Welkom op het snelst groeiende inspiratieplatform voor een socialer en duurzamer Nederland

Waarom minder over geld praten goed is voor het klimaat

10 juni 2019 -

We zijn allemaal druk in de weer met verduurzaming; politici houden zich bezig met het verdelen van de kosten van klimaatmaatregelen, huishoudens beginnen zich bewuster te worden van hun CO2 voetafdruk, consuminderen is hip en duurdere duurzame producten worden vaker ingeslagen. Ook in de jaarrapporten van bedrijven worden duurzame maatregelen meegerekend. Het begint dus ergens op te lijken. Toch vraag ik me steeds vaker af: waarom draait het allemaal om geld in het klimaatdebat? 

Net als de meeste ingewikkelde vraagstukken in onze economisch-gedreven samenleving, gaat de klimaattransitie gepaard met geldkwesties: Wie gaat het betalen? Waar moeten we belasting op heffen? Hoe kunnen we het zo goedkoop mogelijk maken? Het zijn vragen die ook gesteld moeten worden. Met de nadruk op ‘ook’, want het publieke debat lijkt nu voornamelijk geregeerd te worden door de antwoorden op deze financiële vragen. Maar waar zijn de andere vragen? Zoals de vragen die gaan over onze relatie tot de natuur?

Een eerlijke verdeling van de klimaattransitie kosten 

We scheiden afval, douchen minder vaak, gaan vaker met de fiets en zien dat vliegen eigenlijk niet noodzakelijk is voor een leuke vakantie. Maar meer duurzame en ecologische keuzes maken betekent ook in veel gevallen dat we duurder uit zijn. Met de trein door Frankrijk reizen kost aanzienlijk meer dan een vliegtuig pakken. En biologische producten kopen is toch wel een aanslag op de portemonnee. 

‘En waarom doen die grote vervuilers dan nog steeds zo weinig?’, denken we vaak. We betalen ons blauw, maar de 100 bedrijven die verantwoordelijk zijn voor 71% van de uitstoot van broeikasgassen lijken minder geschaad te worden. Oneerlijk, want zij zijn toch het meest verantwoordelijk? Tijdens de klimaatmars werd dan ook gepleit voor een eerlijke verdeling van de kosten.

Het kabinet reageerde met de CO2-heffing en de belofte om de energiebelasting te verlagen. De vervuilende bedrijven in kwestie waarschuwden vervolgens voor vertrek naar het buitenland. En dreigden dat 80% van de klimaatkosten die bij bedrijven worden gelegd, uiteindelijk toch bij de consument terecht komt. Zo wordt er constant naar elkaar gewezen. De grote bedrijven moeten opdraaien voor de kosten. Nee, de politiek moet de transitie financieren. Nee, de consument moet betalen voor duurzame keuzes. Maar als ik als burger moet betalen, dan moeten die grote vervuilers al helemaal dokken.

En de cirkel is weer rond. 

Het kost geld en dat willen we niet

Forum voor Democratie ziet de hoge kosten als een argument om helemaal te stoppen met de klimaattransitie. Of eigenlijk om er nooit aan te beginnen. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gaat de klimaattransitie 2 miljard kosten. Forum voor Democratie stelt dat de klimaattransitie 1000 miljard kost. Thierry Baudet zegt dat in het Rapport van PBL veel kosten voor particulieren niet zijn meegerekend, zoals warmtepompen, het isoleren van huizen, het kopen van elektrische auto’s etc. Vanwege die hoge kosten moeten we niks doen, volgens de partij.

De kosten moeten zo laag mogelijk blijven. En als dat niet mogelijk is, dan wordt er geroepen dat we maar helemaal moeten stoppen met dat hele verduurzamingsgedoe. Maar is deze financiële preoccupatie in het klimaatdebat gezond?

Waarom de focus op geld in het klimaatdebat problematisch is

Zoals inmiddels wel duidelijk is gemaakt door 97% van de wetenschappers, heeft klimaatverandering verstrekkende gevolgen voor de leefbaarheid van onze planeet. IJskappen smelten, grote delen van de wereld zullen niet meer bewoonbaar zijn en veel diersoorten sterven uit. We staan aan de vooravond van een ongekende ecologische verandering. En toch wordt het klimaatdebat beheerst door geldkwesties.

Doelmatigheid, efficiëntie en winstmaximalisatie staan centraal in onze kapitalistische wereld. Iets moet zo min mogelijk kosten en het grootste resultaat opleveren. Dit komt doordat ons kapitalistische systeem is verweven met schuld. Simpel neergezet: banken vragen rente over de leningen die zij verstrekken. Personen, instituties, bedrijven en overheden die leningen verschuldigd zijn aan de bank moeten vervolgens meer geld generen dan zij van de bank hebben ontvangen. Want alleen zo kan de renteschuld worden afbetaald. De portemonnee moet dus groeien. 

Om schulden te kunnen afbetalen moet men creatieve, goedkope en makkelijke manieren bedenken om geld te verdienen. En dat leidt tot uitbuiting van mens, dier en natuur. Neem fossiele brandstof. Het kan relatief makkelijk gewonnen worden en is als energiebron erg gewild. Met dit product wordt heel veel geld verdiend, maar het excessieve gebruik van deze brandstoffen heeft een negatief effect op mens, dier en natuur. Land verschraalt, dieren worden verdreven, restafval verdwijnt in de natuur en het percentage koolstofdioxide stijgt.

Money first vs Care first

In het kapitalistische systeem moet dus in eerste instantie op de centen worden gelet. Het welzijn van mens, natuur en dier is van secundair belang. In het klimaatdebat zien we dat terug. Het economische plaatje is leidend. Louis Bohtlingk, initiatiefnemer van Care first, ziet dat de relatie tussen mens en geld verziekt is. Geld is nu een doel op zich. Terwijl ‘geld’ in eerste instantie een middel zou moeten zijn om mens, dier en natuur te ondersteunen. ‘Wie leidt de weg?’, vraagt Louis zich af. Is geld dienstbaar aan het creëren van welzijn, of gaan we geld laten leiden ten koste van welzijn? 

Wat zou er gebeuren als we de care first houding van Louis hanteren in het klimaatdebat? Zouden we dan nog steeds verzand raken in cirkelredenaties over wie moet opdraaien voor de klimaattransitie kosten? Waarschijnlijk niet. Als geld gezien zou worden als een middel om welzijn te generen, zou het debat er anders uit zien. Bedrijven zouden niet zo huiverig zijn om hun geld in te zetten voor een duurzamere gezondere samenleving. De politiek zou niet zo in de clinch liggen over wel of niet investeren in de klimaattransitie. En huishoudens zouden nog makkelijker de trein pakken en voor een biologische vegaburger gaan.

De relatie tussen mens en natuur

Als de wereld erop vooruit gaat als we welzijn voorop stellen, waarom zitten we dan nog steeds vast in onze money first levens? Naar mijn idee heeft dit te maken met de verstoorde relatie tussen mens en natuur. Als je je bedenkt dat we op dit moment geld laten leiden ten koste van ons eigen welzijn, van het welzijn van onze kinderen, huisdieren, wilde dieren, bomen, gewassen en bloemen, dan moet iets in die relatie niet helemaal lekker zitten.

Het is tegennatuurlijk om geld op de eerste plaats te zetten. Wij zijn per slot van rekening zelf natuurlijke wezens. Toch lijken we niet meer helemaal door te hebben dat wij die natuur zijn. Dat wij een lichaam hebben dat niet zonder de natuur kan. Dat onze kinderen niet meer zelfstandig kunnen ademen als we de lucht blijven vervuilen. We richten ons op oppervlakkigheden, zonder het grotere plaatje te zien: koop ik dit goedkopere vervuilende product of dit duurdere, maar duurzamere product dat ons ecosysteem ondersteunt in plaats van kapot maakt?

De relatie herstellen

Om het tij te keren is het cruciaal onze relatie met de natuur te herstellen. Ons minder bezig te houden met de financiële kant, die grotendeels bestaat uit afspraken, voorstellingen en ideeën over kosten en winst. We moeten de aandacht verleggen naar het tastbare, naar de materiële natuurlijke wereld. En onszelf weer als onderdeel gaan zien van die wereld. Wanneer we ons onderdeel voelen van de natuur, zullen onze keuzes meer gemaakt worden vanuit de care first houding. Het herstellen van mijn relatie met de natuur, maakt dat ik bewust ben van de invloed van mijn handelen op de wereld om mij heen. 

Maar hoe herstellen we die relatie?

De natuur ervaren

De eerste stap is: de natuur ervaren. Wandelen door het bos, op de hei of in een van de vele mooie natuurgebieden die Nederland rijk is. Maar we kunnen het ook radicaler aanpakken. Zoals Jaap, Lilly en August doen. 

Jaap Korteweg besloot eigen runderen op biologische wijze te houden, omdat hij zag hoe ziek de vleesindustrie is. Gedurende vijf jaar verzorgde hij samen met zijn gezin de dieren. Op de dag van de slachting, kon hij het niet over zijn hart verkrijgen de dieren te doden. Jaap: “Ik verzorgde die beesten jaren met liefde. Ik had een band met ze. Dan kun je ze niet zomaar doodmaken.” Jaap werd vegetariër.  

Lilly is vastbesloten om de wereld te ontdoen van zwerfafval. Waarom? Omdat plastic in de natuur terecht komt, vervolgens in de oceaan. En wie eet dat plastic? Schildpadden en andere zeewezens. Die dieren denken dat ze genoeg hebben gegeten, omdat hun maag vol zit met plastic. Ze sterven door ondervoeding. Lilly leeft zich in de schildpadden en wordt zich bewust van haar invloed op het natuurlijke ecosysteem.

August de Vocht stond in de supermarkt met twee producten in zijn hand: eentje was overdatum en de ander niet. August: ‘We zijn verleerd om zelf na te denken of voedsel nog eetbaar is. We volgen klakkeloos een stickertje, terwijl iets nog prima te eten kan zijn. Het voedselprobleem ligt niet alleen bij supermarkten, maar ook bij onszelf.’ Zo probeert August zijn relatie met zijn eigen natuurlijke gezonde verstand te herstellen. 

Samen meer carefirst

In je eentje kan het lastig zijn om je te onttrekken aan een money first wereldbeeld. Jan Rotmans ziet dat persoonlijke transformatie een ingewikkeld proces is. Het gaat gepaard met angst en dat vinden we moeilijk. Jan: ‘veel mensen willen echt wel, maar zeggen dat de systemen ze in de weg zitten. Eigenlijk zijn ze dan bang voor hun status, hun positie, hun identiteit.’ Daarom moeten we met elkaar samenwerken.

Louise Vet deelt die mening. In haar optiek kunnen we een ecologische crisis alleen voorkomen door boeren, wetenschappers, overheden, bedrijven, natuurorganisaties en burgers met elkaar te verbinden. Samen met haar collega-ecologen heeft Louise heeft het Deltaplan Biodiversiteitsherstel opgesteld: een gezamenlijk plan om samenwerkingsverbanden te creëren die het voor alle betrokkenen aantrekkelijk maken om biodiversiteit te stimuleren. Zo herstellen we samen de natuur in Nederland.

Esmee Jiskoot zette samen met anderen Cafe de Ceuvel op: een circulair en duurzaam cafe aan de Amsterdamse haven. Esmee: “In de viereneenhalf jaar dat de Ceuvel bestaat zijn er zoveel duurzame initiatieven bijgekomen. Ik zie hoeveel mensen zich inzetten voor een betere wereld. Daardoor weet ik dat, als we samen blijven werken, verandering echt mogelijk is.” Door samen te werken kan een duurzame wereld realiteit worden. Waarin de relatie tot de natuur hersteld is en het welzijn van dier, mens en natuur voorop staat.

Dus laten we het over iets anders hebben

De manier waarop we nu het klimaatdebat voeren legt een onderliggend probleem bloot. De focus op geld laat zien dat de mens het contact met de natuur verloren heeft. Sterker nog: met zijn eigen natuurlijk-zijn. Wanneer we daadwerkelijk ecologische crisissen voor willen zijn, is het zaak die relatie weer te herstellen. Want de klimaattransitie gaat inderdaad veel geld kosten. En dat zullen we niet altijd leuk vinden. Maar het eindresultaat is veel meer waard dan een volle portemonnee: een gezonde, leefbare wereld waar nog heel veel verschillende soorten planten, bomen, dieren en mensen zijn. 

Dus laten we het minder hebben over geld in het klimaatdebat, en meer over natuur. 

Roanne van Baren is redacteur bij MaatschapWij.

Tekst door: Roanne van Baren

REAGEER