Brein en informatie (4): wat geloof jij?

18 maart 2026 DOOR Gastauteur Verbonden LEESTIJD: 10 MIN

Sprookjes klinken onschuldig, bijna kinderlijk, maar vergeten we daardoor niet waarvoor sprookjes oorspronkelijk voor bedoeld zijn? Nog niet zo lang geleden waren het compacte verhalen met belangrijke levenslessen. In deze vierde aflevering van haar serie voor MaatschapWij laat Tiesja Huizenga zien hoe een verarmd begrip van sprookjes cultuurverlies veroorzaakt, en het bruto nationaal geluk negatief beinvloedt. In eerdere afleveringen schreef ze over brainrot, ragebait en woordontworteling.

Einstein zei dat hij zelden in woorden dacht. Er diende zich een gedachte aan en daar zocht hij dan achteraf de woorden bij. Het woord sprookje laat goed zien wat hij daarmee bedoelt: het woord vertegenwoordigt een grote verzameling verhalen en inzichten.
Toen ik Einsteins idee dat je een probleem niet kunt oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt serieus nam, dacht ik: ja, dat klopt. En tegelijkertijd vroeg ik me af hoeveel denkwijzen er eigenlijk zijn. Ik begon een verzameling en kwam terloops ook verschillende kijk- en voelwijzen tegen. En ik ontdekte dat sprookjes een perfecte manier zijn om al die verschillende manieren van denken, voelen en kijken te identificeren.

“Sprookjes zijn perfect om verschillende manieren van denken, voelen en kijken te identificeren”

Roodkapje beantwoordt naief alle vragen van de wolf, ze ziet er geen kwaad in. Deze denkwijze onthult tegelijk haar blinde vlek: het onvermogen om gevaar te zien. De wolf op zijn beurt bedenkt slimme trucs om aan een lekker hapje te komen. Deze benadering onthult tegelijkertijd zijn niet-denkwijze: hij ontwikkeld geen geweten. Sprookjes laten zien waar mensen steken laten vallen, en hoe denkwijzen en niet-denkwijzen zich uiten – een rijk oefenveld voor inzicht.

Mentale fitheid
Dit is het vierde artikel in de reeks waarin ik woorden opnieuw betekenis geef. In deel drie introduceerde ik woordontworteling: voor wat er gebeurt wanneer een woord zijn verbinding met geschiedenis en context verliest. In de eerste twee artikelen gaf ik brainrot en ragebait hun wortels terug. Nu is sprookje aan de beurt.

Sprookjes gaan terug tot mensenheugenis en hebben daarom talloze wortels. Als ik die allemaal zou willen blootleggen, had ik een boek nodig in plaats van een essay. In dit artikel focus ik op één lijn: hoe deze verhalen ons helpen verschillende denkwijzen, gevoelens en perspectieven te verkennen, met als doel onze mentale fitheid te versterken.

Magie en overdrijving
Het woord sprookje verwees oorspronkelijk naar alle mondeling overgeleverde verhalen, het komt van spraak. Onder deze noemer vielen alle verhalen, telkens aangepast aan tijd, plaats en verteller. Met de publicatie van de ‘Kinder- und Hausmärchen’ in 1812 door de Gebroeders Grimm veranderde dat: sprookjes werden een vastgelegd genre, netjes gedefinieerd door de Grimmetjes.

“Het woord sprookje verwees oorspronkelijk naar alle mondeling overgeleverde verhalen”

Vaak beginnen sprookjes met “Er was eens…” en maken tijd en plaats onbelangrijk, zodat je weet dat het altijd kan gebeuren. Ze plaatsen personages voor keuzes en laten de gevolgen zien – goed of slecht, bewust of onbewust – zonder dat iemand uitlegt wat je daarmee moet doen. Karakters tonen hun denkwijzen én niet-denkwijzen. Zonder Roodkapje geen wolf, zonder Hans en Grietjes ouders geen heks: de daden van de één beïnvloeden die van de ander. Want keuzes hebben gevolgen. Altijd. Magie en overdrijving maken van het verhaal een veilig oefenveld om te ontdekken wat keuzes teweegbrengen, en de verhalen waren geschikt voor alle leeftijden.

De Grimms waren geen schrijvers zoals wij die nu kennen. Ze waren taalkundigen en cultuurhistorici die verhalen, woorden en tradities verzamelden en bestudeerden met een wetenschappelijk doel. Het ging ze niet alleen om vermaak: ze wilden een oude cultuur bewaren en een ethisch genre creëren zonder moralistische lessen. Het was de bedoeling dat mensen werden uitgenodigd zelf te denken over keuzes en gevolgen, zonder een opgeheven vingertje van wie dan ook.

“Mensen werden uitgenodigd zelf te denken over keuzes en gevolgen, zonder een opgeheven vingertje”

Vriendelijker
Het werk van de Grimms kreeg snel erkenning. Hun sprookjes werden vertaald, gepubliceerd en bestudeerd, in Duitsland, Nederland en ver daarbuiten. Intellectuelen bewonderden taal en erfgoed; pedagogen zagen de educatieve kracht; de middenklasse genoot ervan én gebruikte ze voor opvoeding. Volkskundigen zagen traditie, filosofen zoals Henry David Thoreau waarschuwden: wie niet reflecteert, handelt oppervlakkig, het gevolg daarvan is wat hij hersenrot noemde. En ook in de psychologie werd het omarmd als goede remedie. Onder andere Freud, Jung en Bettelheim lieten zien dat sprookjes helpen omgaan met angsten en conflicten.

Door het werk van de Grimms veranderde er iets wezenlijks. De oude verhalen, ooit mondeling doorgegeven, kwamen op papier en werden overal gebruikt. Ze werden aangepast, vaak voor school of opvoeding. De scherpe randjes – waar de Grimms juist aan hechten – verdwenen. Zo sneden de stiefzussen van Assepoester hun tenen niet meer af om in het glazen muiltje te kunnen passen, werden straffen voor slechteriken verzacht, en kregen gruwelijke details minder aandacht.

“De stiefzussen van Assepoester sneden hun tenen niet meer af om in het glazen muiltje te kunnen passen”

Paradox
In de 20e eeuw voltrok zich een volgende cruciale verandering. De sprookjes van de Grimmetjes kregen beeld en geluid, waardoor ze nog vriendelijker werden. Disney maakten van gewone mensen prinsen en prinsessen, vervingen dialoog door muziek, vereenvoudigden gevaar en conflict en brachten romantiek nadrukkelijk in beeld. Zo bereikten de verhalen een massapubliek, maar de diepte en veelzijdigheid die hen oorspronkelijk zo rijk maakten, verdween daardoor grotendeels.
Door de tijd heen is er een paradox ontstaan. Wie vandaag de dag ‘in sprookjes gelooft’, wordt al snel als naïef weggezet, terwijl Einstein nog geen honderd jaar geleden zei dat als je wilt dat je kinderen intelligent worden, je ze sprookjes voor moet lezen. En dat als je wilt dat ze geniaal worden, je dat vaker moet doen. Wie heeft er dan gelijk? Het oordeel van nu, of Einstein?

“Als je wilt dat kinderen intelligent worden, moet je ze sprookjes voorlezen”

Het voordeel van een gedeeld verhalengeheugen is dat je sneller begrijpt hoe anderen denken en welke keuzes ze maken. Eén karakter benoemen volstaat: pas op, dat is een wolf, of je gedraagt je nu als Roodkapje. Het werkt als een enorme begrijp-versneller en niemand hoeft te wijzen of te corrigeren; de verhalen en archetypen zetten vanzelf aan tot reflectie.

Essentie
Einstein benadrukte dat het de belangrijkste taak van een leerkracht is om de vreugde van herkennen en creëren over te brengen. Ook hier laat de klassieke orale traditie zien wat hij daarmee bedoeld kan hebben. Verhalen liepen altijd in twee lijnen: een door de vorm en een door het inhoudelijke ethische vraagstuk. Maar – en dit is belangrijk – dat had geen naam; het was er gewoon. En dáár bracht de genre-drift van de Grimmetjes en hun tijdgenoten verandering in. Ongemerkt verschoof onze aandacht hierdoor naar het decor, het vertoon, en verloren we op ten duur ons gevoel voor de essentie.
Dit blijft niet zonder gevolgen. Door bundels zoals die van de Grimms behielden we tijdelijk het nationaal collectief geheugen, maar verloren we ongemerkt ook het vermogen om verhalen met dezelfde ethische waarden in andere verhaallijnen te herkennen. De focus kwam te liggen op de verschillen en dit ging ten koste van ons begrip van de overeenkomsten.

Het verhaal van Noach in de Bijbel verschijnt ook in de Koran, in het Gilgamesj-epos en in de Mahabharata. De details verschillen, maar de onderliggende waarde-structuur is verwant.

Verhalen leren ons op verschillende manieren: sommige spreken een duidelijke moraal uit, andere laten je zelf nadenken over ethiek en keuzes. Neem de legende van Sint Nicolaas: het vertelt simpelweg ‘doe zoals hij en je handelt goed’. En vergelijk dat vervolgens met Scrooge in ‘A Christmas Carol’: eerst een gierige, eenzame man die anderen schade berokkent, en na één bijzondere nacht verandert hij in een type dat je met Sinterklaas kunt vergelijken. Het eerste verhaal geeft een directe les; het tweede nodigt je uit om de keuzes en hun gevolgen te doorgronden.

“Zonder onze eigen rol te pakken, missen we het inzicht om nieuwe verbanden te zien”

Inzicht
Ook verschoof de creatieve uitdaging van samenspel naar maker. Waar verhalen ooit een gezamenlijk spel waren, volgen we nu vooral passief. Zonder onze eigen rol te pakken, missen we het inzicht om elementen om te draaien en nieuwe verbanden te zien. Neem ‘The Truman Show’: één man ziet de waarheid niet, verder iedereen wel. Draai het om: één persoon of instituut doorziet de werkelijkheid, de rest leeft in illusie, een scenario dat sterk doet denken aan The Matrix.
Verhalen laten je spelen met perspectieven en rollen en laten zo ook je eigen werkelijkheid beter zien en creatief benaderen. Geen plek op een zonovergoten terras? Je kunt mopperen of zeggen dat je er een typisch Nazareth-gevoel van krijgt. Wie het verhaal van Josef en Maria kent, pakt de grap; wie niet, mist hem volledig.
Sprookjes en andere mondelinge verhalen laten precies zien wat Einstein bedoelde,  en dat geldt voor veel van zijn uitspraken die ik verzamelde. De sprookjes en de uitspraken van Einstein zijn geen simpele verhaaltjes of een toevallige woordenverzameling. Ze vormen een denksport die de nieuwsgierigheid, het voorstellingsvermogen en associatievermogen, de verbeeldingskracht en de creativiteit aanboort. En inderdaad, precies zoals hij stelde: hoe meer verhalen je onderzoekt, hoe sneller, veelzijdiger en scherper je denkvermogen wordt.

“Hoe meer verhalen je onderzoekt, hoe sneller, veelzijdiger en scherper je denkvermogen wordt“

Ook door deze essay-reeks lopen rode draden. Elk artikel begint met een citaat van Einstein. Ik geef steeds een woord betekenis en laat thema’s terugkomen, zoals bijvoorbeeld het schaakbord, de kritische massa en de denkwijze van Andreas Kinneging. En ik eindig steeds positief, door mensen een cirkel van invloed terug te geven. Zo staan de artikelen afzonderlijk stevig en vormen ze samen één samenhangend geheel.

Positieve impact
De positieve impact van de klassieke orale traditie op je breinfitheid valt niet in woorden te vatten, die moet je ervaren. Maar ik kan natuurlijk wel een theoretisch kader bieden dat een inkijkje geeft. Daniel Kahneman breidt dit in ‘Thinking, Fast and Slow’ uit met systeem 3 en 4. Systeem 1 is onze intuïtie die ervoor zorgt dat we snel beslissingen kunnen nemen en Systeem 2 wordt gebruikt om ingewikkelde zaken op te lossen. Systeem 3 ontstaat door bewust het ‘wat doe je wel en wat doe je niet’-vraagstuk mee te nemen: keuzes en de wel en niet-denkwijzen erachter worden zichtbaar. Systeem 4 stimuleert creativiteit: verhalen verbinden, combineren, omdraaien en nieuwe varianten creëren.
Het spel ‘Wie is de Mol? in het echte leven?’ dat ik in artikel 2 introduceerde, werkt ook als theoretisch voorbeeld. Het laat zien hoe denkwijzen én niet-denkwijzen achter naïviteit, list, bedrog en manipulatie functioneren, en verdiept zo het begrip van ethische vraagstukken.
Degene die meedoet aan dit spel zonder dat ze dit weten, zitten in categorie 1, de Roodkapjes en Sneeuwwitjes. Toeschouwers kijken vanuit categorie 2, terwijl de actieve spelers – de wolf en Repelsteeltje – in categorie 3 opereren. En dan is er categorie 4, waar waarschuwers zoals Thoreau en de Grimmetjes zich bevinden.

Poort
Sprookjes openen zijn een magische poort naar systemen 2, 3 en 4: ze prikkelen je brein en laten je creatief spelen met keuzes en denkwijzen, alleen én met anderen. Het mooie? Alles is er, we hoeven alleen het stof van de verhalen en de gebruiksaanwijzing af te blazen. Tegelijkertijd zijn ze toegankelijk, verbinden ze generaties, stimuleren mentale fitheid en het belangrijkste, het is nogal leuk om te doen. Net zoals op het schaakbord van de koning van Siam één graankorrel vakje voor vakje exponentieel groeit, kan één persoon die verhalen deelt snel en een kritische massa creëren. Het brein transformeert van rot naar fit, en we worden minder vatbaar voor manipulatietechnieken zoals ragebait.

“Wil jij sprookjes gaan begrijpen of wil je erin blijven geloven?”

Het enige wat het vraagt? Begin. Organiseer een avondje verhalen vertellen én erover praten. Deze keer niet alleen over de vorm, maar ook over de ethische en morele inhoud. Doe het met je gezin, de familie, vrienden en vriendinnen, collega’s, in het buurthuis – waar dan ook.  Draag voor, wissel van gedachte, draai, combineer, creëer en ontdek samen, en geef de traditie door. Intellectuele scherpte wordt zo een sociaal spel dat eenzaamheid tegengaat. Jezelf hiertoe motiveren begint met een kleine vraag: wil jij sprookjes gaan begrijpen of wil je erin blijven geloven?

Tekst: Tiesja Huizenga

Tiesja is grondlegger van KiCKWiJZER, een systematische aanpak waarmee ze mensen, relaties, teams, bedrijven en begrippen meer betekenis geeft, en waarmee ze de kunde, het plezier, de waarde en de kracht van betekenis geven aan anderen doorgeeft.

In de eerste aflevering van haar serie stond brainrot centraal in de tweede aflevering ragebait en in de derde aflevering woordontworteling.

Gastauteur

Om Nederland socialer en duurzamer te maken hebben we iedereen nodig. Daarom verwelkomen we op MaatschapWij gastauteurs die hun licht op een bepaald thema laten schijnen. Op deze pagina vind je hun bijdragen. Zelf een artikel, blog, column of video delen op de website? Stuur dan een mailtje met je bijdrage of bijlage naar redactie@maatschapwij.nu. De redactie beoordeelt vervolgens of we het stuk bij MaatschapWij vinden passen.

Bekijk alle artikelen van Gastauteur
Abonneer
Laat het weten als er

0 Comments
Meest gestemd
Nieuwste Oudste
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Steun
MaatschapWij
10 EURO
Bij MaatschapWij zetten we al meer dan zeven jaar denkers en doeners in de schijnwerpers die onze samenleving groen, gezond en verbonden maken. Zonder betaalmuur of andere obstakels. En zonder winstoogmerk. Dit collectief kan zonder financiële steun niet bestaan. Veel hebben we niet nodig: elke donatie, hoe klein of groot ook, is welkom. Sluit je aan, we hebben je nodig!
Tuurlijk!
GERELATEERD