Van kerk naar werk. Hoe gezond is onze nieuwe religie ‘werkisme’?

Voor het eerst in de geschiedenis gaat meer dan de helft van de Nederlanders niet meer naar de kerk. Toch zijn we niet ongelovig: we aanbidden ons werk als een god. Wat is het offer dat we brengen aan ‘werkisme’?

Kerken, vakbonden, politieke partijen … Sinds de jaren zeventig lopen veel plekken waar mensen zich verenigen leeg. Deze individualiseringsgolf bracht ons met horten en stoten een groot goed: vrijheid. De vrijheid om te kiezen met wie we omgaan, waar we werken en wonen en waarin we geloven. Meer dan ooit hebben we invloed op hoe ons leven eruitziet. Dat bepalen we namelijk zélf. Niet een ander en niet een god – want het geloof in een almachtige heerser liep tegelijkertijd terug.

Secularisering en in het algemeen de verschuiving van collectivisme naar individualisme heeft een grote invloed op ons als samenleving en als mens – wij mensen zijn namelijk sociale dieren. Op onze zoektocht naar zingeving bijvoorbeeld. Die ziet er nu heel anders uit dan pakweg een halve eeuw geleden. Toen was het aardse leven een doorgangspoort naar het hiernamaals – zeker voor mensen in de lagere sociale klasse. Nu wordt zingeving niet meer ervaren als ‘iets hogers’ en zoeken we zingeving bovendien niet meer collectief maar individueel. En dus niet meer in een god, maar in aardse zaken, zoals onze prestaties, onze relaties en het werk dat we doen.

“Sommige mensen aanbidden schoonheid, sommigen politieke identiteit en anderen aanbidden hun kinderen. Maar iedereen aanbidt iets”

“Onze nieuwe god is werk”, schreef gedragswetenschapper, spreker en schrijver Ben Tiggelaar in een column in NRC. Hij haalde daarin een Amerikaans onderzoek aan dat liet zien dat 95 procent van de tieners in de Verenigde Staten zegt dat een loopbaan hebben waarvan ze genieten ‘extreem of zeer belangrijk’ voor hen zal zijn als volwassene. Dat scoort zelfs hoger dan alle andere levensdoelen, zoals het helpen van mensen in nood (81 procent) en trouwen (47 procent). Deze obsessie werd door journalist Derek Thompson gedoopt tot ‘workism’ – werkisme. Hij stelt dat “de terugloop van het traditionele geloof heeft geleid tot een explosie aan nieuwe atheïsmes. Sommige mensen aanbidden schoonheid, sommigen politieke identiteit en anderen aanbidden hun kinderen. Maar iedereen aanbidt iets. En ‘werkisme’ is een van de meest krachtige nieuwe religies.”

Niet alleen Amerikanen denken zo over hun loopbaan, ziet Ben Tiggelaar. Een groot deel van de westerse bevolking is obsessief met diens loopbaan bezig. “‘Werkisme’ is geen vergevingsgezinde religie”, stelt hij. Werk is een god die voortdurend nieuwe offers vraagt en je uiteindelijk gewoon in de steek laat. Wanneer je ontslagen wordt, een burn-out krijgt of met pensioen gaat. Dan ben je niet langer je werk, maar gewoon weer jezelf. En voor veel mensen – ik loop het risico een van hen te zijn – is dat niet genoeg.”

Zekerheid en veiligheid

In de jaren zestig was werken niks meer dan een manier om in je bestaan te voorzien. Het geld dat je verdiende zorgde voor zekerheid en veiligheid, want je betaalde er het dak boven je hoofd mee en er kwam brood op de plank. De sociale en arbeidsmobiliteit was zeer beperkt, je had dus gewoon niet zoveel te kiezen en je carrièrekeuze maakte je vaak voor het leven. Als je ergens binnenkwam en je daar de rest van je leven bleef, dan had je het goed gedaan. Met als beloning dat gouden horloge bij een 25-jarig jubileum. Daarnaast hadden vrouwen weinig te vertellen op de arbeidsmarkt, en wie ging trouwen of kinderen kreeg werd ontslagen.

En zingeving, dat was lange tijd iets voor op zondag in de kerk. Tot ongeveer de generatie van de babyboomers, die zochten zingeving in het Verre Oosten, vrije seks en psychedelische drugs.

Zin en betekenis

De huidige generatie werkenden geeft een heel andere invulling aan zingeving. Zij denken veel meer na over hun bijdrage aan de wereld, het verbeteren van hun omgeving en iets doen dat verder reikt dan het individu. Dat er meer in het leven is dan geld verdienen is natuurlijk niet zomaar uit de lucht komen vallen. Wouter Bakker, Purpose Expert van GoodUp legt uit dat het vooral te maken heeft met het collectieve besef dat we zo niet langer met de planeet en onze samenleving kunnen omgaan. Dat er grenzen zijn die we – als we niks doen – heel snel bereiken als we zo geldgedreven doorgaan. Wereldproblemen die steeds groter worden en de politiek die veel te traag reageert. Daarom zien veel jongeren zich wel genoodzaakt om hun maatschappelijke rol serieus te nemen. En gezien we zo’n 35 procent van onze wakkere tijd aan werk besteden is het helemaal niet zo’n gek idee om werk dus in te zetten als middel om dit te doen.

Dat blijkt ook uit onderzoek: het primaire belang dat werknemers – met name twintigers en dertigers – hechten aan de beloning voor werk verschuift van salaris naar zingeving en betekenis. Zekerheid wordt steeds minder belangrijk en de werk-privé balans is belangrijker dan ooit. “De jongere werkende generaties willen dat wat ze doen zin en betekenis heeft,” verklaart cultuurfilosoof, geestelijk begeleider en auteur Frans Croonen, “en hun carrière wordt gebruikt als persoonlijke ontwikkeling. Beter worden als mens wordt steeds belangrijker dan het bemachtigen van de hoogste functie.” In zijn boek Geestkracht gaat hij op zoek naar de gevolgen van het verdwijnen van een cultuurgeschiedenis en het uiteenvallen van een gemeenschap.

“Je bent zelf kapitein op je eigen schip. Jij bepaalt de koers en de snelheid”

De werkenden van nu hebben veel meer kansen en mogelijkheden dan de werkenden van toen. Maar ze moeten wel zelf in actie komen. Zelf initiatief nemen en sturing geven aan dat traject – aan die carrière dus. Frans: “Je bent zelf kapitein op je eigen schip. Jij bepaalt de koers en de snelheid. Dertig tot veertig jaar geleden was dat ondenkbaar. Nu kunnen we kiezen uit honderden banen, van baan veranderen wanneer we willen en ons zelfs laten omscholen. Werkenden van nu zijn nieuwsgieriger en meer op zoek naar spanning en prikkels. Wie nu zijn hele leven op één plek blijft laat een brevet van onvermogen zien. Dat is dus een enorme ommezwaai met hoe het heel lang is geweest. Van zekerheid naar flexibiliteit en mobiliteit.”

Even tussendoor: deze wens naar flexibiliteit en mobiliteit is iets héél anders dan gedwongen flexcontracten en schijnzelfstandigheid waarbij werkgevers door een zzp-constructie hun verplichtingen niet na te hoeven komen. En dat Nederland koploper is in flexcontracten, is niet per se goed. Het verzwakt namelijk de positie van de werknemers. Uit onderzoek blijkt dat ook veel millennials vinden dat de flexibilisering van de arbeidsmarkt is doorgeschoten

Frans: “Eerder waren mensen allang blij dat ze een baan hadden, als het ze niet zinde zat er weinig anders op dan de tijd uitzitten. Maar vooral voor millennials, die kritisch zijn, is het missen van betekenisvol werk – of erger nog: het hebben van een bullshitbaan – een reden om van baan te veranderen. We moeten ons eigen leven vormgeven, en werk moet passen bij dat leven. De krapte op de arbeidsmarkt is daarvoor een enorme katalysator. Als het je ergens niet bevalt, vind je vaak zó een baan die beter past. Voor werkgevers ligt dus de uitdaging om op hun wensen in te spelen, met een flexibele werkplek, eigen werktijden en de mogelijkheden om je te ontwikkelen als mens.”

Grenzen aan de maakbaarheid

Als alles kan en alles mag, schieten we dan niet snel door naar alles moet? Omdat we vinden dat we kansen missen als we iets níet doen? Dat risico is er wel, ziet Frans. En dat zorgt voor veel druk. Zeker in onze meritocratische en kapitalistische samenleving. Daarnaast heeft de ogenschijnlijke maakbaarheid wel degelijk grenzen. Grenzen waar we niet graag tegenaan lopen bovendien, want, hallo, alles is toch maakbaar? – en met name jongeren geven zoveel zin en betekenis aan hun carrière dat er geen ruimte is om te falen of zelfs maar te vertragen. Werk is een instrument om aan onszelf te werken, en dat gebeurt niet alleen tijdens kantoortijden, maar altijd en overal. Te hard lopen, geen balans kunnen vinden en keuzestress liggen dan op de loer. Met als gevolg: de weg compleet kwijtraken of een burn-out.

Werken in 2023 is geen walhalla

Stress op de werkvloer is beroepsziekte nummer 1 en in 2022 hadden 1,3 miljoen werknemers in Nederland last van burn-outklachten. Dat is zo’n 17 procent. 37 procent geeft werkdruk of werkstress als reden voor ziekteverzuim.

“Als cultuurfilosoof kan ik niet anders dan concluderen dat er iets heel erg mis is”, stelt Frans, die de hoge burn-out cijfers ziet als een alarmsignaal dat maar blijft loeien. Er is iets mis met de manier waarop we werken, hoe we met elkaar omgaan en welke plek we onze carrière in ons leven geven. Als de rol die zingeving in ons werk heeft blijft groeien, gaan er dingen op de schop, voorspelt hij. “Een kantoorbaan waarbij je dingen doet zonder na te denken, dat kan niet blijven bestaan.”

“Ik denk dat geen mens gemaakt is om veertig uur per week aan een lopende band te staan”

Of dat erg is valt te betwijfelen. Want de meeste mensen die zo’n baan of een bullshitbaan hebben vinden hun werk toch al niet geweldig. Dat kan prima door machines overgenomen worden. iets wat je in veel fabrieken al ziet gebeuren. Daar staan machines in plaats van mensen aan de lopende band. Een goede ontwikkeling, vindt Frans. “Ik kan me niet voorstellen dat je daar blij van wordt. We hebben het trouwens vaak over ‘hoogopgeleide’ millennials, maar dit alles geldt ook voor praktisch opgeleiden. Ik denk dat geen mens gemaakt is om veertig uur per week aan een lopende band te staan en saai en monotoon werk te doen. Niet al het werk dat verdwijnt wordt straks gemist.”

De paradox

Of we nou kijken naar werk of naar onze relaties of onze prestaties, alles waar we ons krampachtig aan vastklampen sinds het ‘verdwijnen’ van een god leidt tot teleurstellingen. “We komen steeds dezelfde paradox tegen”, ziet Frans. “Aan de ene kant vinden we de belofte van eindeloze mogelijkheden, aan de andere kant kunnen we niet kiezen, geen maat houden en is een ‘nee’ desastreus. Werk is gewoon werk. Het is geen identiteit. Als we het zoveel waarde toekennen kunnen we niet anders dan teleurgesteld worden.”

Maar waar moeten we ons dan aan vastklampen, als een god mist en we blijkbaar wel behoefte hebben aan een fundament en zingeving? “Aan het leven zelf”, is Frans’ antwoord. “Ik weet dat dit makkelijker klinkt dat het is, maar hier komt het wel op neer. Wees gewoon blij dat je er bent, dat je ademt. Ga eens een middag op een bankje zitten. Kick af van die voortdurende hang naar prikkels en spektakel. Accepteer dat het leven vooral bestaat uit veel normale dagen met af en toe een hoogtepunt. Kunnen we nog genoegen nemen met gewoon ‘zijn‘?”

Wil je verhalen als deze iedere week in je inbox? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief: jouw wekelijkse portie inspiratie en positiviteit. Ons nieuwste e-magazine krijg je er helemaal gratis bij.