
Het laat-maar-laatje
Iedereen heeft er één. Zo’n denkbeeldig laatje waarin we alles stoppen wat ons op dat moment niet uitkomt. Dingen die schuren, die ongemakkelijk zijn of simpelweg te confronterend voelen om iets mee te doen. “Laat maar,” zeggen we dan. Soms hardop tegen een ander, maar vaker nog stilletjes tegen onszelf. Maar wat we wegstoppen, verdwijnt niet. Het blijft liggen. In dat laat-maar-laatje.
Het laat-maar-laatje is een subtiele vorm van zelfbescherming. Ontwijken, vermijden, eromheen draaien. Vooral als iets spannend is of mogelijk tot gedoe leidt. Op de korte termijn voelt dat als de makkelijkste weg. Even geen spanning, geen conflict, geen gedoe.
Veel mensen hopen dat dingen vanzelf oplossen. En soms lijkt dat ook zo, althans aan de oppervlakte. Totdat er iets nieuws gebeurt. Iets kleins misschien, maar genoeg om dat laatje een stukje verder open te duwen. Want ondertussen is het voller en voller geraakt. Met alles wat je eerder niet hebt uitgesproken, niet hebt benoemd, niet hebt aangekeken. Het stapelt ongemerkt namelijk.
En dan ineens is daar dat moment. De bekende druppel. Niet per se groot of bijzonder, maar precies genoeg om de emmer te laten overlopen. Of beter gezegd: om dat laatje met kracht open te laten schieten.
Persoonlijk en zakelijk
We herkennen dit vaak in onze persoonlijke relaties, met een partner, een vriend, of binnen het gezin. Daar vinden we het logisch dat emoties zich opstapelen als we ze niet uitspreken. Maar op het werk doen we vaak alsof dat anders is.
“We doen vaak of samenwerking op het werk puur zakelijk is”
Alsof samenwerking puur zakelijk is. Alsof emoties daar geen rol spelen.
Maar laten we eerlijk zijn: werkrelaties zijn óók gewoon relaties. Er loopt een lijntje tussen mensen. En op dat lijntje kan ruis ontstaan. Misverstanden, irritaties, aannames. Hele menselijke dingen.
En alles wat je daarin niet benoemt, verdwijnt niet, het verhuist gewoon naar datzelfde laatje.
Moed
Wat wél werkt, is eigenlijk verrassend eenvoudig. Benoemen wat je ervaart. Uitspreken wat er in je omgaat. Niet vanuit verwijt, maar vanuit eerlijkheid. Door te zeggen wat iets met je doet. Door aan te geven wat je nodig hebt. Of wanneer je je bijvoorbeeld niet gehoord voelt.
“Wat wel werkt, is eigenlijk verrassend eenvoudig”
Dat vraagt moed. Want het is spannender dan “laat maar” zeggen, tegen jezelf. Maar het levert ook iets op: helderheid. Rust. En vaak ook wederzijds begrip. En misschien nog wel belangrijker: je blijft trouw aan jezelf. Je laat zien waar jij staat, wat voor jou belangrijk is. Ongeacht hoe de ander reageert.
Doe je dat niet, dan bouwt de spanning zich op. Dan sluipt irritatie naar binnen. Zo word je korter, afstandelijker, misschien zelfs cynisch. En dat sijpelt door in je werk, in je samenwerking, in de sfeer om je heen.
Dus stel jezelf eens een eerlijke vraag: hoe vol is jouw laat-maar-laatje inmiddels?
En belangrijker nog: wat zou er gebeuren als je het niet verder vult, maar het langzaam begint leeg te maken?
Kun je je voorstellen wat er verandert – niet alleen voor jou, maar voor iedereen met wie je samenwerkt – als jij kiest voor duidelijkheid in plaats van “laat maar”?


