
Het onbenoemde zichtbaar in drie verhalen
Ron van Es, initiatiefnemer van de Betekenis Boeken Club, las, bekeek, en maakte recent drie verhalen mee. Drie verhalen waarin het onbenoemde zichtbaar werd. Drie verhalen over dat onbenoemde: liefde, verlangen, moed. En dan het besef dat liefde, verlangen en moed zo vaak niet te benoemen zijn. Totdat ze gezien worden. In een flits, in een oogwenk, in een paar zinnen.
Sentimental Value
Het eerste verhaal is het verhaal tussen een oudere vader en zijn twee dochters in de speelfilm ‘Sentimental Value’. De vader, gescheiden van hun moeder, duikt weer op bij de receptie in het oude ouderlijke huis van de dochters. Hij is filmmaker, maar heeft al lang geen film meer gemaakt. In een gesprek later vraagt hij de jongste dochter, die actrice is, om in zijn nieuwe film te spelen. Die film, blijkt, gaat voornamelijk over de moeder van de man, die in datzelfde oude ouderlijke huis ooit zelfmoord heeft gepleegd. De dochter weigert. “Waar was je al die tijd, en waarom zou ik dan nu ineens in jouw film moeten spelen?”
De oude filmmaker vraagt dan een bekende Amerikaanse actrice die hij op een festival ontmoet, maar hoewel zo wel het geld beschikbaar komt (Netflix) wordt deze exercitie helemaal niks. Iedereen weet en voelt dat het niet klopt. Het gesprek dat niet gevoerd is, moet eerst gevoerd worden tussen de vader en zijn dochters. Pas als het onbenoemde er kan zijn, is er weer contact mogelijk.
“Pas als het onbenoemde er kan zijn, is er weer contact mogelijk”
In de film gebeurt dat op een bijzondere manier. Ja, de dochter speelt de hoofdrol in de film, die nu heel anders eindigt. En daar, op het eind van de opname, en op het eind van de film kijken de regisseur en vader en de actrice en dochter elkaar aan. Daar, in het elkaar zien, en de blikken naar elkaar, daar is het onbenoemde zichtbaar. In dat onbenoemde weten ze van elkaar, en elkaars verhaal.
Alles voor de reis
Het tweede verhaal gaat over het nieuwe boek ‘Alles voor de reis’ van Adriaan van Dis waarin hij over zijn verhouding, zijn ‘geheime’ verhouding verhaalt met Ellen Jens. “De halve stad wist het”, vertelt hij in een interview met Laura de Jong van De Volkskrant. Waarom de verhouding van maar liefst 38 jaar geheim moest blijven is dat er ook een ander was, de echtgenoot van Ellen Jens. “Lang heb ik veel rekening gehouden met het feit dat er ook een ander was. Lang heb ik mijzelf gecensureerd; ik wil anderen niet nodeloos pijn doen, maar ik hoef mezelf ook niet nog meer pijn te doen door het te ontkennen.”
Ellen Jens stierf twee jaar geleden en de weg voelde nu vrij om over zijn relatie met haar te schrijven. Zo ook de laatste weken waarin zij in een hospice ligt en waar ze samen wachten op de dood. “Ze drinken stiekem wijn in theekopjes. Grüner Veltliner van de Hema, ze was ook zuinig. Samen reizen ze terug in de tijd en praten ze over hun tijd samen.”
“Het onbenoemde is de liefde die in het verborgene moest blijven”
Het onbenoemde is hier de liefde die opbloeide tussen deze twee, liefde die in het verborgene moest blijven. Maar ook de pijn van datzelfde verborgene, want de ander mocht geen pijn lijden van een echtscheiding. Leven met een tekort en tegelijk leven met wat er mogelijk is. “We ontdekten dat de verwondingen die we hebben opgelopen in ons leven, onze jeugd, dat die ons ook tot elkaar hebben gebracht. Wat begon als een stoutigheid, kreeg steeds meer gewicht en bleek daarna onvermijdelijk te zijn.”
Hoe, denk je als lezer van dit interview, houdt iemand het vol om een geliefde in het geheim te ontmoeten, te leven met het idee dat de tijd samen altijd gedeeld moet worden en dat de relatie altijd onbenoemd moet blijven? Misschien was die liefde in dat geheim juist dat wat gezocht werd en voldoende was? Adriaan van Dis zegt dan deze verklarende zin in het interview: “Ik wil natuurlijk niet gaan zwetsen over de liefde, ik weet mijn god niet eens wat het is, het is zo’n wonderbaarlijk iets.”
Een apart soort moed
Het derde verhaal werd me verteld in een lezing in een kerkdienst bij de Remonstranten in Rotterdam door Jan Oegema. Hij heeft een nieuw boek geschreven dat in maart 2026 uitkomt over het leven van de joodse Etty Hillesum, ‘Een apart soort moed’. “In ‘Een apart soort moed’ schetst Jan Oegema Etty Hillesum als een moderne Antigone, overtuigd van een eigen lotsbestemming. Ze is ambitieus, strijdbaar, filosofisch, zelfbewust, gelovig, bewust kinderloos, promiscue, tegelijk raadselachtig en niet voor rede vatbaar.”
In het verhaal dat Jan Oegema vertelde had hij het over de opbloei van Etty, van de weifelende jonge vrouw naar de zelfbewuste vrouw die haar weg ging naar Westerbork om daarna vermoord te worden in Auschwitz. Ze laat een dagboek na dat door velen is gelezen en becommentarieerd in talloze boeken. Nu dus dat boek van Jan Oegema die schrijft: “Als beginnend schrijver wil ze ‘de moed hebben tot zichzelf’ en benoemt ze zeven doelen waarmee ze dat voornemen hoopt te concretiseren. Voor wie haar daarin nauwlettend volgt, ontvouwt zich niets minder dan een pedagogiek van de moed. In een tijd van crises en desoriëntatie maakt dat haar opnieuw relevant.”
“Het gaat dan om de juiste verhouding tussen woorden en woordenloosheid”
Opvallend in het leven van Etty Hillesum is haar ontmoeting midden in de oorlog met Julius Spier, een oudere man, psycholoog en handlezer. Hij brengt iets in haar tot leven, iets dat je ook het onbenoemde kunt noemen, en dat haar, volgens Jan Oegema, moedig maakt om te gaan staan voor zichzelf. Wat dan volgt is een moeilijk te begrijpen weg van niet willen onderduiken en met die gevonden moed haar leven in handen te geven van de brute krachten; krachten die uit zijn op vernietiging. Ik kan alleen maar gissen wat dit onbenoemde haar tot dit besluit heeft gebracht, wat haar ook het leven heeft gekost. Was het liefde voor de joodse medemens? Was het zich teweer stellen tegen de bruutheid van het geweld? Was het de (over)moed van de simpele mens tegen het georganiseerde systeem? In haar dagboek schreef ze ergens: “De woorden moeten eigenlijk het zwijgen accentueren… Het zal dan gaan om de juiste verhouding van woorden en woordenloosheid, een woordenloosheid, waarin meer gebeurt, dan in alle woorden, die men bij elkaar vinden kan.”
Drie verhalen over de levens van mensen op verschillende plekken en verschillende momenten in het leven. En al deze drie verhalen gaan over dat onbenoemde. Liefde, verlangen, moed. En dan het besef dat liefde, verlangen en moed zo vaak niet te benoemen zijn. Totdat ze gezien worden. Even. Een flits, een oogwenk, een paar zinnen in een dagboek. Een leven, tot in de dood.
De toegift
En dan de toegift, het prachtige lied van Max Raabe ‘Ans Herz geh’n’. Willst du mir nicht ans Herz geh’n?
Ein kleines bisschen nur Nimm mich in den Arm Dann wird uns wieder warm
Kannst du nicht meinen Schmerz seh’n Mein Glück macht Inventur
Lass mich nicht allein! Ich weiß, es soll so sein
Kijk naar de eveneens prachtige clip. En let dan op dat laatste beeld, dat beeld waar de zanger je in de camera aankijkt. Dat is het onbenoemde.
Headerbeeld: Max Raabe ‘Ans herz geh’n’.


