
Economie van de champignons
Bladerend door het Financieel Dagblad viel mijn oog op een artikel over biologe Toby Kiers. Begin dit jaar won de aan de Vrije Universiteit Amsterdam werkzame biologe de prestigieuze Tyler Prize, ook wel de groene Nobelprijs genoemd. Het werk waar Kiers voor onderscheiden werd, is het onderzoeken van schimmelnetwerken, ook wel mycelium genoemd, een uitgestrekt netwerk van draden onder de grond.
Dat dit niet zomaar een prijs is laat de indrukwekkende namenlijst van personen zien die haar voorgingen. Zoals de vorig jaar overleden biologe Jane Goodall, wereldwijd geroemd om haar baanbrekende werk door decennialang het sociale en familiale leven van de chimpansee in Tanzania in kaart te brengen.
Uit haar onderzoek komt naar voren dat schimmels een enorm belangrijke functie vervullen. Ze vormen namelijk een structuur die aarde bij elkaar houdt en daarmee weerbaar maakt tegen erosie of droogte. Ook wordt steeds meer bekend dat schimmels CO2 opnemen.
Jaarlijks gaat er wereldwijd 13 miljard ton CO2 via schimmels de aarde in. Ongeveer een derde van de wereldwijde jaarlijkse uitstoot. Volgens Kiers kun je het zien als een circulatiesysteem. De schimmels dringen door in de wortels van planten. Die planten halen via fotosynthese koolstofdioxide uit de lucht en voeden die via hun wortels aan de schimmel. De schimmel gebruikt de koolstof om zijn lichaam mee te bouwen en slaat deze daarmee op in de aarde.
Marktmanipulatie
Kiers geeft aan dat dit niet uit liefdadigheid gebeurt. Onder de grond bevindt zich een ware beursvloer, waar zowel schimmels als planten deals sluiten, onderhandelen en hun handelspartner manipuleren voor eigen gewin. De schimmel kan veel beter dan plantenwortels essentiële bouwstenen als stikstof of fosfor uit de aarde halen. Die biedt het als ruilmiddel voor de koolstof aan de plant aan.
“Onder de grond bevindt zich een ware beursvloer”
Schimmels kunnen de markt zelfs manipuleren, geeft Kiers in het interview aan. Sommige schimmels houden hun grondstoffen langer vast om zo expres schaarste te creëren. Dit om hun onderhandelingspositie te versterken. Zo drijven ze als het ware hun eigen prijs op. Schimmels spelen handig in op de behoefte van planten en proberen een zo gunstig mogelijke deal te sluiten. Ze transporteren de voedingsstoffen door het dradennetwerk, net zolang tot ze de plant hebben gevonden die de meeste voedingsstoffen nodig heeft. Die is immers ook bereid om meer te betalen.
Verschil
De fascinerende handelingen die onder onze voeten plaatsvindt, deed me denken aan een ondergrondse economie met als bekendste schimmel de champignon. Een gebalanceerde economie waarbij de deelnemers op een natuurlijke wijze zich op elkaar afstemmen. Op het eerste oog weinig afwijkend met ons economisch doen en laten. Onze economie bestaat immers ook uit een grote diversiteit aan vragers en aanbieders en lijkt of leek op onze ondergrondse variant. Ware het niet dat we in de bovengrondse variant steeds grotere verschillen krijgen tussen de deelnemers. Rijken worden steeds rijker en de grootste bedrijven worden steeds dominanter en machtiger. Kortom onze bovengrondse economie wordt beheerst door de kampioenen, de ‘champions’, terwijl de ondergrondse variant gekenschetst wordt door de champignon. In de Nederlandse taal klinken de woorden bijna identiek.
“De bovengrondse economie wordt beheerst door de ‘champions’, de ondergrondse door de champignon”
Verdeling
Verdeling is de kern van onze economie. Hoe verdelen we met elkaar al onze opbrengsten en wie betaalt de kosten voor het creëren van deze opbrengsten? Wat wordt beschouwd als een eerlijke verdeling zal ieder van ons anders invullen. Nemen we dan ook de rechten van toekomstige generaties mee in onze afweging of dienen we enkel alleen de belangen van diegene die nu op onze aardbol rondlopen? Op welke wijze hebben we oog voor alle andere levende organismen die mede ons voortbestaan mogelijk maken? Of willen we enkel en alleen een klein kringetje bevoorrechten het grootste deel van de economische koek toespelen? Kortom een veelvoud aan vragen die we ons dienen te stellen om tot een voor ons allen eerlijke verdeling te komen.
“Nemen we dan ook de rechten van toekomstige generaties mee in onze afweging?”
Als onze ondergrondse economische variant zich een menselijk bewustzijn zou aanmeten, hoe zouden de champignons zich dan verhouden tot de andere deelnemers in hun doen en laten? Zouden ze dan het huidige precaire evenwicht tussen wat goed is op korte termijn en om ook op lange termijn genoeg voor iedereen over te laten achter zich laten en steeds meer het korte termijn gewin laten prevaleren.
Bestaansrecht
Persoonlijk zou ik er niet aan moeten denken dat champignons de ambitie zouden hebben om zich om te vormen tot ‘champions’ met als doemdenkbeeld dat het merendeel van de fruitbomen hele kleine vruchten zouden dragen en dat slechts enkele bomen appels of peren ter grootte van watermeloenen zouden produceren.
“Welke economische variant heeft uiteindelijk het grootste bestaansrecht?”
Hierover nadenkend rijst de vraag welke economische variant uiteindelijk het grootste bestaansrecht heeft? Is het onze door mensen bedachte bovengrondse variant of biedt toch de ondergrondse economie, gestoeld op natuurlijke principes het meeste houvast om de balans tussen korte en lange termijn te waarborgen.
Als we het even niet meer weten hebben we gelukkig nog het voorbeeld van de economie van de champignons, we hoeven het alleen maar te zien.


