Lieve bondscoaches van team baby…

Tot mijn vijfentwintigste was ik er heilig van overtuigd dat ik minimaal vier kinderen op de wereld zou zetten. Tien jaar later lijkt een toekomstbeeld waarin ik moeder wordt steeds verder te vervagen. Ik heb geen kinderen, en weet ook niet of ik ze wel wil.

“En, wanneer komen de baby’s bij jou?” Een oud-klasgenoot kijkt me verwachtingsvol aan. Na meer dan twintig jaar ben ik haar tegen het lijf gelopen op de wekelijkse markt. Haar tien maanden oude zoon staart naar me vanuit zijn Bugaboo, kauwend op een broodkorst. Alsof hij zijn moeder wil bijvallen. “Ehh…” stamel ik licht verbouwereerd, terwijl ik een handvol champignons in mijn plasticvrije zakje stop.

Ik heb het altijd merkwaardig gevonden dat er zo plompverloren geïnformeerd wordt naar de status van mijn baarmoeder. Op verjaardagsfeestjes. Bedrijfsborrels. Of dus op zaterdagochtend tussen de sperziebonen en uien. Alsof dat deel van mijn lichaam collectief bezit is en iedereen het recht heeft er alles over te weten en er bovendien een mening over te hebben. Zoals bij het Nederlands voetbalelftal, daar vindt ook iedereen wat van.

Zodra je als vrouw de dertig passeert duiken opeens overal bondscoaches van team baby op

Toch begrijp ik het ergens wel. In een maatschappij waar kinderen krijgen de norm is, behoor ik tot een minderheid. Niet alleen heb ik geen kinderen, het niet-moederschap is ook nog eens een bewuste keuze.

Waarom heb je geen kinderen?

Op het antwoord dat ik bewust geen kinderen heb, volgt bijna altijd een langgerekte “Ahhh… waarom niet?” vergezeld door een rits aan redenen ‘waarom ik vooral wel aan nageslacht zou moeten beginnen’. Het liefst een beetje snel ook nog. ‘Tsja, die biologische klok hè’. De bondscoaches weten het en laten van zich horen: ik zit als vijfendertigjarige getrouwde vrouw dik in de extra speeltijd. En dus word ik vanuit een volgepakt stadion aangemoedigd met leuzen als:

“Vind je kinderen dan niet leuk?”

Jawel. Ik vind kinderen hartstikke leuk. Olifanten trouwens ook. Kan ik uren naar kijken in natuurdocumentaires. Maar dat wil nog niet zeggen dat ik er zelf één wil. ‘Kinderen leuk vinden’ en ‘moederschap’ zijn twee totaal verschillende dingen. Het eerste heeft meer weg van een oefenwedstrijd, het laatste van een halve finale op het WK. Tegen Duitsland. Met tien man.

Dat ik geen kinderen heb wil ook niet zeggen dat ik niet zorgzaam ben. Op de eerste schooldag van mijn neefje was ik bloednerveus of hij het wel naar zijn zin zou hebben bij juf Cindy. Toen mijn kat een weekend lang onafgebroken overgaf, scheurden manlief en ik naar de dierenarts en telden een fortuin neer voor een nood consult. En het trouwcadeau aan mijn neef en zijn vrouw? Vijf dagen op hun twee kinderen passen, zodat zij op huwelijksreis konden.

Geen kinderwens

Ik heb geen kinderen en desondanks ‘moeder’ ik heel wat af. Toch moeten vrouwen die bewust geen kinderen op de wereld zetten opboksen tegen vooroordelen en stereotypering. Als je het hokje ‘mama’ niet vol overtuiging aan wilt kruisen, lijkt het wel alsof er twee categorieën over blijven: óf je bent een lanterfantend, gin tonic slurpend kattenvrouwtje óf een egoïstische, kinderhatende carrière bitch. Alsof moeders het monopolie op “zorgzaam en onbaatzuchtig” hebben opgeëist. In het uiterste geval ben je als niet-moeder zelfs incompleet als vrouw. Want echte vrouwen, die krijgen een kind.

“Kinderen geven je leven zin”

“Ik kan nooit meer het excuus gebruiken dat ik me verslapen heb”, grapte een van de moeders uit mijn vriendinnengroep onlangs. Vooral met kleine kinderen in huis móet je elke dag je bed uit komen. Of je nou wil of niet. Daar heb ik bewondering voor, laat ik dat voorop stellen. Maar staat het hebben van een vleesgeworden wekker – zoals mijn vriendin haar dochter liefkozend noemt – gelijk aan zingeving?

Ik geloof dat kinderen enorm veel vreugde en geluk kunnen brengen. Met de nadruk op kunnen. Wat ik níet geloof, is dat het krijgen van kinderen een universele sleutel is tot een gelukkig leven, als een loper die in het slot van elke hotelkamer past. De weg naar een vervuld leven is geen kant en klare bucket list, waarop kinderen een item zijn om af te vinken. Als niet-moeder kun je óók zingeving ervaren. En andersom: als moeder kun je een gebrek voelen aan zingeving, getuige de massale zoektocht daarnaar in onze maatschappij.

“Je bent nooit meer zorgeloos, maar de vraag: wat moet ik met mijn leven? Daar ben ik van verlost. Dat is ook wat waard,” zegt sociologe Christien Brinkgreve in een interview over het moederschap. Ik heb die automatisch ingevulde ‘verlossing’ niet en moet dus zelf op zoek naar ‘wat ik met mijn leven moet’. Dat kost me weinig moeite. Zoals Lisette Schuitemaker (1954), in haar boek ‘Gelukkig zonder kinderen’ citeert:

“Er is zoveel dat om liefde schreeuwt en er is zoveel ander werk dat met liefde verricht moet worden.”

Nee, lieve bondscoaches van team baby, ik zal nooit weten hoe de liefde van een moeder voor een kind voelt (als die liefde al voor iedereen hetzelfde is, waar ik sterk mijn twijfels bij heb). Dat wil niet zeggen dat ik een zinloos en liefdeloos bestaan leidt. Mijn baarmoeder mag dan leeg zijn, mijn leven is gevuld.

“Ben je niet bang dat je spijt krijgt?”

Wat als het fluitsignaal klinkt en het te laat is om nog moeder te worden? Als het besef doordringt dat je buitenspel staat? Toegegeven, het schiet wel eens door mijn hoofd, maar van angst is geen sprake. Als ik al ergens bang voor zou zijn, is het angst dat ik wél een kind op de wereld zet en daar spijt van krijg.

Ja, spijt van het moederschap bestaat. Echte spijt. Geen wroeging in de vorm van ambivalente gevoelens of de ervaring dat de mentale last van het moederschap zwaarder is dan gedacht. Nee. Spijt waardoor vrouwen die, als ze het over zouden kunnen doen, zouden kiezen voor een leven als niet-moeder. Vrouwen die een diepgeworteld gevoel hebben dat het krijgen van een kind de verkeerde keuze was. Ondanks de liefde die ze voelen voor hun kind. De meeste spijtmoeders houden namelijk van hun kind(eren), maar hebben een hekel aan het moederschap.

Waar niet-moeders te maken krijgen met stigma’s en vooroordelen, is het hardop uitspreken dat je spijt hebt van het moederschap ronduit taboe. Zij die het aandurven, zoals Victoria uit To kid or not to kid, kunnen rekenen op spreekkoren, rode kaarten en schorsingen. Volgens Orna Donath, schrijfster van Regretting Motherhood verdienen deze spijtmoeders juist een luid applaus. Hun spijtbetuigingen breken het debat open over de vanzelfsprekendheid waarmee er vanuit de maatschappij naar het moederschap wordt gekeken, laten zien dat twijfelen mag en dat het niet krijgen van kinderen net zo’n valide keuze is als ze wel krijgen.

“Dan ben je helemaal alleen als je oud bent”

Op de tribune van team baby is er altijd wel een bondsoach aanwezig die denkt dat alle oudere niet-moeders eenzaam en alleen zitten te verpieteren – op hun katten en gin tonic na dan natuurlijk – terwijl moeders overspoeld worden met Hallmark-waardige liefde. Maar eenzaamheid is niet exclusief voorbehouden aan ouderen zonder kinderen. Zelfs niet aan ouderen in het algemeen, ongeacht de aan-of afwezigheid van nageslacht. Het aantal eenzamere jongeren in onze maatschappij is nauwelijks te overzien. Het hoge percentage Nederlanders dat zich eenzaam voelt legt een veel complexer thema bloot dan het wel of niet hebben van kinderen: het gebrek aan een verbonden samenleving.

Geen kinderwens

“Wij is het nieuwe ik”, schreef collega MaatschapWij-er Roanne eerder over de toekomst van de gemeenschap. In zo’n gemeenschap zie ik mezelf wel oud worden, al moederend over alles wat me lief is. Zodra je je identiteit niet meer ontleent aan je individuele ik, maar aan alle andere levende wezens om je heen, is er geen sprake meer van eenzaamheid. Hooguit zo nu en dan van welkome alleenzaamheid.

“Maar je zou zo’n leuke moeder zijn”

Ik zou inderdaad best een leuke moeder zijn, denk ik. Maar dat is geen reden om er een te worden. De bondscoaches voorzie ik van allerlei argumenten: dat ik niet weet of ik nog meer mensen wil toevoegen aan deze steeds warmer wordende aardbol, dat het financieel al uitdagend genoeg is als freelancer of dat ik eerst de knoop wil hakken of ik in Nederland of in mijn tweede thuisland Argentinië wil wonen. Al die argumenten kloppen, maar er is een dieperliggende reden: Ik zie mezelf simpelweg niet als moeder. En ik vraag me steeds vaker af of ik mezelf ooit écht zo heb gezien. Zoals Jeanne Safer in haar krachtige essay in Shallow, Selfish and Self-absorbed schrijft:

“I don’t want to have a baby. I want to want to have a baby.
I longed to feel like everybody else, but I had to face the fact that I did not.”

In een vriendschapsboekje schreef mijn zus op negenjarige leeftijd “mama” bij de vraag “wat wil je later worden als je groot bent?”. Inmiddels heeft ze twee kinderen, met wie ze dolgelukkig is. En daar word ik dan weer blij van. Zij is gelukkig als moeder. Ik als tante zonder kinderen.

Ik schreef geen “mama” bij dezelfde vraag, maar “acrobaat”.

Dat werd ik overigens niet. En ik werd dus ook geen moeder. De kans dat ik ooit een van beide rollen zal vervullen is nihil. Dingen lopen soms nu eenmaal anders dan je had bedacht toen je negen jaar oud was. Of vijfentwintig.

En weet je, lieve baby bondscoaches? Dat maakt het juist zo mooi. De wedstrijd kan alle kanten op. Dus laten we onze armen om elkaar heen slaan terwijl we op het speelveld van het leven staan. De moeders voor wie hun kinderen de sleutel tot geluk zijn. De spijtmoeders. De twijfelmoeders. En de niet-moeders. Samen. Als één team.

Wil je meer lezen over levensvragen, verbinding en zingeving? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang gratis ons nieuwste e-magazine.