
Visie op grond (2): Mijn land, mijn ziel, is niet te koop
Hoe bewust ben jij je van de grond onder je voeten? We lopen erover, verbruiken het en bewerken het. Op jouw geboortegrond begon jouw taal en je levensweg. In sommige culturen heeft grond een eigen stem. Vergt onze klimaatcrisis een andere visie op grond? Groeit er een ander bewustzijn? Rien van der Zeijden probeert de vragen in drie columns te doorgronden. Deel 2: Koloniale Grond en de klimaatcrisis.
Als kinderen speelden we altijd graag ‘landje pik’. We verdeelden een stukje grond bij het schoolplein in gelijke delen al naar gelang het aantal deelnemers. Je gooide vanuit jouw ‘land’ een mes in de grond van de ander. Als het mes met de punt in de grond van de ander bleef steken, mocht je een lijn trekken in het verlengde van het lemmet. Het deelvlak wat dan aan jouw stukje grensde mocht je aan je land toevoegen. Het spel was afgelopen als iemand al het land had veroverd. We waren kinderen. Dat machthebbers later hun messen zouden slijpen om zich met evenveel gemak grond toe te eigenen wisten we nog niet.
Koloniaal denken vinden we verwerpelijk. Maar begonnen de problemen niet al toen iemand een grens trok en zei: deze grond is van mij? Grond als privébezit en als handelswaar zijn we heel normaal gaan vinden. Ondertussen hebben we onze grond uitgeleverd aan de markt, aan de macht van het geld, aan beleggers die de prijzen opdrijven. Grond wordt op zijn gebruikswaarde beoordeeld. Diezelfde grond die tegelijk een diepe levende werkelijkheid is die ik helemaal niet kan ‘bezitten’?
“De problemen begonnen al toen iemand een grens trok en zei: deze grond is van mij”
Diepe wortels
Het kolonialisme heeft diepe wortels. Een van de vele gruwelijke voorbeelden is het landje pik verhaal van de Banda-eilanden in de Molukken. De Banda-archipel is een enorm afgelegen gebied dat desondanks, vanwege haar grond, een belangrijke plek in de wereldgeschiedenis heeft gekregen. De eilanden liggen op een belangrijke breuklijn en zijn een overblijfsel van een oude, geëxplodeerde vulkaan. De Gunung Api of de Vuurberg torent nog steeds boven de eilanden uit. Die vulkanische bodem bracht een uniek alchemistisch mengsel in de grond die in combinatie met weer en wind een wonderbaarlijke plant voortbracht: de Myristica fragrans – de nootmuskaatboom.
In de zestiende eeuw steeg de waarde van de nootmuskaat enorm. Artsen in Engeland beweerden dat het kon worden gebruikt ter genezing van de pest die door Eurazië trok. De culinaire toepassing van nootmuskaat, kruidnagel en peper raakten ongekend populair. De VOC schepen die dit gebied bereikten, dachten of deden alsof ze de eersten waren die deze handel startten. In werkelijkheid dreef het gebied al eeuwen handel met de Arabische wereld, China en andere landen in de regio. De handelswijze van deze nieuwe partner, met Jan Pieterszoon Coen aan het hoofd, was echter anders. Zij eisten niet alleen een volledig willekeurig handelsmonopolie op maar werden gedreven door een ongekend hebzuchtig kapitalisme waarin grond niet meer was dan een inerte opslagplaats van hulpbronnen.
Voor Jan Coen en de VOC hadden de bomen, vulkanen en landschappen van de Banda-eilanden geen andere betekenis dan hulpbronnen die konden worden ingezet om winst te genereren. Het is niet nodig om hier de ongekende wreedheden te schetsen die het verzet van de inheemse bevolking opriep. Het is voldoende om de conclusies van twee deskundigen van het Journal of Genocide uit 2012 te citeren namelijk dat ‘de bijna totale uitroeiing van de bevolking van de Banda-eilanden in 1621 een duidelijk genocidale daad (was), gepleegd onder leiding van gouverneur-Generaal Jan Pieterszoon Coen bij het afdwingen van het Nederlandse monopolie op de specerijenhandel.’
“De bijna totale uitroeiing van de bevolking van de Banda-eilanden in 1621 was een genocidale daad”
Machine
Dit verhaal uit de ‘De vloek van de nootmuskaat’ van Amitav Gosh kon ontstaan in een Europese wereld waarin zich een nieuw type beschaving ontwikkelde met de start van het wetenschappelijk rationalisme. We ontdekten de werkelijkheid om ons heen als een soort machine. Via goede observatie en analyse kon de omgeving benut worden. Met de scheiding tussen materie en geest verdween God min of meer uit de natuur. Hij werd ofwel een soort baas op afstand of verdween geheel. Ook onze verhouding tot de natuur werd opnieuw gedefinieerd vanuit dit baas-principe.
In haar boek De heilige natuur laat de religiewetenschapper Karen Armstrong zien hoe we een rijke geschiedenis van spirituele tradities dreigen te verliezen, waaronder vele inheemse. Een sterk besef van inherente heiligheid als het om onze leefomgeving gaat, komt in al deze tradities terug. Met het verlies van deze heiligheid werd de natuur ‘leeg’, zonder verhaal en dus manipuleerbaar. We zijn ontheemde reizigers die maar wat rondhangen tot alles opgebruikt is om dan weer verder te trekken. De diepe verbinding met grond en gemeenschap is verbroken. Die breuk tussen grond en gemeenschap is ons koloniale trauma, een breuk die onherroepelijk verbonden is met de klimaatverandering.
“Met het verlies van heiligheid werd de natuur ‘leeg’, zonder verhaal en dus manipuleerbaar”
Nieuwe verbeeldingskracht
We hebben nieuwe empathie en verbeeldingskracht nodig om een andere weg in te slaan. Er zijn overweldigend veel nieuwe initiatieven met andere meer collectieve vormen van eigenaarschap met als belangrijkste zorg dat land geen wingewest is maar verrijkt wordt doorgegeven aan volgende generaties. Projecten met ruimte voor gedrevenheid vanuit idealen en duurzaam werken. Het geeft hoop. We keren weer terug naar een zielsverbondenheid met grond en natuur. En die ziel is niet te koop.
Tekst: Rien van der Zeijden
Rien is theoloog, docent en supervisor. Hij schrijft en is sinds kort met pensioen. Hij woont in het ‘buitengebied’ in Friesland. www.rienvanderzeijden.nl