
Groene energie niet altijd beter!
Groene energie. Het klinkt zo mooi. Je ziet het op de tram in Amsterdam staan: ‘Deze tram rijdt op 100% groene energie’ en zo rijdt ook het gehele metrosysteem in Lissabon op groene stroom. Opgewerkt door wind, zon en water. Fan-tas-tisch toch? Maar we zouden bij het label groene energie ook vragen moeten stellen. Groene energie heeft namelijk een keerzijde. Een die ik recent van erg dichtbij mee heb mogen maken. En daar misschien nog lange tijd mee zal worstelen.
In de heuvels van Beira Baixa, waar wij boeren, waar eeuwenoude olijfbomen het landschap tekenen en relatief kleine boeren hun land nog met zorg bewerken, staat de lokale bevolking en de natuur potentieel iets erg onaangenaams te wachten. Als BP’s duurzaamheidstak het voor het zeggen heeft, zal hier het grootschalige zonneproject Sophia duizenden hectaren transformeren tot een industriële energiezone. Een letterlijke zee van wel 600 hectare aan zonnepanelen.
Op papier klinkt het als vooruitgang: schone energie, minder CO₂, een stap richting een duurzamere toekomst. Maar wanneer je dichterbij kijkt, ontstaat een ongemakkelijke vraag: is alle groene energie eigenlijk wel goed?
Zonne-energie wordt vaak gepresenteerd als dé oplossing voor de klimaatcrisis. Panelen vangen zonlicht op, produceren elektriciteit zonder uitstoot, en lijken daarmee een logisch alternatief voor fossiele brandstoffen.
Project Sophia is daar een extreem voorbeeld van: een van de grootste zonneparken van Portugal, ontworpen om wel 370.000 huishoudens van stroom te voorzien.
Onvolledig
Maar dit verhaal is onvolledig. Want energieproductie gebeurt niet in een vacuüm. Ze gebeurt altijd ergens. Op land. In ecosystemen. In gemeenschappen. En het is belangrijk om ons te realiseren dat hernieuwbare energie over het algemeen twaalf keer meer land gebruikt dan niet-hernieuwbare energie. Momenteel is er wereldwijd al 4 miljoen hectaren land bedekt met panelen. Voor het perspectief: Nederland is (met water) zo’n 4,1 miljoen hectaren groot.
“Hernieuwbare energie gebruikt twaalf keer meer land dan niet-hernieuwbare energie”
Deze enorme hoeveelheid land die bedekt wordt met zonnepanelen, wordt in een razend tempo groter en als we ambiëren om energieneutraal te zijn in 2050, kan dit oplopen tot wel 80 miljoen hectare. Als percentage van de wereldoppervlakte valt dit nummer nog wel mee. Maar de impact lokaal is desastreus.
Land als een leeg canvas
Grootschalige zonneparken behandelen land als een leeg canvas. In die logica wordt grond gereduceerd tot ruimte, tot vierkante meters die optimaal benut moeten worden voor energieproductie. Maar land is geen lege ruimte.
“Land is geen lege ruimte”
Het is een levend systeem. Een plek waar bodemleven, planten en dieren in een kwetsbaar evenwicht samenkomen. Waar water zich een weg vindt door de grond, waar voedsel wordt geproduceerd, en waar generaties lang cultuur en geschiedenis zich hebben opgebouwd.
Dit blijkt echter niet belangrijk genoeg om te beschermen. Alles moet plaatsmaken voor een zee aan niet-recycleerbare panelen. Een landschap dat ooit gelaagd en veerkrachtig was, verandert in een systeem met één enkele functie: het opwekken van energie. Daarmee verdwijnt niet alleen de diversiteit, maar ook de relatie tussen mens en land.
En daar ligt een fundamenteel probleem.
Want zodra land nog slechts één doel dient, verschuift onze blik. Het is nu niet langer een habitat van een complex ecosysteem, maar een productiemiddel, iets dat gemaximaliseerd moet worden. In die benadering verschilt een zonnepark uiteindelijk weinig van andere vormen van industrie. De intentie mag dan groener zijn, de onderliggende logica blijft dezelfde: een streven naar homogenisatie, specialisatie en optimalisatie, zonder werkelijk oog voor de impact op het complexe ecosysteem waarin wij leven. En het is precies die logica die, keer op keer, leidt tot uitputting.
Verlies van landbouw, natuur en lokale autonomie
In regio’s zoals Beira Baixa betekent dit concreet dat landbouwgrond verdwijnt of ontoegankelijk wordt. Project Sophia alleen al strekt zich uit over 1.500 tot 1.700 hectare, deels binnen en rond het Naturtejo UNESCO Global Geopark, een gebied dat juist erkend is om zijn unieke landschappen en biodiversiteit. Binnen deze zone worden honderden hectaren direct bedekt met zonnepanelen, waarvoor naar schatting tienduizenden bomen en struiken zullen worden verwijderd om ruimte te maken voor infrastructuur en panelen.
Boeren worden zelden zelf energieproducenten; in plaats daarvan veranderen zij in landeigenaren die hun grond verhuren. De economische waarde verschuift daarmee van lokale productie naar externe investeerders, terwijl de band tussen mens en land verder verzwakt.
“De economische waarde verschuift van lokale productie naar externe investeerders”
Wat achterblijft is een landschap dat zijn samenhang verliest. Mediterrane graslanden, struikgebieden en traditionele agro-ecosystemen maken plaats voor een monofunctioneel systeem, waarbij leefgebieden van dieren worden versnipperd over meer dan 1.500 hectare. Soorten die afhankelijk zijn van deze open en halfnatuurlijke landschappen verliezen hun habitat, terwijl natuurlijke processen zoals begrazing, waterinfiltratie en bodemvorming onder druk komen te staan.
Protest vanuit de lokale bevolking
De weerstand vanuit de lokale bevolking is gelukkig uitzonderlijk groot. Tegen de megaprojecten in Beira Baixa, waaronder Sophia, zijn inmiddels petities gestart die tot bijna 20.000 handtekeningen hebben verzameld, genoeg om het onderwerp in het Portugese parlement te laten behandelen. Tegelijkertijd vonden er meerdere protesten plaats, zowel lokaal als in Lissabon, onder het motto ‘O Interior não está à venda’ (het binnenland is niet te koop). Bewoners, boeren en nieuwe landgebruikers verenigen zich in burgerplatforms en spreken zich uit tegen wat zij zien als de industrialisering van hun leefomgeving en het verlies van landschap, biodiversiteit en toekomstperspectief.
“De weerstand vanuit de lokale bevolking is gelukkig uitzonderlijk groot”
Ondanks deze brede maatschappelijke weerstand is het project nog niet definitief stopgezet. De centrale Sophia bevindt zich momenteel nog in de fase van milieueffectrapportage en publieke consultatie, waarbij een definitieve beslissing afhankelijk is van verdere evaluaties door de Portugese milieudiensten. Tegelijkertijd is een vergelijkbaar project in dezelfde regio al afgewezen vanwege significante negatieve impact op ecosystemen, wat de onzekerheid rond Sophia verder vergroot.
Rijdt die tram in Nederland wel op 100 procent groene stroom?
Terugkomend op de groene stroom waarop bijvoorbeeld de tram in Amsterdam rijdt: hoe groen is die eigenlijk? Duurzame energiecertificaten worden vaak gepresenteerd als bewijs dat we groene energie gebruiken, maar in werkelijkheid zeggen ze weinig over waar die energie fysiek vandaan komt. Het systeem werkt eenvoudig: voor elke hoeveelheid hernieuwbare energie die ergens in Europa wordt opgewekt, wordt een certificaat uitgegeven. Dat certificaat kan los van de elektriciteit zelf worden verhandeld.
In de praktijk betekent dit dat een bedrijf in Nederland stroom kan afnemen uit het reguliere elektriciteitsnet – een mix waarin nog altijd fossiele energie zit – terwijl het tegelijkertijd goedkope waterkrachtcertificaten uit bijvoorbeeld Noorwegen opkoopt en zich als ‘duurzaam’ profileert.
Wat er dan verandert, is niet noodzakelijk het fysieke energiesysteem, maar de boekhouding eromheen. Er wordt zelden extra duurzame energie geproduceerd door het kopen van certificaten; bestaande productie wordt herverdeeld op papier. Zeker zolang deze certificaten goedkoop blijven en afkomen van bronnend die er al waren, zoals de waterstof energie uit Noorwegen, is de prikkel om nieuwe energieprojecten te ontwikkelen beperkt.
“Niet het fysieke energiesysteem verandert, maar de boekhouding eromheen”
Dit maakt het systeem niet per definitie waardeloos, maar wel misleidend in hoe het vaak wordt gepresenteerd. Het creëert de indruk van verduurzaming, terwijl de onderliggende structuren grotendeels intact blijven.
Het alternatief: decentralisatie
De vraag is niet of we zonne-energie nodig hebben, maar hoe we haar organiseren. De huidige energietransitie volgt grotendeels een bekend patroon: grootschalig, gecentraliseerd en gericht op snelheid. Daarmee vervangen we weliswaar de energiebron, maar niet het systeem dat haar voortbrengt. Die doet erg denken aan intensieve monoculturen in de landbouw, en de kolencentrale op zich.
Een regeneratieve benadering zou fundamenteel anders zijn. Niet gebaseerd op concentratie en extractie, maar op spreiding en integratie: kleinschalige systemen op bestaande infrastructuur, energieproductie in handen van lokale gemeenschappen en boeren, en combinaties met landbouw en landschap.
“Een regeneratieve benadering is fundamenteel anders”
Het verschil is essentieel. In het ene model wordt land opgeofferd aan energieproductie; in het andere wordt energie onderdeel van het land.
We staan op een kruispunt
De energietransitie is een waardevol streven. Maar de manier waarop we haar vormgeven, bepaalt of we werkelijk vooruitgang boeken, of dat we nieuwe problemen creëren in plaats van oude problemen oplossen. Die dan eigenlijk dubbele schade leveren… iets waar we tot nu toe niet altijd in lijken te slagen. Project Sophia laat zien hoe snel we geneigd zijn om schaal en snelheid boven zorgvuldigheid te plaatsen. En zo hebben we én de vervuilende oude industrie naast een nog snellere afbraak van onze landschappen in de naam van nieuwe industrie. Een deadline voor een klimaat neutraal beleid brengt zo ook ongezonde prikkelen in de maatschappij.
De uitdaging is daarom niet alleen om energie te verduurzamen, maar om dat te doen op een manier die land respecteert, gemeenschappen versterkt en systemen herstelt in plaats van uitput. En niet om onze zonrijke achterlanden op te laten slokken door energiebedrijven uit op snelle winsten voor hun investeerders.
“Zijn we bereid om het echte werk te doen om duurzaam te worden?”
Dat vraagt om iets moeilijkers dan technologie. Het vraagt om keuzes.
En misschien vooral om de bereidheid om te vertragen, te kijken, en onszelf de vraag te stellen: zijn we bereid om het echte werk te doen om duurzaam te worden? En af te stappen van rigoureuze centralisatie die altijd ten koste gaat van de natuur. Zonnepanelen voor lokaal gebruik, op al bestaande daken van huizen, industrie, parkeerplekken. Dat is een goed begin. Verder zouden er bij zonneparken lokale eigenaren moeten zijn. Zo heeft elke regio meer zeggenschap over in hoeverre zijn eigen omgeving wordt aangetast door dit soort parken. Daarnaast moeten we minder afhankelijk worden van het enorme ‘grid’. Dit maakt ons autonomer en bestendiger tegen systeemfalen.


