

Beide voorwaarden zorgen ervoor dat mensen niet alleen hun eigenbelang nastreven. Het verbreedt onze horizon en laat ons verder kijken dan het vervullen van individuele behoeftes op korte termijn.

Het grotere verhaal

Maar dit is geen passief proces. Iets wat een overheid of moreel instituut ons kan opleggen. Het moet vanuit mensen zelf komen. En die beweging is groeiende. We beseffen dat wij de gemeenschap zijn. Dat ons handelen niet los gezien kan worden van een groter geheel. Dat maatschappelijke impact een groter onderdeel moet worden van ons systeem. Want we leven met elkaar. Wat ‘ik’ doe heeft invloed op de gemeenschap, op hoe de wereld eruit ziet.

Het is zoals Hannah Arendt mensen omschreef: als wezens die gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen voor de wereld. Door ons handelen raken we betrokken bij de wereld. We zijn daarbij niet gedetermineerd door het verleden, door de dingen die ons zijn overkomen of wij zelf hebben gecreëerd. We kunnen er elk moment voor kiezen om opnieuw te beginnen. Om ons handelen zo aan te passen dat het strookt met hoe we graag willen dat de wereld eruit ziet.

Dus, HOE willen we eigenlijk dat onze wereld eruit ziet? Daar kunnen we ons handelen naar modelleren.

Ubuntu

De oude filosofie ‘Ubuntu’ uit Zuid-Afrika is al een tijdje populair in Nederland. Begrijpelijk, want het is een diepgaande voelbare overtuiging die ons vertelt dat we allemaal verbonden zijn. In een woestijn van individualiteit ervaren we dit als het water dat onze dorst naar saamhorigheid lest.

Ubuntu zegt: ‘Ik ben omdat wij zijn’. En: ‘De identiteit van een individu staat niet op zichzelf, maar is onlosmakelijk verbonden met alle mensen.’ Oprichtster van Ubuntu Society Annette Nobuntu Mul vroeg aan een Zuid-Afrikaanse man: “Hoe kun je ons blanken niet haten na 28 jaar apartheid?” Hij wees naar een blanke man met kinderen en zei: “When we fight, we destroy their future”. Ze hoorde een verhaal over iemand die maïs had gestolen: “In de dorpsbijeenkomst werd de diefstal in diverse gelaagdheden gezien. Het werd hem aan de ene kant aangerekend dat hij maïs van de gemeenschap gestolen had, evenals dat hij niet om hulp had gevraagd. Maar de misdaad van de hoogste orde was volgens het dorpshoofd dat de gemeenschap niet had gezien dat het gezin honger had. Dát is Ubuntu.”

Niet veroordelen, maar verbinden

Dat inzicht in hoe alles met elkaar verbonden is, tilt ons boven het individualisme uit. Filiaalmanager Dirck Slabbekoorn past dit gegeven toe in zijn Jumbo supermarkt. Wanneer iemand iets steelt, gaat hij in gesprek met deze mensen. Hij vraagt wat iemand beweegt om deze stap te zetten. Want: “Ik heb nog nooit een kind ontmoet dat later graag winkeldief wil worden.” In plaats van ze te straffen en de politie te bellen, ziet hij deze mensen als waardevol en gaat op deze manier met ze in gesprek. Door open-hiring trekt hij dit gegeven door. Hij doet niet aan sollicitatiegesprekken, maar kijkt wat hij kan doen voor de mensen die bij hem aankloppen.

Tijd voor een nieuw verhaal

Volgens Charles Eisenstein moeten we dit nieuwe verhaal van verbinding meer en meer gaan vertellen. “Wij zijn de relaties met mens, dier en natuur. Eigenlijk is het geen ‘nieuw’ verhaal. Het is een eeuwenoud verhaal over interdependentie, of inter-zijn. In dit verhaal ben je geen afgezonderd individu, maar ben je een verzameling van al jouw relaties. Een spiegel van de gehele wereld. Wat er met de wereld gebeurt, gebeurt er met jou. Niet alleen omdat je praktisch gezien afhankelijk bent van ecosystemen, maar omdat ze onderdeel van jou uitmaken. Als de Amazone sterft, sterft er iets in jou. Is er armoede in de wereld, dan ben jij arm. En als er geweld in de wereld is, ervaar jij de wereld als gewelddadig en voel je je er niet langer thuis.”

Hierin is het belangrijk om te zien dat we allemaal hetzelfde willen, volgens Charles. We willen allemaal een mooiere wereld en iets betekenen dat voorbij jezelf gaat. Daarin wijzen we niet naar de ander als de ‘bad guy’. De topman van Shell is niet de vijand. In het nieuwe verhaal is de basis ‘begrip’. Hoe is het om de topman van Shell te zijn? Als ik in dezelfde omstandigheden zou zitten als de topman van Shell, zou ik het dan anders doen? En hoe maak ik onderdeel uit van zijn omstandigheden? De topman van Shell is niet de slechte en ik de goede. Ik ben niet gescheiden van de topman van Shell, want ons land vaart nog steeds goed op de samenwerkingen en daar maak ik gebruik van.

We moeten dus het netwerk leren kennen waarin wij verweven zitten. In dat netwerk kunnen we onszelf afvragen: hoe kunnen wij de omstandigheden, die ervoor zorgen dat Shell vervuilt en ik gebruik maak van de diensten van Shell, veranderen?

Geven in plaats van nemen

We worden het gelukkigst van geven, blijkt ook uit onderzoek. Proefpersonen kregen twintig euro. De ene helft kreeg de opdracht dit aan zichzelf uit te geven. De andere groep werd gevraagd het bedrag aan een ander uit te geven. Van te voren dachten de deelnemers dat zij het gelukkigst zouden worden van geld aan zichzelf uitgeven. Maar de uitkomst was het tegenovergestelde.

In dit onderzoek gaat het om geld. Maar ‘geven’ is natuurlijk veel breder. Het gaat ook om tijd, energie en jezelf geven. Door bijvoorbeeld helemaal aanwezig te zijn, goed te luisteren naar de ander en te delen wat je bezighoudt. ‘Geven’ betekent ook ‘ontvangen’, dat de ander kan ontvangen wat jij geeft en dat jij kan ontvangen wat de ander geeft. Dan is er die verbinding waar we zo naar verlangen.

Een ‘Gift Circle’ is een vorm om geven meer te integreren in ons leven. In zo’n cirkel komen wekelijks mensen samen en zeggen wat ze graag weg zouden geven en ontvangen. Je hebt nog een spiegel over en zou graag hulp krijgen met de ramen zemen, omdat je niet meer zo goed ter been bent. Op deze manier ontstaat gemeenschapsvorming en leren we weer meer te geven en ontvangen.

Van alleen naar samen

Wat nou als we stoelendans anders zouden spelen. Stel je voor: we spelen het spel met 1000 mensen en 1000 stoelen. Of zelfs 1050 stoelen. Samen zoeken we wie het beste bij welke stoel past. Die ene met een comfortabele zitting en handige leuningen is voor de ouderen en kwetsbaren onder ons. De rietveld-achtige stoel voor degene die graag op iets hards zit. En de bank voor het verliefde stelletje. Wat als er genoeg voor iedereen is en we samen onderzoeken wat het beste is voor de gemeenschap. Hoe we dat wat we hebben het beste kunnen verdelen. Laten we met deze vorm van stoelendans aan de slag gaan om de wereld te realiseren die we wensen.

Of zoals Mickey Huibregtsen het verwoord: “Het gaat niet om een keuze tussen socialisme en kapitalisme of elke andere -isme. Dat heeft geen toekomst. Het leven is te complex en mensen onderling te afhankelijk van elkaar. We hebben organische instituties met een heldere blik op doelen en waarden nodig. We hebben overheden nodig die inspireren in plaats van controleren. We hebben bedrijven nodig die waarde creëren voor alle betrokkenen. En burgers die verantwoordelijkheid nemen voor het welzijn van de samenleving.”

Meer lezen van MaatschapWij? Schrijf je in voor onze gratis nieuwsbrief en ontvang nu ons nieuwste e-magazine cadeau. Inspiratie gegarandeerd.