Is de geefeconomie dé oplossing voor al onze problemen?

Het huidige economische systeem is onhoudbaar. Daar zijn we het over eens. Maar over het alternatief nog niet. Want: Kunnen we in het kapitalistische systeem zorgen voor een fijner, gezonder en groener leven of moeten we radicaal het roer omgooien en in een andere economie gaan leven? 

Als ik te lang stil sta bij onze huidige economie voel ik alle vreugde uit mijn lichaam wegsijpelen. Alles kost geld: huur is duur, biologische voeding kost veel en rekeningen moeten betaald worden. Dat voelt soms als een wurggreep. Bovendien maakt het huidige economische systeem individualistisch en creëert het ongelijkheid. Als het over klimaatverandering gaat wint geld in bijna alle gevallen van mens, dier en natuur. Het mantra is ‘welvaart voorop!’. Logisch in een kapitalistisch systeem dat gebaseerd is op groei, groei en nog eens groei. Maar ook cynisch in een wereld die in een stroomversnelling aftakelt en schreeuwt om een andere aanpak.

Inmiddels zijn veel van ons ervan overtuigd dat we iets moeten veranderen. Maar wat? Aan de ene kant zien mensen mogelijkheden binnen het huidige systeem om te zorgen voor een gelijkwaardige, eerlijke en duurzame samenleving. Aan de andere kant wordt geroepen dat in een uitbuitend en liefdeloos systeem geen ruimte is voor écht zorg dragen voor alles dat leeft. Voor hen is de enige optie om het kapitalistische systeem achter ons te laten en het radicaal anders te gaan doen.

De geefeconomie is zo’n radicaal andere manier. Mundo probeerde het uit. In 2016 zei hij zijn huur, abonnementen, zorgverzekering en staatsburgerschap op en ging zonder geld op reis. Hij ontdekte dat de schaarste die het kapitalistische systeem creëert, helemaal niet bestaat. “Er is een overvloed aan alles,” zegt hij. En: “Onvoorwaardelijk geven en ontvangen is het meest waardevolle dat er is.” Maar is zo’n leven waarin onvoorwaardelijk gegeven en ontvangen wordt ook op grotere schaal mogelijk? Hoe zou Nederland eruit zien als we in een geefeconomie zouden leven? En moeten we dat wel willen?

Een toxische economie

Al googlend vind Stichting Geefeconomie, opgezet door Petra Smolders en Robbert Vesseur. Zij zien een economie voor zich waarin iedereen onvoorwaardelijk geeft en ontvangt. En waarin geld niet langer het leidend voorwerp van het leven is.

Robbert besloot negen jaar geleden het roer om te gooien. Hij stopte met zijn baan als beleggingsadviseur bij de Triodos Bank en ging op zoek naar een leven buiten het kapitalistische systeem. Via Twitter ontmoette hij Petra. Samen leefden ze een paar jaar zonder geld en ondervonden de invloed van de diepgewortelde patronen van het kapitalistische systeem op hun dagelijkse leven.

“In alles wat mensen in het huidige systeem doen zit een ‘voor wat hoort wat’-mentaliteit’ verscholen”, vertelt Petra aan de telefoon. “Alles gaat op de weegschaal. Dat werkt zelfs door in het contact tussen mensen. Wanneer je bij iemand gaat eten, dan zeg je aan het einde van de avond: ‘Volgende keer bij mij’. Of je denkt ‘Ik heb mijn ouders al een tijdje niet gezien, dus die moet ik opzoeken.’ In plaats van dat je diegene ook echt wil zien.” Door die transactie-mentaliteit zijn mensen vooral bezig met wat ‘hoort’ en minder met waar ze écht behoefte aan hebben.

Dit heeft volgens Petra alles te maken met de nadruk op angst in het kapitalistische systeem. “De maatschappij vertelt ons al decennialang dat we geld moeten verdienen om te kunnen leven, een huis te kunnen betalen en eigenlijk om er te mogen zijn. Je moet je bestaansrecht afkopen.” Het is een voorwaardelijk systeem, want ‘als je geen geld verdient, dan beland je in de goot’. Petra: “Wij zouden binnen een week ziek zijn als we weer terug zouden gaan naar dat systeem. Zo onnatuurlijk. Zo heftig.”

Je mag er zijn

In de geefeconomie die Petra en Robbert voor ogen hebben werkt dat anders. Daarin worden levens niet geregeerd door geld. Het gevolg: de transactie-mentaliteit valt weg en de aanwezigheid of afwezigheid van geld bepaalt niet of jij er wel of niet mag zijn. Hebberigheid en concurrentie verdwijnen, want ‘ik’ hoef ‘jou’ niet beter af te zijn om mijn bestaansrecht te verzekeren. Mensen hechten minder waarde aan persoonlijk bezit, er ontstaat een overvloed aan alles en mensen gaan onvoorwaardelijk geven. Petra: “Nu wij geld hebben losgelaten, voelen we gewoon dat we er mogen zijn en ervaren we liefde en verbinding zonder daar iets voor te hoeven doen, hebben of kopen. Als mensen dat voelen, gaan ze leven vanuit wat goed voelt en wat zij aan de wereld willen geven. En niet meer vanuit angst dingen pakken.”

Geefeconomie Nederland

Omdat ik al 26 jaar in het kapitalistische systeem leef, heb ik nog niet echt een beeld van zo’n geefeconomie in de praktijk. Hoe zou Nederland eruit zien als de geefeconomie omarmd wordt? Petra neemt me mee in haar verbeelding: “Huizen, auto’s, spullen; het is er allemaal nog. Het enige dat verandert is dat je totaal anders omgaat met wat er is. Alles is van iedereen en mensen gebruiken de spullen alleen, ze bezitten ze niet. Heb je een camper nodig, dan kun je in overeenstemming met elkaar eentje gebruiken. Automatisch ontstaan kleinere gemeenschappen, omdat mensen door deze manier van leven graag in direct contact met elkaar staan. Ze voelen zich waardevol en willen maar al te graag zorgdragen voor de natuur en elkaar. Geen depressies, eenzaamheid en burn-outs meer dus.”

Maar wie haalt dan nog het vuilnis op? “Nu is dat een smerig klusje, maar dat hoeft het helemaal niet te zijn,” antwoord Petra: “In de geefeconomie is er sowieso veel minder afval, omdat mensen zelfvoorzienender zijn. En het afval dat er wel is willen mensen maar al te graag hergebruiken of opruimen om de Aarde schoon te houden.”

Morgen naar een geefeconomie

Tijdens mijn gesprek met Petra word ik steeds enthousiaster en zou ik het allerliefste vandaag nog in deze geefeconomie stappen. Maar is het mogelijk om met z’n allen volgens de visie van Robbert en Petra te leven?

“Ik weet niet of wij het nog gaan meemaken, maar het kan sowieso,” daar is Petra van overtuigd. Het vraagt alleen veel tijd, moed en doorzettingskracht. En we kunnen niets meenemen van het kapitalistische systeem. Petra: “Of je kiest voor liefde en komt in de geefeconomie terecht. Of je kiest voor angst en blijft in het kapitalistische systeem.”

Hans Stegeman, econoom bij de Triodos Investment Management, denkt daar anders over. “Er is geen historisch bewijs dat laat zien dat mensen in een samenleving die volledig gebaseerd is op een geefeconomie kunnen leven.” In zijn optiek hebben mensen het systeem zelf gecreëerd, dus zit er ook iets in de mens dat wil ‘toe-eigenen’. En dat zal niet zomaar verdwijnen als we het kapitalistische systeem achter ons laten en in een geefeconomie stappen, volgens de econoom. Het kapitalisme heeft de transactie-economie niet uitgevonden, die was er al veel langer.

“Deze mensen reageren op de doorgeslagen economie en dat is heel begrijpelijk. Mensen nemen meer dan ze nodig hebben waardoor niet op een duurzame manier wordt omgegaan met onze bronnen. Het gaat er alleen eerder om dat we een balans vinden tussen markt, overheid en wederkerigheid,” zegt Hans.

Omdat we te maken hebben met collectieve ecologische rampen en een oneerlijke verdeling van welvaart, is ‘geven’ niet voldoende volgens Hans. We hebben ook een overheid nodig die de collectieve belangen behartigt. “Anders is ‘geven’ overgeleverd aan willekeur. Aan wie geeft Bill Gates zijn geld? Dat hangt in een geefeconomie af van zijn eigen normen en waarden en niet van wat we als samenleving waardevol vinden en waar de welvaart heen zou moeten gaan.”

Moeten we het willen?

“Er is wel historisch bewijs voor geefeconomieën, maar niet voor een ‘pure giften’-economie, zoals Petra en Robbert die voor zich zien,” reageert politiek filosoof Yara Al Salman. “Individuen geven onvoorwaardelijk om het geven zelf in een ‘pure giften’-economie, geheel los van een breder raamwerk. Bestaande en vroegere geefeconomieën zijn vaak niet onvoorwaardelijk, maar gebaseerd op wederkerigheid. Daarin geven mensen iets zonder daar direct een tegenprestatie voor te ontvangen, maar maken wel deel uit van een wederkerige relatie. Ze kunnen ervan uitgaan dat anderen ook zullen delen wat ze hebben.”

“Waarom moet een geefeconomie hét antwoord op alle vragen zijn?”, vraagt Yara Al Salman zich af. “Geefeconomieën ontwikkelen zich vaak genoeg naast bijvoorbeeld een markt of verzorgingsstaat. Daarvoor hoeft niet de hele maatschappij omgegooid te worden.” Daarbij zijn Petra en Robbert niet bezig om het systeem voor iedereen te veranderen en hebben zij geen systematische visie op hoe het systeem getransformeerd kan worden, ziet Yara. “Je kan de afhankelijkheid van pure giften niet uitbreiden, omdat de giften afkomstig zijn van mensen die wel deelnemen aan het systeem.”

“Deze strategie is vrijwel alleen voorbehouden aan mensen die zeer geprivilegieerd zijn,” vertelt Yara. “Ze kunnen zich alleen onttrekken aan het kapitalistische systeem en zichzelf afhankelijk maken van de giften van andere mensen, omdat ze toegang hebben tot een netwerk en promotiemiddelen om zichzelf te onderhouden. Als je wilt weten hoe deze strategie eruit ziet voor mensen die dit netwerk of deze middelen niet hebben, hoef je alleen maar te kijken naar de minderjarige ongedocumenteerde vluchtelingen die zwerven door Europa. Zij zijn volledig afhankelijk van vreemdelingen. Het resultaat is tragisch.”

In Yara’s optiek is een pure giften-economie geen goed idee, omdat het voorbehouden is voor the little few. Dat niet alleen: het biedt geen kader voor een groter economisch systeem.

De dingen zien als gift

Charles Eisenstein pleit voor een scala aan verschillende economische instituties en beleidsopties: basisinkomen, belasting op gebruik van natuurlijke bronnen, de afschaffing van inkomstenbelasting, negatieve rente op vermogen én geefeconomieën. Geven is voor hem onderdeel van een veel breder palet. De geefeconomie niet als overkoepelend economisch systeem, maar als schakel in een eerlijkere, duurzamere en gelijkwaardigere samenleving dus.

Dat doet me denken aan de visie van bioloog Robin Wall Kimmerer. Volgens haar moeten we de Aarde weer als gift gaan zien en niet als koopwaar. Maar we kunnen niet zomaar terug naar de jagers en verzamelaars. Dus hoe kunnen we in deze realiteit, met de huidige economie, handelen alsof de wereld een gift is?, vraagt ze zich af. “Wij bepalen of we de dingen om ons heen als een gemeenschappelijke gift zien of als een verkoopbaar product.”

Als we water zien als gift, voelen we niet de aandrang om het te verkopen of te kopen. Als we de grond zien als gift, gaan we het niet uitputten en voor een belachelijke prijs te koop aanbieden. Misschien gaat het dan meer om een houding integreren in ons dagelijks leven. Waarin we ons leven zien als gift en alles wat we daarin tegenkomen herkennen als gift.

Idealisme of realisme?

Het vraagt veel idealisme om voor te stellen hoe een samenleving volgens de waarden van Stichting Geefeconomie eruit ziet. Voor nu lijkt het nog een ver-van-onze-bed-show. Het is ingewikkeld om het roer radicaal om te gooien met zoveel mensen die samen een samenleving vormen. Dus misschien kunnen we kleine stapjes zetten en onszelf oefenen in geven en ontvangen. Zodat we ondanks dat we in een ‘nemen en pakken’-samenleving zitten, alsnog meer geefeconomie integreren.

Want vaak doen we het toch al stiekem in het klein. Ik geef mijn kat bijvoorbeeld onvoorwaardelijk. Hij krijgt eten, onderdak en gezelligheid. Ik hoef daar in principe niks voor terug. Mocht hij de behoefte voelen om te vertrekken, dan zal ik daar verdrietig om zijn, maar omdat ik van hem houd zal ik hem ook laten gaan. Ik kook voor mijn oma, omdat het mijn oma is. Mijn kleren geef ik weg als ik ze niet meer nodig heb. Door geen producten te kopen die de Aarde uitputten, geven we aan de Aarde, omdat we voelen dat wij haar iets willen geven.

En we kunnen nog veel meer doen. Bijvoorbeeld door een ‘Gift Circle’ te beginnen. Wekelijks komen mensen samen en zeggen wat ze graag weg zouden geven en ontvangen. Op deze manier ontstaat gemeenschapsvorming en komen we in een mini-geefeconomie. In dit filmpje legt Alpha Loo uit hoe zo’n cirkel werkt:

Toch hoop ik dat we ooit in het Nederland van Petra en Robbert kunnen leven. Waarin geld niet meer nodig is, omdat we elkaar dermate vertrouwen en we niet meer hoeven te graaien. Waarin ook onderdak en voedsel gegeven wordt aan minderjarige ongedocumenteerde vluchtelingen. En waarin we gewoon mogen zijn in verbinding en liefde met elkaar. Voor nu kan ik daar alleen van dromen.

Iedere week meer tips en artikelen vol blikverruimende kennis in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang gratis ons nieuwste e-magazine. Inspiratie gegarandeerd!

Oorspronkelijk gepubliceerd op 20 oktober 2020. Laatste update: 28 juli 2021