
De vraag die we niet vaak genoeg bespreken
Als kind kreeg ik tijdens een geschiedenisles een gedachte die me nooit meer heeft losgelaten. We leerden over de menselijke evolutie. Over het wiel, landbouw, de stoommachine en alle uitvindingen die onze beschaving hebben gevormd. Terwijl de docent vertelde, zag ik opeens een patroon. Vrijwel iedere stap die de mens had gezet, leek uiteindelijk hetzelfde doel te dienen: het leven frictielozer te maken. Om onze productiviteit te vergroten en ons leven te ‘vergemakkelijken’.
Mijn tweede gedachte volgde vrijwel direct. Als je als mens ooit iets waardevols wilde bijdragen aan de samenleving, dan moest je dus een probleem oplossen waardoor het leven frictielozer word. Dat leek immers de motor achter vooruitgang.
De vraag die wij onszelf allemaal stellen
Deze gedachte is altijd blijven hangen. Maar het was nooit een bevredigend antwoord op de vraag die ik als kind altijd in mijn achterhoofd had. De vraag der vragen: “Waarom zijn wij hier?”
Ik ben opgegroeid in een tijd waarin die vraag geen eenduidig antwoord meer had. Zo zie ik dit althans. Een vrij lange tijd heeft het geloof die vraag beantwoord. Maar zoals Friedrich Nietzsche schreef: God is dood. En ik ben niet groot geworden met religie. Dus het antwoord dat mijn moeder op de vraag gaf, was: “Je bent hier om de liefde te leren kennen en je talenten te ontplooien.” En dat vond ik altijd een mooi antwoord. Ook al dekt het niet alles en is het zeker niet 100 procent bevredigend.
“Waarom zijn we hier, is de belangrijkste vraag van onze tijd”
Hoe langer ik daarover nadenk, hoe sterker ik het gevoel krijg dat dit misschien wel de belangrijkste vraag van onze tijd is. Niet alleen voor ons als individu, maar ook voor onze samenleving. Het is denk ik nu belangrijker dan ooit tevoren, omdat we er geen goed antwoord op hebben in deze tijd. Jarenlang gaf religie op de vraag een antwoord. Maar die tijden zijn voorbij. Tegelijkertijd is de impact van onze acties op de aarde van een grotere schaal en met serieuzere consequenties dan ooit tevoren. We innoveren en produceren in een hoog tempo door en gebruiken daarvoor steeds meer grondstoffen.
Het antwoord op de vraag wordt ingevuld, of we hem nu geven of niet
Of het nu gaat over klimaatverandering, stikstof, immigratie, woningbouw, kunstmatige intelligentie, economische groei, gezondheidszorg of onderwijs: vrijwel ieder groot maatschappelijk debat lijkt uiteindelijk vast te lopen. Niet omdat we onvoldoende kennis hebben. Niet omdat we de feiten niet kennen. Niet omdat we niet slim genoeg zijn. Maar omdat we voortdurend discussiëren over middelen, zonder overeenstemming te hebben over het doel.
“Ieder maatschappelijk debat loopt vast omdat we discussiëren over middelen zonder overeenstemming te hebben over het doel”
Iedere discussie begint namelijk impliciet met dezelfde vraag. Waarvoor richten wij onze samenleving eigenlijk in? Dat klinkt als een filosofische vraag. Misschien zelfs als een religieuze. Maar volgens mij is het juist de meest praktische vraag die we kunnen stellen.
Neem kunstmatige intelligentie. Moeten we zoveel mogelijk automatiseren? Dat hangt volledig af van de vraag waarvoor arbeid eigenlijk bedoeld is. Is werk vooral een manier om geld te verdienen? Een manier om jezelf te ontwikkelen? Een manier om bij te dragen aan de gemeenschap? Of een noodzakelijk kwaad dat we uiteindelijk willen afschaffen? We kunnen die discussie onmogelijk voeren zonder eerst een antwoord te hebben op de vraag wat een goed menselijk leven eigenlijk is. En daarom zijn alle discussies in het publieke domein zo onsamenhangend tegenwoordig en voelt alles aan alsof het een onsamenhangende boel is. Want dat is het eerlijk gezegd ook.
Onderwijs is niet anders. Leiden we kinderen op voor de arbeidsmarkt? Tot kritische burgers? Tot gelukkige mensen? Tot verantwoordelijke ouders? Tot creatieve denkers? Ook hier gaat de discussie uiteindelijk niet over onderwijs. Ze gaat over ons mensbeeld.
Zelfs economische groei is geen neutraal begrip. Wanneer iemand zegt dat economische groei noodzakelijk is, zit daar altijd een impliciete aanname onder over wat vooruitgang eigenlijk betekent. Meer welvaart. Meer vrijheid. Meer consumptie. Meer mogelijkheden. Maar waarom zouden juist dát de belangrijkste doelen zijn? Dat is geen economische vraag. Dat is een filosofische vraag. En precies daar begint volgens mij het probleem.
Ik heb steeds sterker het gevoel dat vrijwel alle grote maatschappelijke vraagstukken uiteindelijk terug te voeren zijn op één vraag waar we nauwelijks nog publiekelijk over spreken.
Met welk doel zijn wij hier op aarde?
Eeuwenlang werd die vraag grotendeels beantwoord door religie, traditie en cultuur. Die antwoorden waren niet universeel. Ze verschilden tussen religies, culturen en tijdperken. Maar vrijwel iedere samenleving had een gedeeld verhaal over wat een goed leven was en welke verantwoordelijkheid een mens tegenover anderen, de natuur en zichzelf droeg. In de moderne westerse samenleving is dat gezamenlijke verhaal grotendeels verdwenen. Maar één ding is mij steeds duidelijker geworden. Een samenleving verdraagt geen zingevingsvacuüm.
“Een samenleving verdraagt geen zingevingsvacuüm”
Wanneer een gedeeld antwoord op de vraag ‘waarom zijn wij hier’ verdwijnt, verdwijnen de vragen niet. Ze worden alleen niet meer expliciet gesteld. En mensen vullen hem onbewust in met iets wat gemodelleerd word door hun omgeving. Zo ontstaat er een vacuüm, en wordt het vroeg of laat door iets anders gevuld. Ik vraag me af of economische logica die plaats inmiddels grotendeels heeft ingenomen. Omdat we economisch succes makkelijker dan andere successen kunnen meten. Namelijk in winst. Als het doel is meer geld/winst, dan zijn de mechanisme daarvoor duidelijk: Hoe produceren we goedkoper? Hoe vergroten we productiviteit? Hoe maximaliseren we groei? Hoe verkopen we meer?
“Economische groei, productiviteit en technologische vooruitgang zijn doelen geworden, terwijl ze bedoeld waren als middelen”
Economische groei wordt geen middel meer om een goed leven mogelijk te maken met een bepaald mensbeeld aan de wortel. Zij wordt zelf het doel. Innovatie wordt een doel. Productiviteit wordt een doel. Technologische vooruitgang wordt een doel. Terwijl al deze zaken ooit bedoeld waren als middelen.
Richtingloos
Misschien verklaart dat ook waarom zoveel mensen zich ondanks ongekende welvaart toch richtingloos voelen. De moderne psychologie lijkt dat vermoeden opvallend genoeg te ondersteunen. De zelfbeschikkingstheorie laat zien dat mensen duurzaam floreren wanneer drie fundamentele psychologische behoeften worden vervuld: autonomie, competentie en verbondenheid.
Autonomie gaat over het gevoel richting te kunnen geven aan je eigen leven. Competentie gaat over ergens goed in worden en jezelf ontwikkelen. Verbondenheid gaat over betekenisvolle relaties met andere mensen. Opvallend genoeg draait geen van deze drie om bezit, consumptie of economische groei.
Ook de existentiële psychologie wijst in dezelfde richting. Volgens Irvin Yalom moet ieder mens zich vroeg of laat leren verhouden tot vier onvermijdelijke werkelijkheden: de dood, vrijheid, eenzaamheid en zinloosheid. Dat zijn vraagstukken die niet makkelijk te beantwoorden zijn.
“Welk mensbeeld proberen wij eigenlijk te dienen?”
Ons publieke debat gaat eindeloos over belastingtarieven, koopkracht, woningtekorten, stikstof, energieprijzen, immigratie en kunstmatige intelligentie. Allemaal belangrijke onderwerpen. Maar zelden spreken we over de vraag die daar volgens mij onder ligt. Welk mensbeeld proberen wij eigenlijk te dienen? Wat verstaan wij onder een goed leven? Waarvoor bouwen wij al die systemen eigenlijk uit? En zijn ze nodig?
Geen juist antwoord
Dat we ze zelden expliciet bespreken komt uiteraard omdat er geen objectief juist antwoord bestaat en dat is precies waarom we het gesprek vermijden. Het is veel eenvoudiger om te discussiëren over percentages economische groei dan over de zin van het bestaan. Veel eenvoudiger om te spreken over belastingtarieven dan over wat een mens gelukkig maakt. Veel eenvoudiger om een begroting op te stellen dan om een samenleving te vragen welke waarden zij werkelijk wil dienen.
Maar juist omdat die vraag zo moeilijk is, mogen we haar volgens mij niet uit de weg gaan.
“Juist omdat die vraag zo moeilijk is, mogen we haar niet uit de weg gaan”
Sterker nog. Ik denk dat we haar opnieuw centraal moeten zetten. Niet omdat we allemaal hetzelfde antwoord zullen vinden. Waarschijnlijk niet. Maar omdat iedere maatschappelijke keuze uiteindelijk toch al een impliciet antwoord op die vraag bevat. Dan kunnen we dat antwoord misschien beter bewust bespreken dan onbewust laten bepalen door economische prikkels alleen.
Ik heb zelf het antwoord ook niet. Maar ik ben er wel van overtuigd geraakt dat een gezonde samenleving een mensbeeld zou moeten hebben die streeft naar een – wat religie omschrijft als een ‘paradijs’ op aarde. Met dat doel voor ogen, zouden we veel meer respect hebben voor elkaar, de natuur en alles wat leeft.
Want wanneer we beter weten waarvoor we leven, kunnen we ook bepalen waarvoor we onze economie, onze technologie, ons onderwijs en onze politiek willen inzetten.
Daarom wil ik eindigen met een vraag. Niet omdat ik het antwoord weet, maar juist omdat ik nieuwsgierig ben.
“Met welk doel denk jij dat wij hier op aarde zijn?”
En hoe verhoud jij je tot de grote vragen rondom vrijheid, dood, eenzaamheid en zinloosheid? Ik lees je antwoorden graag in de reacties!


