
Stiekem droom ik van een ‘tradwife life’
Ons derde kind wordt binnenkort geboren. Een ‘laat lammetje’, waarvan we niet wisten dat we het nog zouden verwelkomen. Dit ‘heerlijke late lammetje’ doet me opnieuw stilstaan bij mijn verlangen naar een thuisleven waarin de baby, het eten en het verzorgen centraal staan, gedragen door een gemeenschap waarin zorg gedeeld wordt. Ik wil niet achteruit, maar vooruit naar een samenleving die het moederschap ziet als een van de belangrijkste taken die er is.
Onze eerste dochter werd geboren toen ik 28 was, onze tweede toen ik 30 was en nu onze laatste, een zoontje, nu ik 37 ben. Hij is uitgerekend twee dagen voor mijn eigen verjaardag, dus wie weet ben ik 38 als hij voor het eerst het licht ziet.
Het moederschap is iets wat mij de eerste keer, totaal onverwachts, nogal overviel. Ik had altijd kinderen gewild en had het eigenlijk als vanzelfsprekend gevonden dat ik kinderen zou krijgen. “Dat gebeurt op een gegeven moment in je leven en dat doe je er gewoon even bij,” zo dacht ik. Nooit had ik veel tijd besteed aan het overwegen van de implicaties en hoe dit zich verhield tot mijn werk/ambitie. Noch had ik veel baby’s van dichtbij meegemaakt in mijn leven. Ja, waar zie je die nou eigenlijk? Op straat, in een buggy. Of als je zelf uit een enorm groot gezin komt met vele jaren tussen jezelf en je siblings, maar dat is tegenwoordig eerder uitzondering dan norm.
“Ik had het altijd vanzelfsprekend gevonden dat ik kinderen zou krijgen”
Ik voelde de biologische klok tikken en was toen vrij snel daarna zwanger. De vreugde was groot. Een nieuw leven in je voelen groeien is een magisch gevoel. Je gaat allerlei stadia door die je nog nooit eerder hebt meegemaakt. En ik was gezegend met een zeer vlotte zwangerschap, dus al die stadia waren vooral heel erg leuk om mee te maken. Grotere borsten, een eerste kriebel in je buik, daarna het voelen van een heel nieuw wezentje dat zich omdraait, de levensveranderende ervaring van een geboorte. Het is allemaal intens bijzonder.
Mijn nieuwsgierige aard wilde tijdens de zwangerschap weten of het een jongen of een meisje was, dus bij twaalf weken wisten we dat we een dochtertje zouden krijgen. We noemden haar Ami en keken uit naar haar komst. Ik, geheel naïef, over wat komen zou.
Intensief
Mijn dagelijkse ritme was intensief. De werkwoorden ‘werken’ en ‘leven’ waren eigenlijk synoniemen voor mij in die tijd. “Als je houdt van wat je doet, werk je geen dag in je leven,” of: “Je werkt elke dag, maar je vindt dat niet erg.” Deze zinnen hebben mijn lippen meerdere malen gepasseerd. En in essentie zijn ze ook waar. Maar ze leggen alleen de nadruk op een deel van je bestaan, namelijk je ‘werkleven’. Mijn dag begon vroeg, eindigde laat, bevatte veel beweging en was intensief.
Gedreven door passie en ambitie om mijn eigen leven vorm te geven, en met de overtuiging dat je carrièrekeuzes en je werk centraal staan in je leven (en misschien wel je grootste bijdrage zijn op deze aarde), ging ik – gingen wij – als een speer. Filipe, mijn partner, en ik werkten namelijk beiden voltijds in onze eigen bedrijven: destijds een farm-to-table-restaurant en een biologisch regeneratieve boerderij.
“De impact die het nieuwe moederschap op mij zou hebben, was mij nog totaal onbekend”
Tijdens mijn zwangerschap had ik een toekomst in gedachten waarin ik zou bevallen, de baby in een draagzak zou stoppen en daarna gewoon door zou gaan met mijn leven zoals daarvoor. Dat kind komt er gewoon bij. De impact die het nieuwe moederschap op mij als werkende vrouw zou hebben, was mij nog totaal onbekend.
Toen was opeens alles anders!
Onze dochter is thuis geboren en de realisatie dat alles nu anders was, overkwam mij direct na haar geboorte. Vanaf het moment dat ik haar hoorde huilen, was er geen weg meer terug. Mijn kind was opeens belangrijker dan alles wat ik ooit had gedaan. Belangrijker dan elk gerecht dat ik had gecreëerd, elk bord dat ik had uitgeserveerd, elke visie die ik had uitgedacht, elk plan dat ik had gesmeed over wie ik wilde zijn in de wereld. Met haar komst verschoof mijn innerlijke hiërarchie in één klap, zonder overleg, zonder aankondiging.
Ik voelde een nieuw soort bewondering voor mijn eigen moeder ontstaan. Een bewondering die niet romantisch was, maar lichamelijk, rauw en confronterend. Het besef dat zij ooit exact dit had gedragen: de verantwoordelijkheid voor een ander wezen dat belangrijker was dan zijzelf, dat zo fragiel was dat het je hart letterlijk buiten je lichaam legt. Die kwetsbaarheid maakte mij in een oogopslag kwetsbaarder en banger dan ik ooit was geweest. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik voelde hoe diep zorg zich in je zenuwstelsel kan nestelen.
“Het was de eerste keer in mijn leven dat ik voelde hoe diep zorg zich in je zenuwstelsel kan nestelen”
Tegelijkertijd ging het leven onverbiddelijk door. De zaak draaide, verantwoordelijkheden bleven bestaan, rekeningen moesten betaald worden en seizoenen hielden geen rekening met slapeloze nachten. Ik had een baby aan mijn borst en een bedrijf dat vroeg om besluiten, aanwezigheid en continuïteit. Dat spanningsveld voelde niet als een logistiek probleem, maar als iets dat op een dieper niveau wrikte, alsof ik twee werkelijkheden tegelijk probeerde te bewonen die niet voor hetzelfde tempo waren gemaakt.
De traditionele man-vrouwverhouding
Wat ik eigenlijk wilde, verraste me in zijn eenvoud. Ik verlangde naar een thuisleven waarin de baby, het eten en het verzorgen van het nest centraal stonden, gedragen door een gemeenschap waarin zorg gedeeld werd en niet de verantwoordelijkheid was van een geïsoleerde moeder. De traditionele man-vrouwverhouding, die ik zo achterhaald had gevonden, voelde opeens logisch en natuurlijk. Ga jij maar lekker buitenshuis zorgen dat alles vlot verloopt, dan zorg ik voor het nest. Dat vat het gevoel denk ik het best samen.
“De traditionele man-vrouwverhouding, die ik zo achterhaald had gevonden, voelde opeens logisch en natuurlijk”
Begrijp me niet verkeerd. Ik verlang niet naar het jaren 50 beeld van een moeder die alleen thuis zit, rokend en aan de pepermuntjes, wachtend op haar man. Maar ik ben het ook niet eens met onze moderne inrichting van het moederschap. Een eenzame moeder, één hoog, die na drie maanden verlof haar baby af moet dragen bij de crèche of weer ‘echt’ aan het werk moet gaan.
Ik verlang naar een realiteit waarin het gezinsleven werkelijk de ruimte krijgt die het verdient, waarin zorgen niet iets is wat je er ‘naast’ doet, maar wat het fundament vormt van een gezond bestaan. Dit zou leiden tot zoveel meer rust in de samenleving, stel ik me zo voor.
“Zorgen is het fundament van een gezond bestaan”
Is het rechts? Then so be it!
Voor het merendeel van de gezinnen wereldwijd is zo’n leven echter geen keuze. In Nederland en andere zogenaamd welvarende landen zijn huishoudens vaak afhankelijk van twee inkomens om te kunnen wonen, eten en verzekerd te zijn. Het idee dat één ouder ervoor kan kiezen om thuis te blijven bij jonge kinderen is verworden tot een luxe, terwijl het volgens mij biologisch gezien eerder een vanzelfsprekendheid zou moeten zijn. Een radicaal rechts standpunt tegenwoordig, geloof ik. Maar ach, links, rechts, het maakt me eigenlijk niet uit waar mijn mening in de politieke arena geplaatst zou worden. Het is gewoon wat ik denk. Is het rechts? Then so be it!
Tijdens zwangerschap en moederschap verandert het vrouwenbrein namelijk aantoonbaar. Structuren herschikken zich, netwerken die te maken hebben met empathie, waakzaamheid en afstemming worden sterker, en het zenuwstelsel stelt zich opnieuw af op bescherming en nabijheid. Dat is geen romantiek en geen ideologie, maar fysiologie.
“Tijdens zwangerschap en moederschap verandert het vrouwenbrein aantoonbaar”
Toch leven we in een cultuur die jonge vrouwen hier nauwelijks op voorbereidt. De stille boodschap die veel vrouwen onbewust meekrijgen (of ik althans mee heb gekregen als jonge Nederlandse dame) is dat onze zingeving vooral ligt in onze studiekeuzes en carrières: autonomie, zelfverwezenlijking en succes. We leren vrouwen hoe ze moeten presteren en volhouden, maar niet hoe het voelt wanneer hun innerlijke kompas na een geboorte radicaal verschuift. Daar wordt niet over gepraat. Dat leer je pas als het zover is. En dan zijn je keuzes helaas beperkt.
Het moederschap wordt immers ondergeschikt gemaakt aan het werkleven. “Oh, jouw moeder is een stay-at-home mom, dus die werkt niet?” Laten we eerlijk zijn: we voelen allemaal de veroordeling in die zin. En laat me je vertellen: als iemand die meerdere zaken heeft gerund, is het moederschap een zwaardere ‘baan’ dan eender welke betaalde baan die ik ooit gehad heb.
“Niemand vertelt je dat je van je werk kunt houden en tegelijkertijd niets liever wilt dan soep maken en een baby vasthouden”
Niemand vertelt je dat je van je werk kunt houden en tegelijkertijd niets liever wilt dan soep maken en een baby vasthouden. Dat je een enorm schuldgevoel kunt krijgen omdat je, als je bij je baby bent, aan je werk denkt, en wanneer je op je werk bent, aan je baby. Je bent dus nergens honderd procent aanwezig. Niet alleen vermoeiend, ook niet optimaal voor de baby of het werk…
Geen stap terug
Ik wens dat onze samenleving zich realiseert dat deze drang naar zorgzaam zijn geen stap terug is, maar een andere vorm van betrokkenheid bij het leven. Het verlangen naar zorg en nabijheid is geen verraad aan je ambities als vrouw, maar iets wat respect en bewondering verdient. Hier zou wat mij betreft veel meer aandacht voor mogen zijn. Momenteel schuiven we het moederschap weg als iets banaals, iets wat er even ‘bij’ komt.
“Het verlangen naar zorg en nabijheid is geen verraad aan je ambities als vrouw”
Nu, jaren later, runnen we nog steeds onze eigen zaken en zijn we nog steeds druk. Onze kinderen zijn meer thuis en meer om ons heen dan bij veel andere gezinnen, en ik weet dat we het in die zin goed hebben. Toch overvalt mij bij dit derde kind opnieuw datzelfde gevoel: het verlangen om niets te hoeven uitbouwen, niets te hoeven bewijzen, maar simpelweg te mogen zijn – zorgend en aanwezig – voor een langere periode dan onze samenleving momenteel toestaat.
Het frustreert me dat we van ouders verwachten dat zij hun kinderen steeds jonger onderbrengen in overheids- en opvangsystemen, niet omdat ze dat verlangen, maar omdat het economisch noodzakelijk is. We hebben een wereld ingericht waarin vrijwel iedereen buitenshuis moet werken om te overleven, en waarin zorg binnen het gezin onzichtbaar is geworden. Het wordt niet langer erkend als werk, terwijl het juist het werk is dat het meest bijdraagt aan een gezonde samenleving.
“We hebben een wereld ingericht waarin zorg binnen het gezin onzichtbaar is geworden”
The hand that rocks the cradle rules the world
Dit is een zin die ooit tegen mij werd uitgesproken door een mormoonse vriendin uit Amerika. En het is waar. We willen een samenleving vol gezonde, blije kinderen, die opgroeien in liefhebbende, stabiele gezinnen. Waar moeders tijd hebben om te moederen. Want wat we onze kinderen meegeven van kleins af aan, nemen zij hun hele leven met zich mee.
Onderzoek naar hechting, vroege hersenontwikkeling en stressregulatie laat zien dat de eerste jaren bepalend zijn voor hoe veilig een kind zich in de wereld voelt, hoe het relaties aangaat en hoe het omgaat met spanning en tegenslag. Nabijheid, consistente aandacht en voedzame zorg vormen in die periode letterlijk de basis van het zenuwstelsel en het brein. Dat zijn geen zachte waarden, maar biologische randvoorwaarden voor mentale gezondheid en veerkracht later in het leven. Willen we dus een stabiele, gezonde samenleving, dan begint die niet bij economische groei of efficiëntie, maar bij het beschermen en waarderen van de eerste kinderjaren, bij het mogelijk maken van een stabiel, gelukkig en gezond begin van een mensenleven.
“Een stabiele, gezonde samenleving begint niet bij economische groei of efficiëntie”
Misschien is dat wel waar het wringt. Niet in individuele keuzes, maar in een systeem dat het gezinsleven niet langer eert als dragende kracht, maar behandelt als een logistiek probleem dat zo snel mogelijk moet worden opgelost. En misschien is het precies daar dat we iets essentieels zijn kwijtgeraakt.
Ik wil niet terug naar een tijd waarin vrouwen niet mochten stemmen of werken. Maar ik wil wél terug naar een tijd waarin één inkomen een gezin kon onderhouden. Of liever: ik wil vooruit naar een maatschappij waarin dit financieel haalbaar is én waar het moederschap wordt gezien als een van de belangrijkste taken die er is. Eén die niet uitbesteed hoeft te worden, maar die juist tijd, aandacht en waardering verdient.
“Ik wil vooruit naar een samenleving die het moederschap ziet als een van de belangrijkste taken die er is”
Hoe komen we daar?
Misschien begint het met erkennen dat de afbraak van het eenverdienersmodel geen natuurwet is, maar het resultaat van keuzes. Keuzes sinds de jaren tachtig, waarin wonen een investeringsobject werd, zorg werd vermarkt, belastingstelsels tweeverdienerschap bevoordeelden en emancipatie vrijwel volledig werd gelijkgesteld aan betaalde arbeid. Dit moeten we veranderen.
Een realiteit waarin één inkomen opnieuw een gezin kan dragen, vraagt niet om een permanente terugkeer naar oude rolpatronen, maar wel om een herwaardering van zorg. Om beleid dat wonen betaalbaar houdt, zorgarbeid erkent, gezinnen als economische eenheid ziet en tijd weer als waarde beschouwt.
Misschien vraagt het vooral om iets eenvoudigs maar radicaals: dat we durven zeggen dat zorgen voor elkaar – en zeker voor onze eigen kinderen – niet iets is wat je ‘erbij’ doet, maar iets wat het leven zelf draagt.


