
Het altaar van meer, en de langzame vernietiging van alles wat telt
Als je wat afstand neemt van je dagelijkse leven, dan zou je kunnen stellen dat we leven in een tijdperk van enorme hebzucht. Het is nooit genoeg. Nooit genoeg tijd, nooit genoeg geld, nooit genoeg vooruitgang, nooit genoeg technologie. Alles wordt opgeofferd aan het altaar van meer. Iedereen snakt naar minder, maar doet, bouwt, vraagt en vergt steeds meer. In een tijd die in alle opzichten om minder vraagt.
Ik zou kunnen zeggen dat we er slaaf van zijn. Maar dat is niet eerlijk en het is ook niet waar. Want slavernij impliceert geen keuze. En er is wel degelijk een keuze, ook al voelt dat niet zo. De waarheid is ongemakkelijker: we kiezen dit. Niet bewust, niet willens en wetens, maar we kiezen het wel, elke dag opnieuw, in duizend kleine beslissingen. We voeden elkaar en onszelf op om te geloven in een mentale kooi. We sluiten de deur en we gooien de sleutel weg. En vervolgens klagen we over dat we vast zitten.
“We geloven in een mentale kooi, sluiten de deur en gooien de sleutel weg”
Dit is geen verwijt. Het is een diagnose. Want een diagnose opent de mogelijkheid van genezing. En een mentale kooi, hoe stevig ook, kan alleen van binnenuit worden geopend.
Dit stuk gaat over hoe die kooi is gebouwd, wie haar heeft ontworpen, waarom we erin zijn gestapt, en wat het vergt om de deur te openen.
Wij leven in de architectuur van anderen
Kijk goed naar de mensen die de technologische en economische systemen aandrijven die ons tijdperk definiëren. Niet als schurken, dat is te gemakkelijk en naar mijn mening onjuist. Luister goed naar hun wereldbeeld, plaats het in de tijdgeest waarin wij leven en opgroeien, en laat daar een eerlijke analyse op los.
Je ziet vrijwel universeel een sterke, overlappende combinatie: buitengewone intelligentie gepaard aan een vrijwel volledig onvermogen tot verzadiging. Het vermogen om systemen te doorgronden, snel te handelen, te overwinnen in competitie, gecombineerd met een innerlijke leegte die niet gevuld lijkt te worden door een enorme hoeveelheid prestaties. Een gekwetste ziel die zich constant moet bewijzen door het veroveren van macht en geld.
Elon Musk heeft geen geld meer nodig, al twintig jaar niet. Wat hem volgens mij wanhopig aandrijft, is iets wat geld hem nooit zal geven: het gevoel van intrinsieke waarde dat je hoort mee te krijgen van mensen die onvoorwaardelijk van je houden. Jeff Bezos bouwde de meest efficiënte machine ter wereld om mensen items te bezorgen die ze snel willen. Hij staat bekend om zijn obsessieve behoefte aan controle over alle aspecten van zijn zaak, en kan naar alle maatstaven niet stoppen. Mark Zuckerberg bouwde een platform voor menselijke verbinding, terwijl hij zelf zichtbaar worstelt met menselijke verbinding, en creëerde een systeem dat verbinding simuleert, kwantificeert en verhandelt.
“Ze worden gedreven door een innerlijke leegte die vroeg in het leven is ontstaan en nooit is opgelost”
Alle drie worden gedreven door een innerlijke leegte die vroeg in het leven is ontstaan en nooit is opgelost. Musk groeide op met een emotioneel gewelddadige vader en ernstig pestgedrag op school, hij leerde vroeg dat de wereld vijandig is en dat overleven vraagt om harder, sneller, groter te zijn dan de dreiging. Bezos werd als peuter verlaten door zijn biologische vader, hij ontwikkelde een diepgewortelde behoefte aan absolute zelfvoorzienende controle, aan systemen die nooit falen. Zuckerberg groeide op als cognitief buitengewoon begaafd maar sociaal onhandig, computers boden hem een wereld van voorspelbaarheid en logica die menselijke relaties hem ontnamen.
Geen van drieën is een pure schurk. Naar mijn inzien zijn ze gekwetste zielen met onbegrensde macht, die een wereld bouwen in het beeld van hun onopgeloste innerlijke onrust. En een kortzichtigheid die in de tijdgeest past. “Het is de werking van de markt”, beantwoordt de vraag of de impact van deze bedrijven wel of niet gewenst is. Er wordt dus niet gedacht buiten het financiële beslissingskader. Er wordt niet holistisch gekeken naar de impact. Er wordt gedacht in termen van winst, verlies en optimalisatie.
“Macht trekt macht aan zoals massa zwaartekracht genereert”
En de wet van de macht is meedogenloos: macht trekt macht aan zoals massa zwaartekracht genereert. Hoe meer je hebt, hoe meer er vanzelf naartoe stroomt, in kapitaal, in talent, in politieke toegang, in aandacht. Het systeem beloont groei met meer groeimogelijkheden en straft stilstand als falen. De gekwetste ziel stopt nooit, omdat elke overwinning het bewijs levert dat de volgende overwinning nodig is. De finish verschuift met elke stap. De wond wordt de motor van een machine die per definitie geen eindstation heeft.
Wij hebben instellingen gebouwd die precies dit belonen. We geven deze mensen kapitaal, platforms en politieke toegang. We noemen hen visionairs. We maken hen tot goden.
Valse goden
Elke beschaving aanbidt iets. De vraag is of ze weet wat ze aanbidt. Lees hiervoor ook mijn vorige artikel ‘De vraag die we niet vaak genoeg bespreken’. Waar ik inga op de nood tot het stellen van de zinsvraag van het leven en het weer centraal stellen ervan.
We vertellen onszelf dat we in een seculier tijdperk leven, rationeel, empirisch, voorbij bijgeloof. Maar kijk naar wat we werkelijk doen, niet naar wat we zeggen. We volgen de bewegingen van rijke individuen met de toewijding van middeleeuwse boeren die heiligen volgden. We verslinden hun biografieën, hun ochtendroutines, hun meningen over onderwerpen waar ze wel of niet iets van weten. We meten menselijke waarde af aan vermogen. We noemen miljardairs zelfgemaakt alsof ze uit het niets zijn verschenen, en we leren onze kinderen daarmee onbewust dat macht en geld het summum zijn. Niet wijs worden. Niet goed zijn. Niet diepgaand leven.
Economische groei als doel op zich. Een valse god, zo zie ik dat.
“We leren onze kinderen onbewust dat macht en geld het summum zijn”
En zoals alle valse goden eist ook deze offers. Hij eist tijd, de uren van je ene leven besteed aan het produceren van dingen voor andermans winst. Hij eist aandacht, de langzame kolonisering van je innerlijk leven door reclame, vergelijking en de angst van ontoereikendheid. Hij eist je lichaam, de slaap die je niet krijgt, het eten dat je niet kookt, de wandelingen die je niet maakt omdat er altijd meer te doen is. Hij eist je tijd met je kinderen, de uren dat je er niet bij bent, terwijl je kinderen tegelijkertijd verder worden geïndoctrineerd via het scherm dat je nu vervangt.
Hesiodus begreep dit in 750 voor Christus. De goden, schreef hij, maken het leven tot een strijd, en uit die strijd komt de dwang om te produceren, te accumuleren, te concurreren. Hij beschreef een mythologische oorsprong voor wat we nu een cultureel besturingssysteem zouden noemen. De strijd is niet natuurlijk. Ze werd geïnstalleerd.
En een installatie, hoe diep ook in het systeem, kan worden verwijderd.
De kooi die we zelf bouwen
Hoe zijn we hier gekomen? Dat antwoord begint niet in de economie, niet in de technologie, maar in onze biologie. En het is ouder dan elk systeem dat mensen ooit hebben gebouwd.
In een wereld van echte schaarste was het verlangen naar meer op overleven gebaseerd. Meer voedsel betekende de winter doorkomen. Meer allianties betekende bescherming. Meer middelen betekende dat je kinderen leefden. Het brein dat meer wilde, was het brein dat overleefde en zijn genen doorgaf. Die drang is oeroud, functioneel en diep biologisch verankerd.
“De drang naar meer is oeroud, functioneel en diep biologisch verankerd”
Het probleem is dat het vandaag de dag moreel als OK wordt ervaren om deze menselijke drang te manipuleren en hem om te zetten in winst. Het systeem is dus op snellere toeren gaan draaien nadat de omstandigheden volledig veranderden. Hierdoor leven we nu in een wereld waarin letterlijk alle rijkdom en grondstoffen in de handen zijn van enkele zeer machtige spelers. En we als het ware weer in een feodale maatschappij leven, maar dan met veel minder macht om te rebelleren.
Vanaf de geboorte wordt ons, op subtiele en minder subtiele wijze, geleerd om iets externs te willen. Reclame bereikt kinderen voordat ze kunnen lezen. Sociale media kwantificeren sociale waarde in likes en volgers. Carrièrecultuur leert ons dat onze waarde is wat we produceren en verdienen. De huizenmarkt zorgt ervoor dat zelfs een eigen plek om te wonen, voortdurende deelname aan het accumulatiespel vereist, niet door een, máar tegenwoordig beide ouders in een gezin!
Tegen de tijd dat iemand volwassen is, is het verlangen naar, en sterker nog, de geïnternaliseerde noodzaak van meer, niet iets wat ze gekozen hebben. Het is vanzelfsprekend en vereist geworden. Het is een denkkader geworden dat functioneert als kooi.
“Tegen de tijd dat iemand volwassen is het verlangen naar meer een denkkader geworden dat functioneert als kooi”
Maar hier is het cruciale onderscheid. De kooi is niet van staal. Ze is van gedachten. Van aannames. Van verhalen die we over onszelf en de wereld vertellen zonder ooit te vragen of ze waar zijn. Deelname aan het systeem is grotendeels onvermijdelijk. De kooi in je hoofd is dat niet.
De wending: het is een mentale doorbraak
Dit is het punt waarop ik van richting wil veranderen.
Want het gemakkelijke verhaal is: het systeem is te groot, de krachten zijn te sterk, de verlangens te diep. We zijn machteloos. En dat verhaal, hoe begrijpelijk ook, is zelf onderdeel van de kooi. Het is de meest effectieve tralie van allemaal: de overtuiging dat er geen deur is.
Er is een deur.
Niet naar een leven volledig buiten het systeem, want dat bestaat nauwelijks en is voor de meesten van ons niet de werkelijkheid. Maar naar een fundamenteel andere verhouding tot het systeem. Een verhouding waarbij je participeert zonder te geloven. Waarbij je speelt zonder verloren te gaan in het spel. Waarbij je weet wat je doet en waarom, en waarbij de keuzes die je maakt voortkomen uit jouw waarden, niet uit de angst die het systeem installeert.
Die verschuiving is niet politiek. Ze is niet economisch. Ze is mentaal.
“Verlangen naar meer is bijna altijd verlangen naar verbinding”
Ze begint op het moment dat je de volgende vraag werkelijk stelt, niet als retoriek maar als eerlijk onderzoek: wie wil ik zijn als mens buiten bezit om?
Die vraag is eenvoudig. Het antwoord vereist moed. Want onder het aangeleerde verlangen naar meer materie en aanzien ligt vaak iets veel kwetsbaarders: de wens om gezien te worden. Om erbij te horen. Om genoeg te zijn. Om lief te hebben en bemind te worden. Verlangen naar meer is bijna altijd verlangen naar verbinding, verkleed als verlangen naar bezit of status.
Als je dat eenmaal ziet, verliest het systeem een groot deel van zijn greep op je. Niet omdat je niet meer meedoet. Maar omdat je nu kunt kiezen waar je aandacht heen gaat en wat je wel en niet consumeert vanuit een duidelijker kader.
Het lichaam als fundament van de doorbraak
De mentale doorbraak komt vaak makkelijker tot stand als je een tijd doorbrengt in een zo natuurlijk mogelijke omgeving en voeding tot je neemt die leeft en die doet leven.
De darmen en het brein staan in voortdurend gesprek. Het microbioom, het ecosysteem van bacteriën in je spijsverteringskanaal, produceert een aanzienlijk deel van de serotonine in je lichaam. Het voedsel dat je eet, vormt je stemming, je cognitie, je veerkracht, je vermogen tot empathie en geduld. Een lichaam dat chronisch gevoed wordt met ultra bewerkt voedsel, opgezadeld met hoge stress, verstoken van slaap en zonlicht en fysieke beweging, produceert een bepaald soort geest. En dit is de werkelijkheid voor velen in het huidige systeem. Angstig. Reactief. Snakkend naar prikkels. Niet in staat met ongemak te zitten. Kwetsbaar voor de belofte van snelle verlichting.
“Het voedsel dat je eet, vormt je stemming, je cognitie, je veerkracht, je vermogen tot empathie en geduld”
En een geest in die toestand is een geest die het systeem van meer niet kan doorzien, laat staan weerstaan. Ze is er te moe voor, te angstig, te afgeleid. Het verhaal volgt de biologie: een persoon die zich chronisch onvoldoende voelt in zijn eigen lichaam grijpt naar het externe verhaal dat kant-en-klaar wordt aangeboden. Je voelt je slecht omdat je nog niet genoeg hebt. Werk harder. Verdien meer. Koop het ding.
Dit verhaal degradeert de biologie verder: meer stress, slechter eten, minder slaap, een vatbaardere geest, een noodzakelijker verhaal. Het is een cirkel. Doorbreken begint dan ook niet met een boek of een ideologie. Het begint met slaap. Met echt voedsel. Met bewegen in de buitenlucht. Met stilte. Met een lichaam dat rustig genoeg is om te voelen wat het werkelijk nodig heeft, in plaats van te reageren op wat het systeem installeert.
Wat we in ons lichaam stoppen, is geen levensstijl keuze. Het is een politieke daad. Een goed gevoed lichaam is een lichaam dat het verschil kan voelen tussen wat het werkelijk nodig heeft en wat het is verkocht. Dat vermogen tot onderscheid is precies wat het systeem ons heeft ontnomen.
“Wat we in ons lichaam stoppen, is een politieke daad”
Bevraag de motivatie, van een ander en van jezelf
Een van de meest radicale dingen die je kunt doen is vragen, met oprechte nieuwsgierigheid en zonder omwegen, waarom iemand wil wat hij zegt te willen.
De ondernemer die zegt de wereld te willen veranderen. Doet hij dat? Of wil hij worden gezien als iemand die de wereld verandert, wat een heel ander ding is, een dat een publiek vereist meer dan daadwerkelijke verandering? De technoloog die AI bouwt en gepassioneerd spreekt over menselijke bloei. Wordt die ook daadwerkelijk bewerkstelligd? Of is het uiteindelijk een winst drijvende machine die enkelen rijker maakt en de rest armer aan tijd, aandacht en autonomie?
We zijn buitengewoon goed geworden in het construeren van verhalen die eigenbelang laten lijken op altruïsme. En we zijn even ongeraffineerd geworden in het bevragen van die verhalen, omdat het als onbeleefd wordt beschouwd, en omdat we ergens weten dat onze eigen motivaties vaak hetzelfde onderzoek niet zouden overleven.
“We construeren verhalen die eigenbelang laten lijken op altruïsme”
Ik ben daar zelf niet immuun voor. Als ik mezelf eerlijk bevraag, realiseer ik me dat ik soms ook gedreven word door een verlangen naar validatie van buitenaf. Dat ik twijfel of ik genoeg ben, of überhaupt recht van spreken heb. Soms verlang ik naar status en erkenning, die ik zou zien als een bevestiging van mijn waarde. Maar ik weet diep vanbinnen dat ik daarvoor niet op aarde ben. En ik realiseer me dat ik mezelf vastzet in een mentale kooi als ik me door die gevoelens laat leiden in plaats van ze te onderzoeken.
Die bereidheid tot eerlijk zelfonderzoek is niet altijd gemakkelijk. Het is wel de eerste stap buiten de kooi.
“Eerlijk zelfonderzoek is de eerste stap buiten de kooi”
Het ongemak is de weg
Elke grote traditie die echte menselijke diepte heeft bewaard – stoïcisme, boeddhisme, contemplatief christendom, de ambachts tradities van vrijwel elke cultuur – deelt één inzicht dat de consumentenmaatschappij tot haar centrale vijand heeft verklaard: comfort is niet het doel.
Niet omdat lijden edel is. Dat is het niet. Maar omdat het vermijden van ongemak tegen elke prijs een bepaald soort persoon produceert: iemand die niet kan wachten, niet stil kan zitten, niet aanwezig kan zijn bij iets wat hem niet onmiddellijk beloont. Een persoon, met andere woorden, perfect gevormd om consument te zijn en ongeschikt voor de mentale doorbraak die vrijheid vereist.
Het vermogen om ongemak te verdragen – het af en toe koud te hebben, hongerig te zijn, verveeld of onzeker – is hoe het zenuwstelsel leert dat het zonder voortdurend beheer kan overleven. Het is hoe geduld mogelijk wordt. Hoe diepgang mogelijk wordt. Hoe echte verbinding mogelijk wordt, want verbinding vereist de bereidheid geraakt te worden door een ander persoon en geraakt worden is ongemakkelijk.
“Ongemak verdragen is niet de prijs van vrijheid, maar de weg erheen”
Snelle bevrediging is een dief. Ze steelt de ervaring van anticipatie, die vaak rijker is dan het geanticipeerde ding. Ze steelt het diepe genoegen van langzaam en goed voltooid werk. Ze steelt het bijzondere genot van een maaltijd die met liefde is gekookt, gegeten met mensen van wie je houdt, aan een tafel waar niemand naar een scherm kijkt.
Het ongemak verdragen is niet de prijs van vrijheid. Het is de weg erheen.
Tien stellingen als kompas
De systemische gevangenis kan alleen worden ontmanteld als we onszelf eerst mentaal eruit bevrijden. Niet als grote revolutionaire daad, maar in kleine, dagelijkse keuzes. Ik doe dit door de volgende stellingen regelmatig door mijn hoofd te laten gaan. Niet als regels, maar als kompas.
- Niemand staat boven, noch onder mij. Ik ben geen meester, noch een slaaf.
- Aanvaard autoriteit nooit zonder hem te bevragen, en volg die alleen als je het er werkelijk mee eens bent.
- Wat jij niet wilt dat jou geschiedt, doe dat ook een ander niet.
- Streef ernaar om in proportie altijd meer te geven dan je neemt.
- Een gezonde geest komt makkelijker voort uit een gezond lichaam. En vice versa, dus zorg goed voor beide door ze te voeden met levend-gevende energie.
- Je energie is aanstekelijk, dus wees positief besmettelijk!
- Wees eerlijk, altijd. Ook als het moeilijk is.
- Wees kwetsbaar, maar niet naïef.
- Bevraag je eigen motivatie en wees brutaal eerlijk tegenover jezelf.
- Echte voldoening komt vaak voort uit discipline en hard werken, omarm dit principe.
Je gedachten scheppen uiteindelijk de realiteit
De mentale doorbraak is dit: je hoeft niet te wachten op een politieke revolutie, een economische ineenstorting, of een technologische redding. Je hoeft alleen maar eerlijk te kijken naar de kooi die je zelf hebt gebouwd, en de vraag te stellen of je er werkelijk in wilt blijven wonen. De verandering die jij wilt zien, kun je in je eigen leven waarmaken, met elke keuze, en met elke gedachte die je hebt en besluit te laten leiden.
“Je hoeft alleen maar eerlijk te kijken naar de kooi die je zelf hebt gebouwd”
We kunnen anders kiezen. Niet gemakkelijk. Niet allemaal tegelijk. Maar met intentie, met eerlijkheid over onze eigen motivaties, met een lichaam dat goed genoeg is gevoed om helder te denken, en met de bereidheid het ongemak van die helderheid te verdragen, zo kunnen we zelf de architecten worden van een werkelijkheid waarin we willen leven.
Want dat is uiteindelijk alles wat onze werkelijkheid is: het product van ons gezamenlijk denken en de keuzes die daaruit voortkomen.
Dus denk vrij, en handel ernaar. Dan verandert het systeem vanzelf.


