
Het moedige hart
Juist in een tijd van dreiging, confrontatie en geweld, neigen we ertoe om het vooral niet te veel te voelen. We proberen de dreiging die over de wereld hangt af te wenden, door het hart te sluiten. Zo wint de angst het van de openheid. In mijn vorige blog schreef ik daarover, over het angstige hart. Juist in een tijd als deze hebben we een open hart nodig. Is er liefde nodig, mededogen, met onszelf en met anderen. En wijsheid. Het hart kan ons leiden en steunen met goede raad. Een open hart vraagt moed.
Drie weken reisde ik in mijn eentje in mijn campertje door Noord-Engeland. “Dat je dat durft, in je eentje…” “Moedig hoor, zo in je eentje, op de ferry en dan links rijden” “En op jouw leeftijd als vrouw alleen…”
Wat iemand moedig noemt, is vaak iets dat diegene zelf niet durft. Of mijn reis getuigt van moed, wordt dan bepaald door wat anderen wel of niet durven doen. Ik leef al twintig jaar alleen en ik reis al vele jaren alleen. Het is niet zo dat het soms niet spannend is. Maar de spanning en onzekerheid die het reizen in mijn eentje kan oproepen, heeft me er nooit van weerhouden op reis te gaan. Omdat ik het heel graag wilde. Dat willen, dat verlangen, was sterker dan de spanning. Ooit was het wellicht moedig, die eerste reis.
“De spanning en onzekerheid heeft me er nooit van weerhouden op reis te gaan”
Moed is nodig om grenzen te verleggen, om uit de comfortzone te stappen, om nieuwe, onbekende wegen te bewandelen. Vaak is er in ons, in jou en mij, iets dat roept. Dat kan over relatief kleine dingen gaan, zoals mijn eerste reis alleen naar Engeland, die ik maakte omdat ik Stonehenge wilde zien. Stonehenge riep me. Ik had in die tijd zelf geen auto, ging met de trein, een tentje in mijn rugzak, naar Calais. Aan de overkant van het kanaal stond een huurauto klaar.
Wat ons roept kan heel divers zijn. Je leest over een opleiding die je wel wil aangaan, maar lukt dat wel, maak je nu wel de juiste keuze, krijg je later geen spijt. Een workshop waarover je hoorde, die geld kost en je moet er voor reizen en god weet wat je tegenkomt als je dat allemaal aangaat. Een nieuwe vriendin waar je tegenop kijkt. Ga je dat durven of blijf je in je vertrouwde kleine ruimte.
Die kleine ruimte
We groeien op in een bepaalde omgeving, met specifieke waarden en normen, we leren gedrag aan dat bij die omgeving past, zo creëren we voor onszelf een zekere veiligheid en we nemen aan dat de persoon die zo ontstaat ook is wie wij zijn: hier is opnieuw de ego-identiteit. Houden we daaraan vast, aan dat geloof, en houden we daarmee het leven klein, of durven we te onderzoeken wat het leven echt voor ons in petto heeft? Wat het echt van ons vraagt, durven we risico te nemen?
“Durven we te onderzoeken wat het leven echt voor ons in petto heeft?”
Ooit kreeg ik de mogelijkheid om een groot pand in Groningen te huren waar ik mijn praktijk zou kunnen vestigen. Waar ik individuele cliënten kon zien, groepen kon geven en ook met mijn opgroeiende dochters kon wonen. Mijn praktijk stond in de beginschoenen, ik leefde nog deels van een uitkering en de huur was hoog. Elke ochtend werd ik in paniek wakker. Maar van het idee dat ik het niet zou doen, raakte ik nog meer in paniek. Er was iets dat mij riep, mij uitdaagde, mij voor het blok zette. Het was een grote stap en tien jaar lang had ik daar een bloeiende praktijk.
We hebben moed nodig, schrijft Stevo Akkerman in Dagblad Trouw van 29 mei, om te handelen: “Het leven vergt moed van ons allemaal, al is het omdat we stervelingen zijn. De dood valt niet te ontwijken. En: Vind je de moed om trouw te zijn aan jezelf?”
Trouw aan jezelf
Neem je de tijd om te luisteren naar wat er in je hart leeft, wat je hart van je vraagt? Durf je te luisteren naar die stem die jou diep van binnen roept? Die je vraagt om een nieuwe stap te zetten. Tegen de gebaande paden in jouw eigen pad te volgen, een afwijkende mening te hebben en daarvoor uit te komen. Durf je trouw te zijn aan jezelf? Daar is echt moed voor nodig. Moed om de waarheid onder ogen te zien, grenzen te verleggen, om iets pijnlijks onder ogen te zien, om jezelf of de waarheid zoals jij die ziet niet uit de weg te gaan maar je uit te spreken.
“Durf je te luisteren naar die stem die jou diep van binnen roept?“
Het hart van de krijger
Het hart heeft moed nodig om ten diepste te durven voelen wat je waarheid is. Die zit niet in meningen of gedachten, niet in opinies. Waarheid zit in het hart. Voelen wat wezenlijk van belang is, zit dáár, op die plek. Een moedig hart is onbevreesd. En om onbevreesd te kunnen zijn, moeten we angst kennen. We moeten weten waar we bang voor zijn, wat ons ervan weerhoudt om voor de waarheid te gaan, voor dat wat wij belangrijk vinden. Vandaar dat mijn vorige blog over angst ging. Onbevreesdheid betekent niet dat er geen angst is. Onbevreesdheid betekent dat je de angst onder ogen durft te zien, dat je durf hebt, moed.
“Onbevreesdheid betekent dat je de angst onder ogen durft te zien”
Bang voor jezelf
Het angstige kind in ons, waar ik mijn vorige blog mee eindigde, kan een grote beperker worden in ons leven. Er is vaak veel moed nodig om pijnlijke ervaringen uit ons verleden toe te laten, de emoties die daar leven, de angsten. Om de waarheid van onze geschiedenis onder ogen te zien. Om niet heel hard te roepen: “Dat heb ik achter me gelaten, dat heb ik allemaal al lang verwerkt”, maar om wakker te blijven, in contact te blijven met ons hart, met dat wat ons roept.
Het kan heel intens zijn om sommige aspecten uit je verleden onder ogen te zien, te doorleven. Onder de woede ligt verdriet, vaak veel verdriet. Je hart knapt ervan op als je dat toe kunt laten. Als je de gekwetstheid en de pijn van ooit, toen je een kind was – die gevoelens van tekort gedaan te zijn, niets voor te stellen, die ongelooflijke kwetsbaarheid – toe te laten. Het diepe doorleven van iets dat je al zolang met je meedroeg ruimt letterlijk iets op: In je hart is meer openheid, ontspanning, rust, vreugde. Het leven wordt mooier, groter, boeiender. We worden zachter naar onszelf en gaan de wereld met haar angsten, geweld en haar pijnen ook ietsje beter begrijpen. Allemaal redenen om ons te laten leiden door het hart dat alsmaar moediger en onbevreesder wordt!
Geleide visualisatie
Neem de tijd om goed te gaan zitten, te gronden.
Maak contact met je ademhaling.
Volg je in- en je uitademing.
Voel de grond onder je, de aarde die je draagt.
Focus op je buikcentrum, dat je vindt enkele vingers onder je navel en dan iets naar binnen.
(Als het buikcentrum onbekend voor je is, kijk dan op mijn website waar je een geleide visualisatie vindt die daar op focust.)
Focus dan op je verticaliteit, je zit tussen hemel en aarde.
Hoe is het om hier te zijn, in jezelf, om hier te zitten met jezelf…
Ga nu met je aandacht naar je borstgebied en breng je adem daarheen.
Wat ervaar je daar op dit moment?
Is er druk?
Komt die druk van buiten, iets dat daar op je hart drukt, jouw hart wat gesloten houdt?
Of komt hij van binnen? Is hier iets dat naar buiten wil komen?
Is er leegte?
Adem er dan in, kijk wat die leegte jou wil vertellen?
Is er openheid?
Wat doet die openheid met je? Wat gebeurt er als je daarin ademt?
Is er iets anders… neem je tijd, voel wat hier is.
Je kunt je hart vragen wat het van jou wil…
Luister…
Luisteren doe je met je adem, je sensitiviteit, je afstemming.
Luisteren doe je ook met je verlangen omdat je wil weten wat daar leeft.
Onze harten zijn vol verlangen…
Neem je tijd om dit af te ronden, tijd om hierover aantekeningen te maken, tijd om met je hart een stukje te lopen in de lente die op het punt staat over te gaan in de zomer…
De gehele oefening is ook te beluisteren als podcast:
Tekst, headerbeeld en podcast door: Lenie van Schie.
Lenie van Schie is auteur, spiritueel coach en GZ-psycholoog. Haar derde boek Langs de weg van het hart kwam in 2021 uit bij uitgeverij Samsara. Eerder schreef Lenie een gastblog over waarom we voor verandering in de samenleving niet alleen actie in onze buitenwereld, maar ook in onze binnenwereld nodig hebben.


