Bushcraft: we kunnen van buiten weer ons thuis maken

Sociaal ondernemer Ritzo ten Cate dompelde zichzelf onder in de natuur, waar hij leerde over het leven en leerde te overleven. Hij neemt ons mee in zijn bushcraft-avontuur: “De één is goed in vuur maken, de ander heeft een sterk ontwikkeld bouwtalent. We doen het samen.”

Is die oude slaapzak van Perrysport echt wel warm genoeg, voor zo rond het vriespunt? Heb ik het grondzeil wel voldoende onder mijn tentje gefrommeld, voor als het zo hard blijft doorregenen? En misschien had ik toch ook even een zachter, beter isolerend slaapmatje moeten kopen. Er is geen toiletgebouw, zoals op de camping, laat staan een gebouw waar je warm kunt schuilen als het écht mis gaat met die regen. 

Daar lig ik dan, middenin een groot, koud, donker Drents bos. 

Het is het eerste weekend van de Jaaropleiding Bushcraft waar ik me voor heb opgegeven. We (veertien studenten onder begeleiding van twee ervaren docenten) gaan een jaar – elf weekenden in Drenthe en een week in Schotland – het bos in, leren om langere tijd, comfortabel, met minimale middelen in de natuur te zijn. Of zoals onze docenten René en Beke het noemen: buiten ons thuis maken.

Mijn relatie met de natuur

“In het eerste weekend, gebruiken jullie wat jullie denken nodig te hebben om comfortabel te zijn en dan zul je zien dat je steeds minder gaat meenemen”, stelt René me gerust in het voorgesprek.

Ik ben opgegroeid in de binnenlanden van Drenthe, vertel altijd heel stoer dat ik hutten heb gebouwd, lange wandelingen heb gemaakt, maar ik woon in een hippe loft in de binnenstad van Groningen en sliep pas in 2008 voor het eerst van mijn leven in een tentje. Tot dusver heb ik nog nooit een potje buiten gekookt, laat staan op houtvuur. En dat survival-mes dat we bij aanvang van de opleiding hebben gekregen, ziet er een stuk gevaarlijker uit dan dat Zwitsers zakmes dat ik altijd mee naar het bos nam om uiteindelijk nooit iets mee te doen. Ik heb me opgegeven voor deze opleiding, omdat ik mijn relatie met de natuur wil verdiepen.

De eerste nacht overleef ik, al heb ik het inderdaad flink koud en is mijn rug helemaal verkrampt door de kou en dat wat er onder dat matje ligt; misschien was zachte bosgrond fijner geweest dan dit stuk toch niet helemaal vlak gras. Ik heb de hele nacht liggen woelen, me zorgen lopen maken over onderkoeling en dan te bedenken dat we volgend weekend ons tentje eigenlijk ook al thuis moeten laten. Wil ik dit wel? Ben ik écht wel zo’n buitenmens? Moet ik niet gewoon accepteren dat ik een stadsmens ben geworden?

Bij het kampvuur wisselen we ervaringen van de nacht uit. Bijna iedereen blijkt het koud te hebben gehad, zelfs de meer ervaren bushcrafters, die hun uitrusting al jaren op orde dachten te hebben.

Vuur, struinen en dierensporen

We leren hoe je een goed vuur maakt, op de oermanier, met een zelfgemaakte vuurboog (de koude-en-natte-landen variant van de bosjesman-manier van vuur maken door middel van wrijving met een rechte stok tussen je handen). “Als je daarmee een vuur kunt maken, dan heb je het begrepen”, lacht René, “want met een vuurboog moet álles kloppen. Je mag geen enkele fout maken.” Ik probeer me suf, maar heb al moeite met een perfect rechte spil te snijden met dat enge mes en die noest in mijn plankje werkt ook niet mee.

Het struinen is heerlijk én confronterend. Struinen blijkt meer te zijn dan zomaar wat door het bos sjokken. Bij alles wat we tegenkomen, stellen René en Beke vragen. Een eik en een beuk weet ik prima uit elkaar te houden, maar een zilverspar en een taxus? De naalden van de één kun je gebruiken om heerlijke en vitamine-C houdende thee te maken, eenzelfde theetje van de ander leidt binnen drie uur tot een pijnlijke dood. We doen een eerste rondje eetbare planten en René trakteert ons op een voorproefje dierensporen. En zo wordt een grote verzameling bomen meer dan een bos. Het bos komt tot leven!

In de auto terug naar huis voel ik me als een jongetje dat net zijn eerste – geslaagde – schoolreis achter de rug heeft. Terug in mijn loft in hartje Groningen noteer ik ‘Over veel grenzen heen gegaan en dat in Drenthe. Bij Grolloo. In mijn bossen. Heeeel veel geleerd en nog veel meer te leren. Trots op wat ik nu toch al kan. Trots dat ik toch naar ‘het bostoilet’ ben geweest (gat graven, squatten, je ding doen, gat delven, stokjes achterlaten ter markering). Trots op dat ik me heb durven overgeven. Trots op dat ik ben gebleven. Vertrouwen en zin in het vervolg. En bekaf. En… ik ga heel veel in het bos spelen.’

Een nieuw thuis

Het volgende weekend, in april, maak ik mijn thuis onder een basha. Geen tent, geen plastic muren om me heen, maar slechts een zeiltje boven me. In mijn slaapzak op mijn matje in een bivakzak op de bosgrond heb ik van alle kanten zicht op de natuur. Van alle kanten geritsel. Van alle kanten wind. En een pothaak boven een goed gestookt vuurtje om een warm maaltje en warme thee te koken. De volgende ochtend word ik, zonder al te veel kou en gedoe wakker, mét ijs op mijn zeiltje. Buiten begint een beetje mijn thuis te worden.

Als mensen me vragen wat bushcraft is, dan noem ik het vaak het vriendelijke zusje van survival. We gebruiken dezelfde technieken, maar bij survival moet je overleven en uit de shit komen nadat je in de natuur bent beland of gedropt. Bushcraft gaat over je goed voorbereiden voor een verblijf in de natuur en het daar goed hebben. Jij kiest waar je verblijft. Jij maakt het avontuur. En dus kies jij ook wat je meeneemt en wat niet. De natuur is je vriend. Althans, zo benader je het. Bushcraft skills zijn waardevol als je langere tijd in de natuur wilt zijn, bijvoorbeeld om vogels te kijken, tot rust te komen of veldonderzoek te doen. Bushcraft werd bekend door helden als Ray Mears en Bear Grills

In het eerste jaar van de opleiding behandelen we de basis van bushcraft, zodat iedereen zich uiteindelijk zelfstandig goed kan redden in de natuur. Na een jaar staat deze basis en wil ik meer. Ik besluit me op te geven voor de vervolgopleiding, waarin je leert om met nog minder nog comfortabeler te worden. Opnieuw zoeken we grenzen op, wordt het koud, zo open en bloot zonder slaapzak, schrik ik opnieuw van dat enge mes als iemand zijn duim er bijna mee afhakt en wordt buiten nog meer ons thuis. 

Als toetje van dit tweede jaar gaan we – in oktober – een week op ‘Over Leven’ expeditie naar Zuid-West Schotland: vijf dagen en vijf nachten met letterlijk alleen dat mes, een pannetje en wat vishaken leven van het land. Het wordt overleven en we leren ‘over leven’.

Back to basic

Waar we onze opleiding begonnen met anderhalve rugtas vol plastic, eindigen we met niets dan takken, bladeren, mos en varens en – ok – een mes, een billy–(pannetje) en een paar vishaken. Samen met mijn drie teamgenoten Erik, Ward en Stefan gaan we terug naar de natuur en reizen zo terug in de tijd. Van een tijd vol technologie en kunstmatigheid terug naar zoals onze verre, verre voorouders leefden, naar hoe samen leven begon, terug naar hoe de mensheid begon. 

En daarin geldt de regel: als jij niets doet, ga je dood, of op zijn minst zak je weg. Als je een goed onderkomen wilt, moet jij dat maken en blijven aanpassen. Als je vuur wilt, moet jij dat maken. Als je water wilt moet jij op en neer naar de beek en per keer zo veel mogelijk billies meenemen. En als je wilt eten moet je erop uit en plukken, rapen, graven of doden. Als jij niet kiest om aan het werk te gaan, om te willen overleven, gebeurt er niets en ben je af.

Ik voel me kwetsbaar in de grote natuur van Schotland. De veiligheidsstandaarden waar ik in mijn dagelijks moderne leven op kan vertrouwen zijn er niet. Als onze hut wordt bedolven door een omvallende boom, zijn we dood. Als ik val op de rotsen, heb ik pijn, ben ik nat of… erger.

Het brengt me terug naar mijn kern, naar het begin van leven, naar het begin van samenleven, naar het begin van de mensheid. 300.000 jaar terug hadden mensen exact hetzelfde nodig. Dát ervaar ik nu ook.

Samen overleven

Overleven gaat gemakkelijker in een team. De één is goed in vuur maken, de ander heeft een sterk ontwikkeld bouwtalent. Als de één er doorheen zit, kan de ander een gaatje dichtlopen. We doen het samen. Vijf dagen ‘over leven’ raakt grote dingen aan: verbinding met mezelf, verbinding met anderen, verbinding met de natuur.

We hebben weinig nodig; veel minder comfort, slapen en eten dan we dagelijks gebruiken in ons moderne leven. Hoeveel het land ons ook geeft, het lukt ons nauwelijks om 250 calorieën per dag bij elkaar te verzamelen. We verliezen allemaal tenminste vijf kilo lichaamsgewicht. Maar voeding uit de natuur voedt. We komen erachter dat we maar weinig bramen, rozenbottels, appels, kokkels, mosselen, garnalen, wortels, beukennootjes of brandnetelblaadjes nodig hebben om ons weer wat beter te voelen. En hoe eenvoudig is het om jezelf even te verwennen met geroosterde zeeradijswortels of krokante garnalen en brandnetelchips gegrild boven de kolen. De natuur geeft veel, als je het ziet.

De lessen van de natuur

We hebben in de natuur leren leven en dat geeft vertrouwen. Als je je op dit elementaire niveau samen weet te redden, dan kun je meer aan, zelfs als het waait of op zijn Schots stormt.

Terug in Nederland zoek ik naar plekken om te bushcraften, zonder een boete op te lopen, naar plekken waar de natuur groot genoeg is om de natuurmens in mezelf verder te ontwikkelen. Vanuit mijn loft tuur ik naar de bomen, bestudeer ik de blaadjes en de vogels. Ik wandel door het Noorderplantsoen en herken kruiden waar anderen onkruid zien. Wekelijks ga ik de stad uit, de wildernis in. Soms alleen, maar liever met vrienden of klanten. Mijn eigen relatie met de natuur is gezonder geworden en daar wil ik anderen graag in meenemen. Gewoon door een middagje samen te struinen of… door een paar nachten buiten te slapen en de kracht van de natuur zijn werk te laten doen. Want als ik iets heb geleerd tijdens het bushcraften dan is het wel dat als je de verbinding met de natuur aangaat, je daar heel veel voor terug krijgt. Zelfs middenin de stad of bij het kraken van ingewikkelde problemen op je werk.

Tekst Door: Ritzo ten Cate 

Ritzo ten Cate (Assen, 1977) is sociaal ondernemer. Hij brengt mensen bij elkaar om ze te laten doen wat er moet gebeuren, in een zaal, op wandelingen of wat maar werkt. Waar nodig gebruikt hij zijn camera of schrijft hij een column, essay of boek.

Wil je meer verhalen lezen over hoe we onze verbinding met de natuur herstellen? Abonneer je op onze wekelijkse nieuwsbrief. Dan mis je niks én je krijgt ons laatste e-magazine cadeau.