
Brein en leren (5): de mores van onze tijd
Hoe langer we iets op dezelfde manier doen, hoe minder we ons afvragen: is dit eigenlijk nog wel de beste manier? Eerder in deze reeks ontdekten we hoe brainrot ons oppervlakkig maakt, ragebait ons gedrag stuurt, woordontworteling ons taalgevoel vervormt en sprookjes ons helpen te reflecteren op wie we wel of niet willen zijn. In dit laatste artikel in deze serie staat mores centraal: de gewoonten, normen en waarden die ons als collectief sturen.
Ik trapte deze reeks af met Einstein: “Je kunt een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt.” Zijn woorden zette me aan het denken, want over welke denkwijzen heeft hij het eigenlijk? Voor de lol begon ik ze te verzamelen. En wat begon als een grap, werd langzaam een serieus onderzoek.
Want tegenover elke denkwijze staat ook een niet-denkwijze. Persoon 1 kent de denkwijze en kan die toepassen. Persoon 2 beheerst die denkwijze niet. Als de intentie van persoon 1 goed is, kan hij helpen, verbinden en sturen. Maar is die intentie slecht, dan kan hij persoon 2 bespelen, misleiden en manipuleren. Dat inzicht is cruciaal, het maakt een samenleving kwetsbaar.
Mores
Een denkwijze is als een lens waarmee je bepaalt hoe je ergens naar kijkt, bijvoorbeeld gedetailleerd, globaal of juist holistisch. Hoe meer denkwijzen je beheerst, hoe rijker je naar dezelfde werkelijkheid kunt kijken. Maar dat betekent ook dat wat je niet kent, buiten beeld blijft. En daar treedt het woord mores ten tonele want dat stuurt ongemerkt welke denkwijzen we wel en niet als collectief oppakken. Het beïnvloedt hoe we oordelen en wat we als vanzelfsprekend beschouwen.
“Mores beïnvloedt hoe we oordelen en wat we als vanzelfsprekend beschouwen”
En ook daar biedt Einstein een interessant inzicht. Volgens hem is het moeilijker om een vooroordeel te doorbreken dan een atoom te splitsen. Stel dat hij gelijk heeft, wat doen we dan met zijn advies? Maakt het ons nieuwsgierig naar onze eigen vooroordelen, en de vooroordelen van onze mores, of leggen we dit naast ons neer?
Het woord mores komt uit het Latijn en verwijst naar cultureel aanvaarde gewoonten en normen, de ongeschreven regels die bepalen wat we als vanzelfsprekend zien en van elkaar verwachten. Denk aan te laat komen: in onze cultuur een no go, terwijl een uurtje later in andere culturen geen enkel probleem is. Vanaf de zestiende eeuw duiken uitdrukkingen als “de mores van de tijd” of “ik zal je mores leren” op. Niet toevallig: precies in een periode waarin de invloed van kerk en religie begon te verschuiven. Dat gaf ruimte en nieuwe mogelijkheden, maar ook spanning. De bestaande mores werden voelbaar uitgedaagd.
Zinnetjes als “ik zal je mores leren” en “wie niet horen wil, moet voelen” waren een noodgreep. Korte aanwijzingen waarmee gedrag werd bijgestuurd, zonder het moraliserende vingertje van de kerk. De spreuk stond niet op zichzelf, maar verwees naar een gedeeld referentiekader: sprookjes, fabels, mythes, de bijbel, Shakespeare, Goethe. Verhalen die een wereld van betekenis oproepen.
“Een mores-noodgreep is geen garantie voor harmonie of ethiek”
Zo’n mores-noodgreep is geen garantie voor harmonie. In een humane samenleving kan het werken: of je nu begrijpt waarom we iets doen, of alleen omdat het van je wordt verwacht, beide leiden tot een ethisch resultaat. Maar mores zelf garandeert geen ethiek. In Nazi-Duitsland werd het volgen van de mores meewerken aan massavernietiging.
Risico
Daarin schuilt het risico. Wat begint als richting geven, kan omslaan in disciplineren. Een hond leert zit en blijf; bij mensen klinkt dat als: ga naar school, ga werken, ga stemmen. Voor je het weet doe je mee, zonder je ooit af te vragen of het klopt.
Hoogleraar rechtsfilosofie Andreas Kinneging trekt een scherpe parallel: de mores van nu lijken erg op die van het middeleeuwse kerkvolk. Toen leidde de kerk, nu bepalen wetenschap en systemen de richting, met de wet als de nieuwe bijbel. Die vergelijking is geen toeval. Waar men toen op God en kerk vertrouwde, doen wij dat nu op instituties en expertise. En dat schuurt, want dat is niet hoe we onszelf graag zien.
Toch is Kinneging een van de scherpste denkers van dit moment. De vraag is simpel: horen we dit, of niet? Tegelijk verschuift hoe we met onszelf omgaan. Waar vroeger de nadruk lag op vormen en bijsturen, ligt die nu vaker op accepteren. Minder ingrijpen, meer vertrouwen dat het vanzelf goed komt.
Ook binnen de mentale gezondheidszorg zie je die verschuiving: meer nadruk op het verklaren van gedrag en het begrijpen van onderliggende mechanismen. Dat heeft veel gebracht. Toch is het een andere manier van kijken, en dat kleurt wat we als gezond zien en hoe we ermee omgaan. Misschien is de vraag niet wat beter is, maar hoe we beide perspectieven naast elkaar kunnen gebruiken.
Kijken we naar de cijfers – hoeveel mensen jaarlijks hulp zoeken, diagnoses krijgen en medicatie gebruiken – dan dringt een vraag zich op. De toename in hulpvragen, diagnoses en medicatie wordt vaak verklaard door meer aandacht en betere herkenning binnen het huidige systeem. Maar is dat de hele verklaring? Of vraagt het om een bredere blik?
Morele vorming
Wat gebeurt er als morele vorming naar de achtergrond verdwijnt? Dan verschuift verantwoordelijkheid van binnen naar buiten en wordt iets wat eerst van jezelf was, iets van het systeem. Mensen weten minder wat ze van zichzelf en anderen mogen verwachten. Gedrag draagt systemen en systemen sturen gedrag. Zonder richting van binnen nemen mores en systemen die rol over.
“Een samenleving waarin mensen niet doen wat van hen verwacht mag worden, wordt kwetsbaar”
Een samenleving waarin mensen niet doen wat van hen verwacht mag worden, wordt kwetsbaar. Vertrouwen neemt af, samenwerking kost meer energie en systemen moeten steeds meer compenseren wat van binnen niet wordt gedragen. Niet omdat mensen slecht zijn, maar omdat richting en houvast ontbreken. Wat heb je aan openbaar vervoer als het regelmatig niet werkt? Wat heb je aan school als er geen leraren zijn? Wat heb je aan zorg als er geen personeel is? Morele vorming is geen bijzaak, maar een fundament van een gezonde samenleving, ooit vanzelfsprekend, nu vaak naar de achtergrond verdwenen.
Op intellectueel niveau klinkt dezelfde kritiek. Het niveau van het onderwijs, van basis tot universiteit is veel te laag, aldus Kinneging. Ruim een eeuw eerder zei Einstein iets vergelijkbaars: dat het onderwijs zijn ontwikkeling vooral belemmerde. Opnieuw hetzelfde verhaal. Luisteren, of oren dicht?
Verbanden
Daarachter schuilt een fundamentelere vraag: waarmee vergelijken we onszelf? Met het door het onderwijs gecreëerde gemiddelde of met de mogelijkheden die grote denkers laten zien? Tot begin 20e eeuw waren invloedrijke denkers zelden beperkt tot één vakgebied. Breed kijken was de norm. Je bewoog je tussen domeinen, legde verbanden. Denk aan Leonardo da Vinci, Isaac Newton, Albert Einstein en Jan Christian Smuts, denkers die juist door die verbanden hun invloed kregen.
Tegenwoordig is dat beeld verschoven. Eén studie – vaak slechts een deelgebied van een groter vakgebied – en je hebt je bul op zak. Het argument: er is simpelweg te veel kennis om te overzien. Maar is dat genoeg reden om niet meer na te denken over wat er nog wél mogelijk is?
Toen ik begon met het verzamelen van denkwijzen, viel me iets op: grote denkers gebruiken een denkwijze die kinderen als eerste ontwikkelen: clusteren. Als kind geven we zo betekenis aan de wereld om ons heen. Eerst is er geen onderscheid. Geen namen, geen grenzen. Alles is een, een is alles.
“Grote denkers gebruiken een denkwijze die kinderen als eerste ontwikkelen”
Gaandeweg ontstaat herkenning. Iets wordt bekend: mama. Daarna volgt boom, vogel. Wat eerst één geheel was, krijgt definitie en betekenis. Vervolgens zien we dat er meer van hetzelfde is. Niet één boom, maar beuken, sparren en esdoorns. Niet één vogel, maar mus en merel. In dat geheel worden patronen zichtbaar. Van geheel naar delen. Van delen naar variaties. Zo ontstaat orde.
Grote denkers blijven dit vermogen om orde te scheppen gebruiken, én worden daar beter in. Ze ontwikkelen het verder op een steeds hoger, creatief niveau. Een soort clusteren 5.0.
Soms zijn er perioden waarin weinig wordt geclusterd, en tijden waarin je kunt spreken van een ware clustermanie. In de renaissance en de 18e en 19e eeuw stond het leggen van verbanden centraal: tussen taal, natuur en cultuur, en in het ordenen van kennis tot een groter geheel. En het vermogen om verbanden te leggen werd toen als een belangrijk onderdeel van intelligentie gezien. Geen bijzaak, maar een manier van onderzoeken waarmee kennis werd verbonden en inzicht werd opgebouwd.
De mores van deze tijd
Tegenwoordig verfijnen we kennis steeds verder. Van het geheel naar de delen: van vogel naar merel, naar mus. De kunst is om terug te schakelen: van detail naar geheel. Niet óf-óf maar én-én. Misschien zegt dat iets over de mores van onze tijd: we belonen het kleine, het specialistische – daar ligt succes, daar ligt waardering – en zo verdwijnt het vermogen om in én uit te zoomen naar de achtergrond.
“De kunst is om terug te schakelen: van detail naar geheel. Niet óf-óf maar én-én”
Ik verzamel denkwijzen en werk daarmee vakgebied-overstijgend, niet binnen de grenzen van één discipline. Voor mij bestaan inzichten uit natuurkunde, filosofie, neurologie, sociologie en psychologie naast elkaar — en versterken ze elkaar. Wat in het ene vakgebied een formule is, wordt voor mij in een ander een lens of inspiratiebron. Zo creëer ik ruimte om hetzelfde principe in een nieuwe context te herkennen en toe te passen.
Exponentiële groei
Het schaakbord van de koning van Siam heb in deze reeks meerdere keren gebruikt. In de wiskunde is het een voorbeeld van exponentiële groei: stap voor stap verdubbelt het aantal rijstkorrels, tot door de hoeveelheid het schaakbord en de gehele logica erachter uit het zicht raakt.
Datzelfde principe zie je in systemen die gevoelig zijn voor kleine verschillen, zoals in de chaosdynamica van het Lorenz-systeem. Een minieme verandering aan het begin kan leiden tot een totaal andere uitkomst. Lorenz verwoordde het als het vlindereffect: een vlindervleugelslag in Brazilië kan een tornado in Texas veroorzaken.
Zo laten beide zien dat kleine stappen of kleine verschillen kunnen uitgroeien tot iets wat je niet meer kunt overzien. De denkwijze verschilt: Siam helpt je terug te rekenen vanuit het geheel, Lorenz laat zien dat het soms wijzer is om bij de oorsprong te beginnen, al is de vraag dan: waar begin je?
Ook het woord brainrot – tegenwoordig een internetterm – kun je zien als een denkwijze: een toestand waarin snelle prikkels en herhaling het denken overnemen. In het werk van Kahneman – zoals in Thinking, Fast and Slow – zie je dit terug als het onderscheid tussen snel, automatisch denken en langzaam, bewust denken. Neemt het snelle systeem de overhand, dan wordt denken oppervlakkig en reactief. Opvallend: een term uit de tijd en een theorie uit de wetenschap beschrijven hetzelfde fenomeen, ieder in een andere vorm.
Nieuwe clusters
De verhalentraditie is ook zo’n groot cluster, niet als losse genres, maar als geheel van verhalen. Het voordeel: je laat je niet afleiden door vorm of decor. In elk verhaal zoek je naar een moraal of een patroon.
Zo ontstaan nieuwe clusters: niet rond de vorm, maar rond denkwijzen en het gedrag dat daaruit voortkomt. Manipulatie, list en bedrog, hoe denkt iemand die geen geweten heeft? Over essentiële thema’s die opduiken wanneer het leven schuurt. Genre-overstijgend, gericht op de inhoud, op de essentie van het verhaal.
Vanuit één punt dat je wilt overbrengen – bijvoorbeeld dat boeven doorgaans geen boevenpak dragen en dus niet altijd herkenbaar zijn – zoek je in de hele verhalenwereld naar aanknopingspunten. Films, boeken, toneel. Verschillende vormen, verschillende genres, maar één boodschap, steeds opnieuw, op een andere manier verteld.
“Kennis maakt het mogelijk om in verhalen patronen te herkennen”
En ook als je denkwijzen en verhalen met elkaar verbindt, versterken ze elkaar. Kennis maakt het mogelijk om in verhalen patronen te herkennen: wat er gebeurt, waarom het gebeurt en welke denkwijze daarachter zit. Tegelijk doen verhalen iets anders. Ze maken kennis zichtbaar en ervaarbaar. Wat een theorie of formule is, krijgt betekenis in de context van mensen, gedrag en keuzes. Zo wordt kennis niet alleen begrepen, maar ook herkend en toegepast.
Sinds de 19e eeuw is het gangbaar geworden om gefragmenteerd te denken: in genres, vakgebieden en gescheiden domeinen. Alles heeft zijn eigen plek, taal en logica gekregen. Dat bracht rust en overzicht. Maar ongemerkt zijn kennis, kunstvormen en inzichten naast elkaar komen te staan, terwijl er ook een meer holistische blik is, waarin je ziet hoe ze elkaar raken en versterken. Misschien is het de mores van onze tijd dat we zijn vergeten hoe je die losse stukken weer met elkaar verbindt, en dat er juist samenhang te vinden is, ook waar die niet direct zichtbaar is?
Begin vandaag
Het aardige is: we kunnen hier gewoon weer mee beginnen. Niet door alles overhoop te halen, maar door, net als de grote denkers, weer als een kind te kijken. Dat is niet moeilijk, je hebt het zo weer onder de knie. Sterker nog: het is geen saaie oefening, maar alsof je een afstandsbediening voor je ogen krijgt: je kunt zelf in- en uitzoomen.
En dat is niet alleen waardevol, het is ook leuk. Nieuwsgierig puzzelen met wat er al is en daar nieuwe verbanden van maken. Het scherpt je denken, prikkelt je creativiteit en vergroot je overzicht. Als kers op de taart brengt het generaties bij elkaar: volwassenen brengen de kennis, kinderen de kijk. We leren van en met elkaar. Geen afhankelijkheid, maar gelijkwaardige rollen. En dat is niet alleen mooi, het is ook goed voor je brein. Door actief te verbinden en te associëren versterk je je neuroplasticiteit, het vermogen van je brein om zich te blijven ontwikkelen. Minder hersenrot, meer hersenfit.
“Waar mores naartoe zou kunnen bewegen, hebben we zelf in de hand”
Waar mores naartoe zou kunnen bewegen? Dat hebben we zelf in de hand, als we dat willen. Gaan we disciplineren – zit, blijf, af – of moedigen we elkaar aan om zelf na te denken over wat de beste oplossing is? Naast de mores een autonoom moreel kompas. Misschien begint het met één vraag: bepaal jij zelf wat goed is om te doen en waarom of volg je de mores zonder dat je het doorhebt?
Tekst: Tiesja Huizenga
Tiesja is grondlegger van KiCKWiJZER, een systematische aanpak waarmee ze mensen, relaties, teams, bedrijven en begrippen meer betekenis geeft, en waarmee ze de kunde, het plezier, de waarde en de kracht van betekenis geven aan anderen doorgeeft.
In de eerste aflevering van haar serie stond brainrot centraal, in de tweede aflevering ragebait, in de derde aflevering woordontworteling en in de vierde aflevering sprookjes. Met deze vijfde aflevering is deze serie voltooid.


