
Kansrijk Feijenoord (7): De dragende kracht van onze samenleving
Zelforganiserend bouwt Vanessa Umboh samen met de kracht van de wijk Feijenoord, instanties en professionals aan structurele oplossingen voor armoede. Aan een duurzame aanpak waarin vertrouwen, samenwerking en bestaanszekerheid – maar vooral de mens en haar behoeften – centraal staan. Bottom-up! Voor MaatschapWij schrijft zij over de noodzaak van systemische verandering vanuit menselijkheid en de wens om generatiearmoede te doorbreken. Deel 7: de dragende kracht van onze samenleving.
Het eerste halfjaar van 2026 ligt achter ons. In de vorige columns is er veel geagendeerd, zoals: wat bestaansonzekerheid werkelijk met mensen doet, waarom beleid dat over mensen wordt gemaakt – maar zelden mét mensen – veelal tekortschiet, hoe systemen die bedoeld zijn om bescherming te bieden wantrouwen kunnen versterken en waarom de kennis die schuilt in geleefde ervaring onmisbaar is voor echte oplossingen.
Ook was er aandacht voor de vergeten kracht van buurten. Over vrouwen die gemeenschappen dragen. Over liefde als een vorm van verzet. Maar misschien gingen alle columns eigenlijk steeds over dezelfde uitnodiging. Een uitnodiging om anders te leren kijken naar mensen en onze manier van ‘samen’leven vanuit een beschavingsideaal.
“Zolang we armoede blijven zien als een individueel probleem, blijven we oplossingen zoeken op de verkeerde plek”
Zolang we armoede blijven zien als een individueel probleem, blijven we oplossingen zoeken op de verkeerde plek. Terwijl ik iedere dag mensen ontmoet die laten zien dat armoede geen gebrek aan talent of veerkracht is. Ik ontmoet mensen die, ondanks alles wat zij hebben meegemaakt, blijven opstaan. Mensen die blijven zorgen voor hun kinderen, hun buren en hun gemeenschap. Niet omdat het gemakkelijk is, maar omdat zij blijven geloven in een betere toekomst en zich daar verantwoordelijk voor maken.
Ander mensbeeld
Daarom pleit ik voor een ander mensbeeld. Een samenleving die niet begint bij tekorten, maar bij talent. Niet bij wantrouwen, maar bij vertrouwen. Niet bij systemen, maar bij mensen. Een samenleving waarin we elkaar niet beoordelen op wat ontbreekt, maar nieuwsgierig worden naar wat iemand meebrengt.
Leermeester
In mijn levensfilosofie is ieder mens die je ontmoet een leermeester. Wat zou er gebeuren als we dat werkelijk zouden geloven?
“Ieder mens die je ontmoet is een leermeester”
Dan wordt nieuwsgierigheid belangrijker dan oordeel. Dan ontmoeten we elkaar voorbij onze vooroordelen. Dan zien we dat ook professionals, bestuurders en beleidsmakers gewoon mensen zijn. Mensen met hun eigen worstelingen, onzekerheden en verlangen om betekenisvol te zijn. Wanneer we elkaar werkelijk ontmoeten, ontstaat er iets bijzonders.
Soms helpt het om vanuit een ander perspectief naar dezelfde werkelijkheid te kijken. Een goed gesprek kan leiden tot nieuwe inzichten. Niet omdat het probleem direct verdwijnt, maar omdat je er anders naar leert kijken. Soms is een luisterend oor al genoeg. Misschien is dat wel één van de grootste vergeten krachten van een gemeenschap.
Liefde kost niets. Luisteren kost niets. Betrokken zijn kost niets. Maar de waarde ervan is nauwelijks in geld uit te drukken.
Ware kracht
Vanuit de Raad van Veerkracht (een adviesorgaan van zes vrouwen met ervaringskennis) schrijven we momenteel voor Sociologie Magazine van de Erasmus Universiteit aan een artikel over revolutionaire liefde, collectieve veerkracht en de herverdeling van kwetsbaarheid. Daarbij kwam ik in aanraking met het werk van de Amerikaanse politiek filosoof Joy James en van Audre Lorde.
Hun werk gaf woorden aan iets wat ik al jaren zie als de ware kracht van een stad. Mensen die zelf leven onder de druk van armoede, uitsluiting of institutioneel geweld, blijken vaak óók degenen te zijn die hun gemeenschap dragen.
“Mensen die zelf leven onder de druk van armoede, blijken vaak óók degenen die hun gemeenschap dragen”
Ik herken daarin de vrouwen die ik al jaren in Rotterdam ontmoet. Mee mag samenwerken. De warme harten van onze stad. Vrouwen die buurtontbijten organiseren. Die maaltijden koken voor zieke buren. Die kinderen opvangen wanneer ouders uitvallen. Die signaleren dat het niet goed gaat met iemand, lang voordat een instantie dat ziet. Die ruzies sussen, mensen verbinden en ervoor zorgen dat niemand helemaal alleen komt te staan.
Zij houden, vaak onzichtbaar, onze samenleving overeind. En toch spreken we nog steeds over hen als hulpvragers. Ik zie iets anders. Ik zie leiders. Ik zie organisatoren. Ik zie bruggenbouwers. Ik zie kennisdragers. Mensen met een vorm van wijsheid die je nergens uit een handboek kunt leren maar stille krachten zijn.
Blinde vlek
Misschien stellen we als samenleving wel de verkeerde vragen. We vragen voortdurend: “Wat heeft iemand nodig?” Veel minder vaak vragen we: “Wat draagt iemand al die jaren al bij”? En misschien is dat wel onze grootste blinde vlek.
We kijken naar kwetsbaarheid, terwijl we de dragende kracht over het hoofd zien. Juist deze mensen houden buurten leefbaar. Juist zij voorkomen dat problemen groter worden. Juist zij bouwen iedere dag opnieuw aan vertrouwen, verbondenheid en hoop.
De afgelopen maanden heb ik gezien dat verandering mogelijk is. Ik zag wetenschappers die hun eigen manier van werken durfden te bevragen. Ik zag vrouwen die ontdekten dat hun levensverhaal óók een bron van kennis is. Ik zag beleidsmakers die kwamen luisteren in plaats van vertellen.
Ik zag vele onderzoekers, bewoners en professionals elkaar ontmoeten als gelijkwaardige partners tijdens de workshop ‘Geleefde Expertise in Onderzoek – van goede bedoelingen naar goede praktijk’, georganiseerd door DRIFT, ESPhil, VCC en Cephir met inspirerende voorbeelden vanuit de stad Rotterdam: Afrikaanderwijk Coöperatie, Warm Rotterdam en, jawel, ook De Raad van Veerkracht.
Niet denken dat je het weet. Maar luisteren naar de stad. Misschien lijken dat kleine stappen. Toch geloof ik dat juist daar een nieuwe samenleving begint.
“Niet denken dat je het weet, maar luisteren naar de stad”
Kennisdrager
Stichting Stem zonder Gezicht probeert daaraan te bouwen met Kansrijk Feijenoord en met de Raad van Veerkracht, mede geïnitieerd door DRIFT. Niet alleen aan de erkenning van geleefde ervaring, maar aan de erkenning van de mensen die onze samenleving al jarenlang dragen.
Voor mij voelt dat als een noodzakelijke volgende stap. Van zorgdrager naar kennisdrager. Van ervaringsdeskundige naar mede-onderzoeker. Van meepraten naar meebeslissen. Van overleven naar samen bouwen.
Ik geloof niet in de held die de wereld komt redden. Ik geloof in de kracht van de gemeenschap. Ik geloof in gemeenschappen die elkaar leren dragen.
Dat vraagt iets van ons allemaal. We hoeven niet harder te werken. We hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden. En we hoeven zeker niet armoede nóg langer te onderzoeken. We weten inmiddels veel.
Anders kijken
De vraag is niet langer óf we begrijpen wat er misgaat. De vraag is of we bereid zijn om anders te kijken. En vervolgens ook anders te handelen. Het anders te doen! Dienend zijn aan de gemeenschap, om te beginnen in Feijenoord. Vragen wat mensen nodig hebben, maar óók welke kracht zij al meebrengen.
Wat als de oplossing er al is? Wat als zij slechts vraagt dat we beter naar elkaar luisteren, ons werk beter op elkaar afstemmen en werkelijk leren samenwerken? Niet ieder voor zich. Maar samen, verantwoordelijk voor het geheel.
De tijd van agenderen is niet voorbij. Onrecht zullen we altijd moeten blijven benoemen. Maar als we alleen blijven wijzen naar wat kapot is, bouwen we nooit aan wat mogelijk is.
“Als we alleen blijven wijzen naar wat kapot is, bouwen we nooit aan wat mogelijk is”
Nieuw begin
Daarom voelt dit tweede halfjaar voor mij als een nieuw begin. Niet minder kritisch. Maar meer scheppend. Niet alleen zichtbaar maken wat ontbreekt. Maar vooral zichtbaar maken wat er al lang is. De dragende kracht van onze samenleving.
We hoeven de toekomst niet uit te vinden. We hoeven slechts te erkennen wie haar al die tijd heeft gedragen. Want uiteindelijk bouwen we niet aan projecten. We bouwen aan vertrouwen. En vertrouwen is misschien wel het stevigste fundament waarop een samenleving kan rusten. Niet omdat vertrouwen alle problemen oplost. Maar omdat mensen vanuit vertrouwen bereid zijn verantwoordelijkheid voor elkaar te dragen.
En dát, dat is de samenleving waar ik al die jaren over droom. Aan bouw. Door mij in te zetten, te verzetten en uit te spreken. Een samenleving waarin we niet langer denken in hulpvragers en hulpverleners. Maar in mensen die elkaar nodig hebben. Mensen die samen verantwoordelijkheid nemen voor het geheel. Daar wil ik de komende maanden verder aan bouwen.
Niet alleen. Maar samen.
Aan een Maatschap WIJ. Aan een nieuw verhaal. Goed voor ons allemaal.
Tekst: Vanessa Umboh
Vanessa strijdt voor liefde, compassie en medemenselijkheid en poogt stoutmoedig bruggen te bouwen tussen systeem en samenleving, gedreven door liefde en rechtvaardigheid.
Dit is deel 6 in de serie Kansrijk Feijenoord. Eerder verschenen: deel 1 de introductie, deel 2 ‘de kunst van het samenleven’, deel 3: het frame dat schaamte creëert, deel 4: de stille kracht van vrouwen, deel 5: liefde als verzet en deel 6: vrede begint bij ons.


