Dit kunnen we leren van bottom-up innovatie in het Deense zorgsysteem

10 april 2017 -

Ons zorgsysteem zit propvol registraties. De constante controle van externe toezichthouders geeft zorgprofessionals het gevoel niet vertrouwd te worden. Het gebrek aan invloed demotiveert, aldus onderzoeker Nina van Loon. Gelukkig laat een Deens experiment zien dat ontwikkelingen in de zorg ook anders kunnen gaan.

“Ik denk dat de zorg in Nederland over het algemeen goed geregeld is,” stelt Nina. “Je kunt hier rekenen op uitgebreide zorg van hoge kwaliteit.” Over ons zorgsysteem is Van Loon minder te spreken. “Op dit moment vragen we zorgprofessionals om hun activiteiten continu te registreren. In ziekenhuizen worden hier diagnose behandel combinaties – de zogenaamde DBC’s – voor gebruikt, op andere plekken vink-lijsten. In principe is er niks mis met deze registraties, zolang ze gebruikt worden om de eigen praktijk te verbeteren. Nu komen de gegevens vrijwel alleen bij externe toezichthouders terecht.”

Gebrek aan inzicht

Dit gebrek aan terugkoppeling is volgens Van Loon doodzonde en houdt ontwikkelingen in de zorg tegen. “Hoe kunnen de zorgprofessionals hun praktijk verbeteren als ze onvoldoende inzicht krijgen in hoe het gaat? Zo kunnen ze onmogelijk reflecteren op wat er beter kan.”

Controle demotiveert

Daarnaast is het onnodig en ineffectief om zorgprofessionals voortdurend te controleren. De registraties hebben een averechts effect op de motivatie van zorgprofessionals en daarmee op de kwaliteit van zorg, zo blijkt uit Van Loons promotieonderzoek.

“We hebben het zorgsysteem ingericht alsof controle nodig is omdat mensen anders hun werk niet zouden doen.”

Van Loon: “Het zorgsysteem gaat ervan uit dat mensen niet uit zichzelf de drive voelen om bij te dragen. Zorgprofessionals zijn echter intrinsiek gemotiveerd om de beste zorg te leveren. Als je deze mensen voortdurend controleert en hun autonomie beperkt, voelen zij zich gewantrouwd. Het resultaat? Een verlies van motivatie, en daarmee van kwaliteit van zorg.”

Het Deense experiment

Om de zorgprofessional haar inspraak terug te geven startte de Deense regio Midden-Jutland een grootschalig experiment. Drie jaar lang werden negen ziekenhuisafdelingen vrijgesteld van het DBC-systeem. Ze hoefden niet langer iedere behandeling te registreren, kregen een algemeen budget gebaseerd op hun patiëntenpopulatie en mochten hun eigen doelen formuleren. “Het enige kader dat hen werd gesteld waren drie overkoepelende doelen: patiënttevredenheid, kwaliteit van zorg en kostenefficiëntie.” legt Nina Van Loon uit.

Evaluatie in plaats van controle

Alhoewel Nina Van Loon en haar collega’s nog bezig zijn met de analyse, geven de voorlopige conclusies al genoeg reden tot optimisme. De nieuwe vrijheden hebben een fundamenteel gesprek over de kwaliteit van zorg op gang gebracht, zowel tussen medewerkers onderling als tussen zorgprofessional en patiënt.

“Het is niet vaak zo dat we binnen het overheidsdomein de ruimte krijgen om op zo’n grote schaal te experimenteren.”

Daarnaast zijn de afdelingen intern veel meer gaan kijken naar de betekenis van hun registraties. “Doordat de afdelingen hun eigen doelen mochten formuleren gingen ze de registraties, die eerst alleen als controlemiddel dienden, gebruiken om zelf van te leren. De ziekenhuizen zijn bijeenkomsten gaan organiseren om naar de betekenis van de cijfers te kijken. Waardoor komt het dat we hier x op hebben gescoord? En wat betekent dit voor de doelen die we gesteld hebben?”

Bottom-up ontwikkelingen in de zorg

De positieve voorlopige resultaten zijn door de regio niet onopgemerkt gebleven. Ondanks dat het officiële advies nog niet binnen is, heeft Midden-Jutland al besloten om het onderzoek uit te breiden. “De regio wil af van alleen maar sturen op DBC’s en financiële prikkels en toewerken naar een systeem waarin leren en het zelf formuleren van doelen centraal staat.”

“We zien dat meer ziekenhuizen in Denemarken nu met het nieuwe systeem gaan experimenteren. Wie weet wordt het dus een bottom-up verandering!”

Wat kunnen we van de Denen leren?

Volgens Nina Van Loon kunnen we veel leren van het Deense onderzoek. “In Nederland zouden we het professionele veld veel meer moeten betrekken bij het opstellen van richtlijnen en het formuleren van doelen. Betrokkenheid verhoogt de motivatie om ergens hard voor te werken.”

“Als je doelen hebt waar je zelf achter staat werk je er harder voor. Ze hebben immers betekenis voor je.”

Daarnaast pleit Nina voor meer experimenteerruimte binnen het publieke domein. “Het onderzoek in Denemarken laat zien dat dit soort experimenten nut hebben. Maar dan moet je het wel structureel aanpakken en groots opzetten. Alleen dan kun je de resultaten naar andere contexten vertalen en het systeem veranderen.”

Verandering begint in de praktijk

Het Deense onderzoek laat zien dat we, door de praktijk te veranderen, tot nieuwe ontwikkelingen in de zorg kunnen komen die ertoe leiden dat het zorgsysteem verandert. Nina moedigt iedereen dan ook aan niet te wachten tot een systeem verandert, maar zelf aan de slag te gaan. “Ik denk dat verandering vanuit de praktijk moet komen. Dus laten we vooral gewoon beginnen.”

Benieuwd waarom Nina zich inzet voor nieuwe onwikkelingen in de zorg? Bekijk het videoportret.

Door: Nadine Maarhuis i.s.m. Follow the Money

Ken jij mensen die hun nek uitsteken om de samenleving positief te veranderen, op het gebied van nieuwe ontwikkelingen in de zorg, of een ander thema? Tip de redactie!
Steun je het gedachtegoed van MaatschapWij? Teken dan nu ons manifest.

Ook interessant om te lezen: Hoe krijgen we het hart terug in het zorgsysteem?