Welkom op het snelst groeiende inspiratieplatform voor een socialer en duurzamer Nederland

Wat als… we al ons voedsel lokaal zouden produceren?

18 november 2020 -

Het huidige voedselsysteem zit vol systeemfouten. Eén daarvan is dat we met gigantische monoculturen voedsel verbouwen dat we vervolgens de hele wereld over slepen. Maar wat zou er gebeuren als al ons voedsel lokaal en duurzaam zou zijn? Redacteur Nadine Maarhuis neemt je in dit artikel mee in haar utopie.

Als kleuter van vier oogstte ik op mijn basisschool in Koog aan de Zaan mijn allereerste waterkers. Vol trots liet ik de eetbare plantjes die ik zelf had gekweekt aan mijn ouders zien. Dat de koelkast bij ons thuis vol lag met producten van over de hele wereld, was niet iets waar ik op dat moment bij stilstond. Ik had dichtbij huis mijn eigen eten verbouwd en het voelde als een wonder.

Twintig jaar later stond ik als blije backpacker met mijn blote voeten in de Spaanse aarde tuinbonen te plukken op een kleinschalige boerderij. Ineens was ik weer die kleuter van toen. Want hoe geweldig is het als je in harmonie met de natuur je eigen eten kunt verbouwen? Of als je op de fiets naar de lokale boer kunt rijden voor je boodschappen? Ik droomde er in ieder geval al ruim twee decennia van.

Dit ben ik op de boerderij in Spanje

Mei 2021

Toch had ik nooit kunnen denken dat mijn droom al op mijn 27ste – vlak na de coronacrisis – zou uitkomen. In mei 2021 besloot de Nederlandse overheid namelijk om het compleet anders aan te pakken. Nagenoeg de hele bevolking was ingeënt, het virus was onder controle, en dus ontstond er ruimte om ons op andere dingen te focussen. Zoals het tackelen van het klimaatprobleem, het vergroten van biodiversiteit én het verbeteren van de relatie tussen mens en dier om een volgend virus te voorkomen.

Lokaal voedsel als perfect begin

Om met één klap meerdere vliegen te slaan, besloot het kabinet zich volledig te richten op lokale duurzame voedselproductie. Want hoe lokaler je voedsel, hoe minder CO2 je tijdens het vervoer uitstoot. Ook voorkomen korte ketens een hele berg voedselverspilling en herstellen ze de connectie tussen mensen en hun eten. Hierdoor is voedsel niet langer anoniem, hebben we meer zicht op het productieproces en denken we daar bewust over na. Want eerlijk is eerlijk; als je kunt kiezen tussen een megastal of een biodynamische boerderij in jouw gemeenschap, dan is de keuze snel gemaakt. Last but not least is het door lokale voedselproductie makkelijk om boeren en telers te bezoeken, waardoor we in de praktijk zien wat er nodig is om een courgette of een ei te produceren. En wat daarvoor een eerlijke prijs is.

Kortom: hoe lokaler onze voedselproductie, hoe minder monoculturen en bio-industrie, hoe minder CO2-uitstoot en ontbossing en hoe meer biodiversiteit, bodemvruchtbaarheid, dierenwelzijn en bewuste consumenten. De regering zag dat ook en dus ging Den Haag keihard aan de slag.

De beste persconferentie in jaren

Om te beginnen stelde het kabinet op 1 juni 2021 een nieuw Ministerie van Duurzaam en Lokaal Voedsel aan, met als doel om ervoor te zorgen dat in 2030 minimaal tachtig procent van ons voedsel op een duurzame en lokale manier wordt geproduceerd. Ook verlaagde de regering de btw op lokale groenten en fruit van negen naar nul procent, om mensen zo te stimuleren lokaal in te kopen. En overal in het land werden pilots gelanceerd om te onderzoeken hoe we true cost pricing zo snel mogelijk op al het Nederlandse voedsel konden invoeren.

Maar dat was nog niet alles. Tijdens een grootschalige persconferentie maakte de regering een maand later – op 1 juli 2021 – bekend dat alle Nederlanders die op een duurzame wijze lokaal voedsel willen produceren een eenmalige subsidie van tienduizend euro ontvangen om hun bedrijf op te starten. Ook besloot de regering dat supermarkten, restaurants en cateraars die volledig lokaal zijn een belastingkorting verdienen, net als bedrijven die een moestuin aanleggen voor de lunch waarin medewerkers onder werktijd mogen meehelpen.

Van park tot voedselbos

Verder werd aangekondigd dat gemeenten geld krijgen om parken om te toveren tot voedselbossen en in iedere straat een wormenhotel neer te zetten. En alle voedselbanken zullen worden geholpen om een serieuze moestuin aan te leggen, zodat de mensen die van hen afhankelijk zijn toegang krijgen tot gezonde lokale voeding. Tenslotte komt er in iedere grote stad een kennisinstituut waarin burgers gratis cursussen kunnen volgen over dingen als permacultuur, krijgt iedere school een schooltuintje, wordt ‘voeding’ een verplicht vak én worden alle reguliere boeren geholpen om over te stappen naar natuurinclusieve landbouw voor de lokale markt.

Lokale voedselproductie

Ongekende transformatie

Na tientallen persconferenties over anderhalve meter afstand en mondkapjes bracht deze publieke bekendmaking een golf van positieve energie teweeg. Kinderen, vaders en moeders, jongeren en ouderen; werkelijk iedereen ging samen aan de slag. In de meeste buurten werd een straatfeest georganiseerd om gezamenlijk een plan op te stellen voor de wijk. Veel mensen besloten zelfs om deze zomer een keer niet op vakantie te gaan, maar hun vrije weken te besteden aan het opstarten van dit historische project. Anonieme grijze gebieden veranderden hierdoor binnen enkele weken in bruisende groene gemeenschappen.

Ook bestaande boeren begonnen na enkele maanden mee te doen. Eindelijk werd hen niet langer alleen verteld dat ze duurzamer moesten worden, maar kregen ze ook financiële, praktische en mentale steun om de overstap te maken. Dure infrastructuur werd bijvoorbeeld door de overheid opgekocht, om er vervolgens op circulaire wijze nieuwe producten van te maken. Zo werden onderdelen van tractoren gebruikt voor nieuwe brandweerwagens.

Een jaar later: mei 2022

Een jaar na de persconferentie van 2021 was Nederland een compleet nieuw land geworden. Van groene woestijn naar divers paradijs. Regeneratieve boeren zoals Anne van Leeuwen en Ricardo Cano van Bodemzicht waren niet langer de uitzondering, maar de norm. Overal in Nederland sloegen boeren ineens meer CO2 op in hun gezonde bodem dan dat ze uitstootten, waardoor ze klimaat-positief werden. En plek maken voor wilde dieren en planten op je boerderij werd de normaalste zaak van de wereld.

Eetbare steden

Ook in steden was de transformatie ongekend. Van dakgoten vol kruiden en drijvende boerderijen op rivieren tot fruitbomen middenin het centrum; overal waar je keek was wel iets eetbaars te vinden. En niet alleen op kleine schaal. Zo ontstond er in Utrecht een succesvol bedrijf dat honderden kelders van mensen huurt om er champignons te kweken en bouwde Nijmegen op al haar grote supermarkten een boerderij. Groningen transformeerde oude kantoorpanden tot indoor farms en het Amsterdamse bos werd een regeneratief voedselbos vol kippen.

Lokale indoor farm

Op deze indoor farm in Groningen wordt gewerkt met aquaponics

Meer welzijn

Door de transformatie gingen mensen een stuk gezonder leven. Het groen zorgde voor minder stress en de hernieuwde connectie tussen mens en voedsel maakte dat we beter gingen eten. Hierdoor namen welvaartsziektes zoals obesitas, een hoog cholesterolgehalte en diabetes type 2 binnen een jaar met vijftig procent af, met als gevolg een significante daling van de zorgkosten. Ook stopten veel mensen met hun zogenaamde bullshitjob, om hun hart te volgen en iets met voedsel te gaan doen. En mensen met een lager inkomen hadden door de vrij toegankelijke voedselbossen in parken en lokale initiatieven ineens ook toegang tot gezond en vers eten.

1 januari 2025

Inmiddels ben ik net wakker geworden in het jaar 2025 en één ding is zeker; niemand wil ooit nog terug. We hebben het doel van tachtig procent lokale en duurzame voedselproductie al bijna gehaald. De CO2-uitstoot is hierdoor met tweederde afgenomen. Dit komt niet alleen doordat de landbouw vrijwel volledig klimaat-positief is geworden én we vrijwel geen voedsel meer importeren uit verre oorden, maar ook omdat er in steden een stuk minder wordt uitgestoten. De circulaire economie is daar volledig op gang gekomen. Zo wordt afvalwater van de stad gezuiverd om groenten en fruit van irrigatie te voorzien en wordt restwarmte van boerderijen op een slimme manier hergebruikt om huishoudens te verwarmen. Ook hebben grote uitstoters als Tatasteel door de grootschalige transitie het licht gezien. Ze zijn overgestapt op waterstof en maken niet langer nieuw staal, maar maken van oud staal nieuwe grondstoffen.

Lokale imker

Overal in steden vind je biologische imkers die de biodiversiteit boosten

Harmonie

En de mensen? Die zijn gelukkiger en gezonder dan ooit. De hernieuwde connectie met voedsel heeft voor een sterkere band met de natuur, anderen en onszelf gezorgd. We voelen ons minder opgejaagd, koken meer, zijn veel buiten en kennen onze buren van de lokale moestuin. Ook op andere gebieden zijn we bewuster geworden. Zo verspillen we bijna geen voedsel meer, kopen we minder spullen, delen we met elkaar wat we nodig hebben en zijn we meer plantaardig gaan eten.

In het buitenland staat Nederland inmiddels niet langer bekend als gierig kikkerlandje, maar als lichtend voedsel-voorbeeld. We hebben zelfs over de hele wereld tientallen andere landen geïnspireerd om ook aan de slag te gaan.

En de Nederlandse overheid? Die is trots op wat er is bereikt. De verdeeldheid binnen de politiek is afgenomen. Politici van over het hele spectrum hebben gezien wat samenwerken kan opleveren, en doen dit dus ook een stuk meer. In plaats van elkaar af te branden, richten ze zich nu gezamenlijk op de lange termijn. Want lokale duurzame voedselproductie is een mooi begin. Maar we zijn er nog niet. Het volgende doel? Een compleet regeneratieve samenleving creëren. Ik kijk er nu al naar uit.

Iedere week meer tips en artikelen vol blikverruimende kennis in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang gratis ons nieuwste e-magazine. Inspiratie gegarandeerd!

Tekst door: Nadine Maarhuis

REAGEER