Welkom op het snelst groeiende inspiratieplatform voor een socialer en duurzamer Nederland

Waarom elke peuk die jij opsteekt een ‘fuck you’ naar je kleinkinderen is

25 oktober 2018 -

Stoptober betekent stoppen met roken. En veel verstokte rokers willen niets liever. Maar het echt doen is een ander verhaal. En volhouden vereist helemaal een ijzersterke discipline. Veelgehoord excuus: “Maar ik heb alleen mezelf ermee.” Nou, dat klopt niet helemaal. De schade van roken reikt veel (veel!) verder dan jouw longen. En is zelfs al aangericht voordat hij die longen bereikt. 

In veel ontwikkelde landen bestaat de helft tot driekwart van de prijs van tabaksproducten uit belastingen. In april dit jaar steeg totale belastingdruk van een pakje sigaretten en een pakje shag met respectievelijk 78 en 77 procent. Wie dus een pakje saffies van € 6,70 koopt, maakt € 5,16 over aan Den Haag.

Dat lijkt veel, maar al die rokers samen betalen bijna precies evenveel als hun extra zorgkosten bij elkaar opgeteld: ongeveer 24 miljard euro per jaar. En als we kijken naar de andere schade die roken toebrengt – bijvoorbeeld doordat iemand vroeger overlijdt – kost roken onze samenleving ongeveer 33 miljard euro per jaar. Accijnsverhoging is niet alleen een handige bron van inkomsten, maar ook een effectieve maatregel in het tabaksontmoedigingsbeleid. Waar ook continue anti-roken campagnes en rookvrije horeca onder vallen.

Omhoog die prijs dan maar? Het lijkt een goeie oplossing. Maar als we dan toch bezig zijn, laten we dan eens kritisch gaan kijken naar wat de schade van zo’n pak dampers is. Want die reikt veel verder dan jouw longen. Uit een rapport van de World Health Organisation (WHO) bleek namelijk dat de CO2 uitstoot van de tabaksindustrie vergelijkbaar is met die van een complete landen.

De gitzwarte footprint van de tabaksindustrie

De productie van tabak is veel schadelijker dan de productie van de meeste grondstoffen en tast de aarde op vele fronten aan.

Maak plaats voor de tabaksplant

De tabaksplant is een hongerig gewas dat graag groeit in de buurt van droog tropisch bos. Of liever: op de plek waar voorheen zo’n droog tropisch bos stond. Veel voedingsstoffen bevat deze grond niet. Dus na één of twee keer oogsten valt er niks meer te halen en wordt er een nieuw bos gekapt. Ook om tabaksbladeren te drogen zijn er bomen nodig. Bij elkaar zijn dat enorme gebieden tropisch bos die plaats moeten maken. In sommige Aziatische of Afrikaanse landen is de tabaksteelt verantwoordelijk voor 5 procent van het verlies van bomen.

Giftige chemicaliën als drinken

De tabaksteelt gaat gepaard met grote hoeveelheden meststoffen en pesticiden waarmee onzorgvuldig wordt omgegaan. De boeren kennen de risico’s ervan simpelweg niet. Doordat beschermende kleding ontbreekt komen boeren, arbeiders en hun beider families in aanraking met gevaarlijke chemicaliën. En als ze daar niet ziek van worden, dan kunnen ze nog altijd een nicotinevergiftiging oplopen. Daarvoor hoef je alleen maar een nat blad aan te raken. Vooral bij kinderen – die vaak vanaf hun 13e op de plantages werken (!) – kan dit leiden tot hevige koorts, braken en duizeligheid.

Maar ook mensen die niet op het land werken komen in contact met het gif: doordat tabak veelal in de buurt van rivieren wordt geteeld, sijpelen meststoffen en pesticiden vanaf het land zo de rivieren in. Die rivieren zijn vaak de enige drinkwaterbron van de bevolking. En als we het dan toch over water hebben: voor de wereldwijde tabaksteelt is per jaar zo’n 22 miljard ton water nodig.

Footprint zo groot als een land

De tabaksproductie stoot elk jaar zo’n 84 miljoen ton CO2 uit. Dat is ongeveer 0,2 procent van de jaarlijkse totale uitstoot van de hele wereld. Klinkt weinig? Misschien niet als je bedenkt dat dat vergelijkbaar is met de jaarlijkse uitstoot van Israël of Peru.

Een sneaky sector

Het meest sneaky van de industrie is dat – net als bij vele andere sectoren – de productie van tabak ten koste gaat van de middelen en het milieu van andere landen dan de landen waarin de uiteindelijke sigaret wordt gerookt. Bijna 90 procent van alle tabaksteelt vindt plaats in ontwikkelingslanden. Hun bronnen worden bijna letterlijk verbrand. Daarmee profiteren rijkere landen van de zwakkere regelgeving en de groeiende bevolking van armere landen. Waarmee ze de sociale en de milieudruk verleggen naar het buitenland. En de winst? Die gaat naar de landen waar de dampers worden gerookt.

Oké, en nu?

Zouden we de kosten van al deze schade mee berekenen in een pakje sigaretten dan rijst de prijs de pan uit. Want daaronder vallen niet alleen verhoogde accijnzen, maar ook de doorberekende boetes die bedrijven opgelegd moeten krijgen voor het bijdragen aan ontbossing en watervervuiling.

Maar een eerlijke prijs voor tabak, bestaat dat wel? En wat nou als de tabaksteelt zou verduurzamen? Met alternatieve droogmethodes, herbebossing, andere meststoffen en pesticides én verantwoordelijk gebruik daarvan en beheersplannen voor landgebruik? En een productie zonder kinderarbeid? Maakt dat het beter?

Nog beter is simpelweg inzien dat roken niet alleen individueel schade aanricht maar dat de hele planeet meerookt. Maakt dat een sigaret niet grofweg tot een onethisch product? En roken iets tot wat eigenlijk echt niet meer kan anno 2018? In de categorie vliegen naar Barcelona, bankieren zonder bomen en bewust kiezen voor gas en kool?

Let’s face it: elke sigaret die je opsteekt is een dikke ‘fuck you’ naar je kleinkinderen. Of eigenlijk: naar iedereen, overal en altijd. Stoptober dus, zet hem op!

Tekst door: Marije

REAGEER