
Over afscheid
Mijn moeder zei altijd geen chemo te willen. Tot ze hoorde dat ze zonder behandeling de kerst niet zou halen. Het werden nog twee jaar op de rand van hoop en afscheid, twee jaar ziekenhuis in, ziekenhuis uit. Mijn oma – de moeder van mijn moeder – wilde juist graag haar leven afronden. Ik heb geleerd dat afscheid zich niet laat sturen. Alleen ervaren. Mijn moeder werd 66. Mijn oma 97. Ik mis ze allebei.
Mijn moeder verliet de aarde op zondag 13 augustus 2017. Ze zou die maandag erna naar een hospice gaan, omdat ze niet in het ziekenhuis wilde overlijden. Ze zei zaterdagavond nog ‘tot morgen’ tegen me. Die morgen kwam niet.
Die ochtend kreeg ik om 6.15 uur een telefoontje. Ik was vlak daarvoor wakker geworden, ik voelde dat het was gebeurd. Ik zette mijn telefoon die naast mijn bed lag aan en vlak daarna ging hij over.
“Uw moeder is overleden”. En ook al verwacht je het, het is niet te bevatten.
Ja afscheid hoort bij het leven, maar als iemand zo jong gaat, is het toch wel moeilijk te verteren. Al wilde ik natuurlijk ook dat er een einde aan haar lijden kwam. Nu was ze vrij en licht en zonder pijn en zorgen. Dat gaf en geeft mij steun. Het is inmiddels dus 9 jaar geleden en ik mis haar nog steeds. Ik verwacht eerlijk gezegd ook niet dat dat ooit stopt.
‘Missen is liefde die nergens heen kan’ zei ooit iemand tegen me. En zo is het.
“Missen is liefde die nergens heen kan”
Vorig jaar ging ik door een heel ander proces heen met m’n oma – de moeder van mijn moeder – die juist graag haar leven wilde afronden. Ze vond haar leven rond. Ze deelde dat steeds vrijer. Zo zei ze op de verjaardag van m’n vader tegen zijn zus bij het weggaan iets in de trant van ‘het ga je goed, want de volgende verjaardag ga ik niet meemaken’
Mensen reageerden daar soms wat geschokt op, maar ik vond het eerlijk gezegd mooi. M’n oma was aan het eind van haar leven opengebroken. Ook over haar eigen fouten in het leven. Ze werd milder, voor zichzelf en anderen.
Ze wilde graag euthanasie, maar ze was niet ziek, had geen ondragelijk lijden en dus was er onvoldoende reden om dit goed te keuren. Haar verzoek werd dan ook afgewezen. Dus ze besloot: ik ga stoppen met eten en drinken. Zo helder was ze.
Ze zouden haar daarbij vanuit het verpleeghuis, waar ze inmiddels naartoe verhuisd was begin vorig jaar, zo veel mogelijk bij ondersteunen. Zelf noemde ze het ‘uithongeren’. Ze was vastberaden.
“Dat iemand die gewoon zelf niet meer wil, niet mag gaan op de manier die ze wil”
Ik had daar veel moeite mee. Dat iemand die gewoon zelf niet meer wil, niet mag gaan op de manier die ze wil. En dat een ander, die niet wil gaan, je zomaar kan ontvallen. Wat ik er extra lastig aan vond is dat m’n oma enorm kon genieten van eten en drinken, dus het was nogal wat dat ze dat aan wilde gaan. Het was wachten totdat er een datum geprikt werd dat ze zou starten. Wanneer ze dan ging, hing ervan af hoe lang haar lijf het vol zou houden.
Ik heb heel wat gewenst dat er een ommekeer in de situatie zou komen. En die kwam. Doordat de artsen zagen dat ze voet bij stuk zou gaan houden, hebben ze haar aangeraden nog een keer een euthanasieverzoek te doen. En nu werd hij wel goedgekeurd. Haar wens ging in vervulling.
Ik was erbij, in de plaats van mijn moeder, samen met haar dochter en zoon, mijn oom en tante, op 11 november 2025. Als laatste zei ze dat ze dit zo’n waardige manier vond om afscheid te nemen van het leven. Ze ging om 11.11 uur.
De één wilde blijven en moest gaan. De ander was klaar om te gaan en moest daarvoor vechten.
“Afscheid zich niet laat sturen. Alleen ervaren”
Ik heb geleerd dat afscheid zich niet laat sturen. Alleen ervaren.
Mijn moeder werd 66. Mijn oma 97.
Ik mis ze allebei.


