Welkom op het snelst groeiende inspiratieplatform voor een socialer en duurzamer Nederland

De maaltijdboxen van Willem&Drees bevatten alle ingrediënten voor een radicaal andere voedselketen

7 mei 2018 -

Eerlijk, biologisch én lokaal: drie eenvoudige principes die de potentie hebben om de voedselketen radicaal te veranderen. En radicaal is nodig, volgens Drees Peter van den Bosch. Want in een voedselindustrie waar economisch belang voorop staat, gaat een heleboel mis. Als medeoprichter van Willem&Drees zet hij zich daarom met man en macht in om biologische en lokale maaltijdboxen bij de consument thuis te bezorgen.

Wist je dat appels van Nederlandse fruittelers overal ter wereld verkocht worden, maar meestal niet bij jouw supermarkt om te hoek? “Tegelijkertijd kan ik in mijn supermarkt kiezen uit appels uit Frankrijk, Nieuw-Zeeland of Chili. Dat is toch de wereld op z’n kop?”. Toen Drees zich dit realiseerde, besloot hij zijn eten direct van boeren in de buurt te kopen. Maar dat bleek lastiger dan gedacht. “Met jonge kinderen en een baan heb je hier geen tijd voor en haak je na twee weken af. Het moet je wel gemakkelijk worden gemaakt.”

“Als je dichter bij je eten komt te staan en er meer over weet, ga je andere beslissingen maken.”

Het zaadje voor Willem&Drees was geplant. Want hoewel hij een goede baan bij Unilever had, bleef Drees nadenken over hoe lokale producten gemakkelijker beschikbaar gemaakt konden worden. “Toen ik startte bij Unilever dacht ik dat ik daar mijn hele leven zou blijven werken. Maar op een gegeven moment viel het kwartje: als ik echt iets wil betekenen moet ik een andere richting inslaan.” Samen met zijn collega Willem zei hij zijn baan op en begonnen ze een betekenisvolle onderneming.

Lokale ketens

Willem&Drees moest draaien om lokale ketens. “We zagen dat die steeds belangrijker werden en dus gingen we praten met alle verschillende schakels. Zo ontstonden onze ideeën over hoe we de voedselketen konden veranderen.” Ze besloten lokale, verse producten direct te leveren aan retailers, cateraars en supermarkten. Maar zo makkelijk ging dat niet. “We waren een soort spiegeltje aan de wand. Veel partijen benaderden ons, maar als puntje bij paaltje kwam gebeurde er weinig. Ze wilden alleen laten zien dat ze meededen aan de trend van lokaal eten.”

“De eerste paar jaar heb je veel energie. Je wilt laten zien dat jouw idee klopt en laat je hierin door niemand weerhouden.”

Doordat Willem&Drees aan zoveel verschillende partijen leverde, werd de onderneming enorm complex. Met een aantal strategische uitdagingen als gevolg. “Het aantal grote klanten groeide bijvoorbeeld, maar het volume per winkel bleef laag. Sterker nog, als wij méér producten gingen leveren, wilden ze de inkoop liever zelf regelen. Dan werd ons volume per winkel weer minder.” Dat leverde best wat frustratie op. “Het klopte wat we deden, het was een goed businessmodel, maar zou het wel slagen?”

Van boer naar consument

Dus besloot Willem&Drees zich te richten op waar ze écht goed in zijn; het directe contact tussen de onderneming, consumenten en boeren. Hiervoor sloegen ze de handen ineen met Beebox, een coöperatie waarin alle betrokkenen evenveel inspraak hebben. “Als je een boer verantwoordelijk maakt voor de verkoop van zijn producten, gaat hij anders naar zijn prijs kijken. En als je de consument laat zien wat de gevolgen zijn van meer aandacht voor bodemvruchtbaarheid en biodiversiteit, wil hij daar best meer voor betalen.”

Sindsdien brengen ze maaltijdboxen met lokaal en onbewerkt voedsel direct bij de consument thuis. Maar het doel is groter dan dat. “Door leider te zijn op het gebied van de nieuwe voedselketen willen we impact maken door stromen echt te verleggen,” aldus Drees. En dat is hard nodig. “In onze huidige voedselketen is economische winst het belangrijkst. Als gevolg daarvan putten we de aarde uit, is ongezond eten het goedkoopst en worden de baten en lasten van de voedselproductie oneerlijk verdeeld.”

“Hoe klein je tuin ook is, verbouw altijd iets zelf. Dan weet je namelijk wat er nodig is om een wortel boven de grond te krijgen.”

Maar hoe verander je een hele keten? “Er is een integrale oplossing nodig, waarbij voedselproductie in balans is met de natuur en de machtsverhoudingen tussen de betrokkenen evenwichtig zijn.” Om dit te bereiken zou iedereen zijn eten uit een straal van twee tot driehonderd kilometer moeten halen. En ja, hiervoor verbouwen we in Nederland echt wel genoeg voedsel, aldus Drees, alleen teveel van hetzelfde. “Er is een grote tomaten, komkommer en melkvee industrie. Als je dat herschikt en meer granen en peulvruchten gaat verbouwen, is er voldoende om met z’n allen gezond van te eten.”

Drees kijkt hoopvol naar de toekomst. Want hoewel lokaal eten eerst een trend leek, is het ondertussen uitgegroeid tot een heuse transitie. “De noodzaak voor een transitie is nu wel duidelijk. Je ziet dat er echt dingen gaan veranderen.” Volgens Drees staan we dan ook aan het begin van een versnelling in de voedseltransitie. Maar ondanks de vele ideeën, is er nog niet één duidelijke richting. “Die richting gaat de komende jaren echt duidelijk worden. En dan kunnen we vol gas vooruit.”

Benieuwd waarom Drees de voedselketen wilt veranderen? Bekijk zijn videoportret:

Interessant? Ook bij Taste Before You Waste willen ze en ware voedselrevolutie ontketenen.

Video door: Rozemarijn Weyers & Jeppe van Pruissen
Tekst door: Rozemarijn Weyers

Tekst door: Rozemarijn Weyers

REAGEER